Home Economie ‘Laten we de wereld organiseren als een gemeenschappelijk tuintje’
Economie Politiek

‘Laten we de wereld organiseren als een gemeenschappelijk tuintje’

We zijn cruciale aspecten van ons leven als koopwaar gaan behandelen, stelt Thijs Lijster. Tijd voor een herwaardering van de meenten.

Door Alexandra van Ditmars op 18 november 2022

Thijs Lijster filosoof filosofie van de meenten beeld Michel Mees
FM 12 cover spel spelen schaakbord ballerina
12-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Op de valreep moest filosoof Thijs Lijster op zoek naar een andere omslagafbeelding voor zijn nieuwe boek. Een beetje ironisch was dat wel. Het beeld dat hij voor ogen had – een foto van een boom in de vorm van een gezicht en profil – bleek eigendom te zijn van Pink Floyd. De band heeft de foto van Storm Thorgerson ooit gebruikt voor het binnenwerk van een van hun platen, en na de dood van de kunstenaar kregen zij de rechten van het beeld. En nee, dat mocht niet gebruikt worden voor Lijsters nieuwe boek, dat gaat over het belang van zaken met elkaar delen.

Wat we gemeen hebben, zo luidt de titel van dat nieuwe boek. Met als ondertitel: Een filosofie van de meenten. Het woord ‘meenten’ doet niet bij iedereen een belletje rinkelen. De Engelse variant commons is iets gebruikelijker, maar ook geen gemeengoed. Al is dat juist wel waar het om gaat: iets wat iedereen toebehoort. ‘Meenten zijn gemeenschappelijk beheerde domeinen of bronnen,’ zegt Lijster in een café in zijn woonplaats Zwolle. ‘In de Middeleeuwen waren dat de velden waar mensen hun vee op lieten grazen, of de bossen waar je hout kon sprokkelen. Daarbij was de regel: neem niet meer dan je zelf nodig hebt, en gebruik de plekken niet om winst te maken.’

Lijster, kunst- en cultuurfilosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het hoog tijd dat we meer aandacht besteden aan het belang van dit soort gedeelde plekken. ‘Daarbij gaat het om veel meer dan velden en bossen. Denk bijvoorbeeld ook aan het strand, het heelal en het internet.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Maar we kunnen toch allemaal ­online gaan of naar het strand? En de VN hebben laten vastleggen dat geen enkel land hemellichamen mag claimen.
‘In 1980 heeft Dennis M. Hope, destijds een autoverkoper in geldnood, een verklaring aan de VN gestuurd waarin hij zichzelf juridisch eigenaar verklaart van de maan, Venus, Mercurius, Mars, en Io – een maan van Jupiter. Hij meent een maas in het VN-verdrag te hebben ontdekt, aangezien hij geen land, maar een privépersoon is. Sindsdien verkoopt hij via zijn website buitenaardse percelen voor miljoenen dollars; ze gaan als warme broodjes over de toonbank. Nu is dit een extreem voorbeeld, maar het is wel typerend voor wat er de laatste decennia aan de hand is: we zetten overal hekjes omheen en creëren op die manier koopwaar. Profvoetballers kopen Griekse eilanden. Je kunt iemand een ster voor zijn verjaardag geven, inclusief certificaat. En op sociale media creëren we met z’n allen de content, maar de Facebooks van deze wereld verdienen er geld mee.’

Waarom is dat erg?
‘Om een gemeenschap te hebben, heb je gemeenschappelijke plekken nodig. Meenten zorgen ervoor dat we meer zijn dan een optelsom van individuen. Denkers als Karl Marx en Adam Smith wijzen erop dat het kapitalisme begon met de onteigening van gemeenschappelijk bezit. Als jij geen eetbare paddenstoelen meer mag verzamelen in het bos, moet je je arbeid op de markt gaan verkopen, zodat je met het geld dat je verdient paddenstoelen kunt kopen. Vanaf dat moment werd privé-eigendom de basis van de samenleving.

‘Om een gemeenschap te hebben, heb je gemeenschappelijke plekken nodig’

Diezelfde beweging zie je nu weer; het neoliberalisme gaat gepaard met een nieuwe onteigening van de meenten. Er komen voortdurend nieuwe gedeelde plekken op, zoals de digitale wereld, en die worden telkens weer onteigend. Om bij het voorbeeld van sociale media te blijven: dankzij onze vriendschappen, creativiteit en kennis bestaan die platforms; we genereren dus gemeenschappelijk waarde. Maar vervolgens wordt die waarde afgeroomd ten behoeve van een kleine elite – Mark Zuckerberg en zijn aandeelhouders. Dat is simpelweg exploitatie. Verrassend is het helaas niet: neoliberaal beleid kenmerkt zich door een onteigening en privatisering van gemeenschappelijk bezit.’

Komt niet altijd alles door het neoliberalisme?
Lachend: ‘Nou, veel wel.’ Daarna, serieus: ‘Ik snap dat mensen kritiek op het neoliberalisme als sleets ervaren; we worden continu om de oren geslagen met wat er allemaal mis mee is. Maar één essentieel aspect ontbreekt vaak in die kritiek: het neoliberalisme is meer dan een economisch en politiek systeem. Het brengt een bepaalde cultuur met zich mee – er ligt een mens- en wereldbeeld aan ten grondslag – en bepaalt daarmee hoe we over onszelf denken en welk gedrag we als wenselijk zien. Dat blijkt ook uit een beroemde uitspraak van Margaret Thatcher, grootmoeder van de neoliberale politiek. Ze wees erop dat economie slechts de methode was, terwijl het eigenlijke doel was to change the soul.’

Jezelf vormgeven

Wat we gemeen hebben kan gezien worden als een vervolg op De grote vlucht inwaarts (2016), een essaybundel waarmee Lijster op de shortlist van de Socratesbeker – de jaarlijkse prijs voor het beste filosofieboek – belandde. Daarin schetst hij de cultuur van het neoliberalisme en stelt hij dat de mens als kwetsbaar wezen behoefte heeft aan inbedding in iets groters, aan een gemeenschap waarin je je gedragen voelt.

De formulering ‘de grote vlucht inwaarts’ is een variatie op ‘de grote sprong voorwaarts’, het project van Mao om van China een supermacht te maken. Lijster: ‘Dat leverde uiteindelijk de grootste verschrikkingen op: hongersnood, onderdrukking, internering. Dat is symbool gaan staan voor alles wat er mis is met het idee van de maakbare samenleving. Een belangrijk kenmerk van het neoliberalisme is: het idee dat de samenleving maakbaar is hebben we achter ons gelaten, alleen het individu is maakbaar.’

De slogan van Ikea is de neoliberale cultuur in een notendop, stelt Lijster: Design your own life. ‘En je leven vormgeven, dat moet je helemaal zelf doen. Daarbij worden allerlei maatschappelijke problemen gereduceerd tot individuele problemen. Als jij last hebt van stress op de werkvloer, dan ligt het niet aan de organisatiestructuur, maar moet jij naar een mindfulnesscursus. Of denk aan zoiets groots als ecologische problemen – een beter milieu begint bij jezelf; jij moet korter douchen en betere keuzes maken.’ Alle problemen worden op het bordje van het maakbare en zelfredzame individu gelegd, is de belangrijkste diagnose in De grote vlucht inwaarts.

Ondanks wat tegenwicht her en der, zoals het woonprotest, is dit nog altijd het dominante verhaal, zegt Lijster. ‘En als je kijkt naar de dynamiek die achter crises van deze tijd – van de wooncrisis en de ecologische crisis tot de zogenoemde vluchtelingencrisis – zit, zie je telkens hetzelfde: vernietiging van de meenten. Keer op keer wordt een maatschappelijke waarde die gegenereerd is of waar we simpelweg afhankelijk van zijn afgeroomd, vernietigd of omgezet in vormen van kapitaal.’

Insectenhotel

Het idee voor Wat we gemeen hebben begon met een tuintje. Een gemeenschaps­tuintje om precies te zijn, waar Lijster op stuitte toen hij tijdens de coronapandemie zoals zovelen geregeld een rondje door de buurt liep. ‘Het stond er mooi bij, met verschillende bloemen en planten, een paar bankjes en een insectenhotel,’ schrijft Lijster. ‘Er stond een bord, met daarop een uitnodiging om er te gaan zitten, te picknicken, kruiden of bloemen te plukken en groentes te oogsten – maar uitsluitend voor eigen gebruik en niet meer dan nodig – en om waar mogelijk een bijdrage te leveren aan de verzorging en het onderhoud van de tuin.’

Terwijl hij verder wandelde, begon hij te dagdromen over hoe het zou zijn als een stad, een land, of zelfs de wereld zo georganiseerd zou zijn als dat tuintje. ‘Met voedsel, kleding, woonvoorzieningen, energie, vervoer, cultuur en recreatie waar iedereen toegang toe heeft, waar iedereen aan bijdraagt en op toeziet, en waar iedereen over kan en mag meebeslissen.’

Dat klinkt erg mooi, maar ook wat naïef.
‘Het lijkt me nog naïever om te denken dat we op deze voet verder kunnen gaan. We zijn het normaal gaan vinden dat farmaceutische bedrijven patenten claimen op traditionele natuurlijke geneesmiddelen en dat een bedrijf als Monsanto de genetische codes van zaden en gewassen als intellectueel eigendom claimt. En er is zorgwekkend weinig aandacht voor en verontwaardiging over het feit dat Nestlé wereldwijd een actieve lobby voert om drinkwater te privatiseren.

Onderschat daarnaast de rol die meenten gespeeld hebben in de geschiedenis van menselijke beschavingen niet. Niet voor niets zie je het woord “meent” nog terug in “gemeente” en in straatnamen, bijvoorbeeld De Meent in Rotterdam. Dat veel mensen het woord niet eens meer kennen is op zich al een teken aan de wand.

‘Je interpretatie verandert de wereld’

Natuurlijk zal niet alles pais en vree zijn in zo’n gedeeld tuintje, met die ene buurman die nooit wil meehelpen, maar wel alle courgettes plukt zodra ze rijp zijn, of kinderen die al voetballend het bloemenveldje omploegen. Maar dat is geen reden om überhaupt geen tuintje, of wat dan ook, met elkaar te delen. Als er goede afspraken zijn en iedereen zijn verantwoordelijkheden kent, kan het prima werken.’

Hoe weet u dat zo zeker?
‘Elinor Ostrom, de Amerikaanse econoom die in 2009 als eerste vrouw ooit de Nobelprijs voor economie in ontvangst nam, heeft dat zowel theoretisch als historisch laten zien. Ze publiceerde in 1990 het boek Governing the Commons, over gemeenschappelijk beheerde domeinen of bronnen die privaat noch publiek bezit zijn. Zo noemt ze een Turkse vissersgemeenschap die een systeem ontwikkelde om visplekken onderling te verdelen en te rouleren, en dat ervoor zorgde dat iedereen ervan profiteerde, terwijl onderlinge conflicten en overbevissing werden voorkomen. Maar denk ook aan hedendaagse voorbeelden als Wikipedia, of aan academische kennis die door open access voor iedereen toegankelijk wordt gemaakt.’

Als ons denken en doen tegenwoordig gevormd is door het neoliberalisme, kunnen we dan nog wel werkelijk voorbij winstbejag denken?
‘We hebben gezien dat alles in koopwaar veranderd kan worden – een dienst, een ervaring, jezelf. Maar dat betekent dat de andere kant ook mogelijk is: je kunt het koopwaarkarakter van dingen afpellen en ze veranderen in iets wat ter beschikking staat aan iedereen.

Een meent heeft altijd drie ingrediënten: de bron zelf, ongeacht of dat nou kennis of een fysiek veld is; de praktijk, waarin die bron in stand wordt gehouden en wordt beheerd; en de mensen die dat doen. In het Engels: de commons, commoning en de community. Wat ik daar als vierde ingrediënt aan toevoeg is het verkrijgen van een bepaald soort perspectief, een lens waardoor we naar de wereld en naar onszelf kijken. Want voordat we iets kunnen behandelen als meent, moeten we datgene ook herkennen en erkennen als meent.’

Wat voor lens is dat precies?
‘Een lens die laat zien dat er wél alternatieven voor het neoliberalisme zijn, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd. Van belang is dat het niet alleen om een andere manier van kijken gaat. Het is niet zoals in de tekening van Ludwig Wittgenstein waarin je zowel een eend als een konijn kunt zien, afhankelijk van hoe je kijkt. Nee, hoe je kijkt verandert ook de wereld; hoe je iets beschouwt verandert ook hetgeen waarnaar je kijkt. Neem onderwijs. Als we dat beschouwen als koopwaar heeft dat gevolgen voor de manier waarop onderwijs wordt ingericht en hoe studenten zich gedragen. Vanuit het idee dat de klant koning is, wordt het onderwijsaanbod dan misschien aangepast aan wat studenten willen. En studenten zullen misschien heel efficiënt leren om zo snel mogelijk het programma te doorlopen. De praktijk is ook altijd afhankelijk van de lens waardoor je kijkt. Marx’ beroemde uitspraak “Filosofen hebben de wereld tot dusver slechts geïnterpreteerd; nu komt het erop aan haar te veranderen” klopt dus niet. Hoe je de wereld interpreteert verandert de wereld ook. En andersom is hoe je een verandering in de wereld bewerkstelligt weer afhankelijk van jouw interpretatie ervan. Het neoliberalisme is daar een voorbeeld van. Als je mensen als consumenten en marktspelers gaat beschouwen, leg je de nadruk op het geïsoleerde individu, en ziet de samenleving er na een aantal decennia radicaal anders uit.’

Misschien is dit heel neoliberaal van me, maar ik vond het fijn om na een paar jaar een tuin gedeeld te hebben eindelijk een eigen tuin te hebben.
‘Dat is natuurlijk prima. Marx maakt een onderscheid tussen privé-eigendom en persoonlijk eigendom. De tendens van privé-eigendom is er een van telkens verdergaande monopolisering, waardoor persoonlijk eigendom – bijvoorbeeld je eigen mogelijkheid om te wonen of in je eigen levensonderhoud te voorzien – juist bedreigd wordt. Dan wordt een huis gezien als een handige investering in plaats van als noodzakelijke levensbehoefte, een stad als vastgoedmarkt in plaats van als een gezamenlijk gecreëerde sociale en culture ruimte, en data als instrument om consumenten te manipuleren in plaats van als het product van gemeenschappelijke, creatieve arbeid.

Gemeenschappelijkheid betekent niet dat je opeens alles met elkaar hoeft te delen. Maar wel dat je óók dingen met elkaar deelt, niet om er geld mee te verdienen, maar gewoon omdat dat leuk of nodig is. Dus nee, met een eigen tuin is niets mis. Maar een buurttuintje erbij is waarschijnlijk wel gezellig.’

Wat we gemeen hebben. Een filosofie van de meenten
Thijs Lijster
De Bezige Bij
272 blz.
€ 24,99