Home Kunst Landschapsstudies met nagel en duim
Kunst

Landschapsstudies met nagel en duim

Door Claudia Galgau op 25 april 2019

Landschapsstudies met nagel en duim
Cover van 05-2019
05-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Kunstenaar David Hockney maakt elke dag een tekening op zijn iPad, die hij naar zijn vrienden stuurt. Hij wil weten hoe afbeeldingen ons veranderen.

Als Van Gogh nu had geleefd, had hij waarschijnlijk zijn schetsen op een iPad gemaakt en naar zijn broer Theo gemaild, beweert de 81-jarige Britse kunstenaar David Hockney. Zelf stuurt hij sinds 2011 elke dag een boeket vers getekende bloemen naar zijn vrienden, dat hij ’s ochtends aan de keukentafel met de app Brushes schetst. Een aantal van deze iPad-tekeningen hangt nu uitvergroot in het Amsterdamse Van Gogh Museum, in een tentoonstelling die ook internationaal al veel aandacht heeft gekregen. Want natuurlijk is het indrukwekkend om oog in oog te staan met Hockneys beroemde metershoge olieverfschilderijen (die voor 90 miljoen pond worden geveild), maar eigenlijk zijn de bescheiden en speelse landschapstekeningen die hij op zijn iPad maakt een veel sterkere belichaming van de filosofie achter zijn werk.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Drang

In het boek A Bigger Message: Conversations with David Hockney vertelt de kunstenaar hoe hij zijn hele leven al dezelfde paradox probeert te ontcijferen: in hoeverre is het mogelijk om een driedimensionaal landschap naar een plat vlak te vertalen? Het is dezelfde vraag waar Van Gogh in zijn tijd ook mee worstelde. Beide kunstenaars proberen hun hooggevoelige visie op de natuur over te brengen en de kijker het gevoel te geven dat hij zich midden in het landschap bevindt. Met de uitvinding van de iPad zag Hockney zijn kans schoon om de paradox op een nieuwe manier te onderzoeken. Hij wilde weten of het haalbaar was om met zo min mogelijk inspanning – door een tekening te maken met de nagel van je duim – de kijker datzelfde overweldigende gevoel te geven dat we krijgen bij de aanblik van een indrukwekkend landschap.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld: David Hockney

Op 6 april 2010 maakte Hockney al zijn eerste iPad-tekening, slechts twee maanden nadat Steve Jobs het product voor het eerst op een conferentie in San Francisco had aangekondigd. Het resultaat is uitvergroot bijna net zo dynamisch en gelaagd als zijn bekendere olieverfschilderijen. De beperkingen die de nieuwe technologie met zich meebracht, waren volgens Hockney een stimulus voor zijn creativiteit: ‘Beperkingen zijn altijd goed – als Vincent tijdens zijn verblijf in Arles niet zo geïsoleerd was geweest, had hij zich als kunstenaar ook niet zo snel ontwikkeld.’

De aanhoudende drang om de wereld opnieuw te tekenen om haar te begrijpen zorgde er ook voor dat Hockney zich in de loop van zijn carrière steeds meer ging afvragen waar die drang vandaan kwam. Hij kwam tot de conclusie dat het iets was wat iedereen al van jongs af aan voelt. Kinderen proberen de wereld te begrijpen door naar pen en papier te grijpen en deze na te tekenen. Zoals Hegel geloofde dat ideeën de drijvende kracht achter de wereld zijn, en Marx dacht dat materiële levensomstandigheden de geschiedenis kunnen verklaren, zo gelooft Hockney dat beelden essentieel zijn om te begrijpen waarom de wereld verandert. Als mens worden we volgens hem niet beïnvloed door de realiteit die we om ons heen zien, maar door visuele representaties daarvan, en de manier waarop we ons daartoe verhouden.
 

Verlangens

Hockney parafraseert daarmee de Zuid-Afrikaanse kunsthistoricus David Freedberg, die in zijn invloedrijke boek The Power of Images omschrijft hoe wanhopig mensen zich tegenover beelden gedragen. We raken er opgewonden van, we hebben in de geschiedenis meerdere malen de neiging gehad ze kapot te maken, en we zijn zelfs bereid om de wereld over te vliegen om ze ‘in het echt’ te zien, in de veronderstelling dat de inspiratie of troost die ze bieden ons zal veranderen.

Op Netflix en Instagram zijn we uiteindelijk op zoek naar beelden om onze eigen verlangens en gevoelens op te projecteren. Hoe beter we realiteit en beeld dus kunnen vergelijken, hoe beter we onszelf, anderen en de wereld leren begrijpen. ‘Jonge mensen maken tegenwoordig hun eigen filmpjes en sturen die naar hun vrienden’, schrijft Hockney. ‘De baby’s van vandaag vormen dus misschien de eerste generatie die daardoor zonder beroemdheden zal opgroeien, en dat kan voor heel andere waarden en levensvisies zorgen.’