Home Vrijheid Jan Knol: ‘Natuurlijk bestaat de waarheid wel’
Vrijheid

Jan Knol: ‘Natuurlijk bestaat de waarheid wel’

Door Hannah Achterbosch op 27 oktober 2015

Cover van 11-2015
11-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Veertig jaar lang predikte Jan Knol het protestantse geloof. Nu hij met emeritaat is, vindt hij het antwoord in Spinoza. ‘Ik wil Spinoza naar de mensen brengen, want hij helpt ons God beter te begrijpen.’
 

Schrijver en voormalig predikant Jan Knol zit in zijn sobere werkkamer waar één meubelstuk meteen in het oog springt: een zware houten boekenkast met meer dan honderd boeken van of over Spinoza. De theologieboeken zijn verplaatst naar een, zo zegt hij zelf, ‘minder belangrijke kast’. Meer dan tien jaar geleden kocht Jan Knol op een treinstation het ‘snertboekje’ Spinoza in 60 minuten en vond daarin het antwoord op zijn zorgen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

‘De kerngedachte van Spinoza raakte mij meteen. Als predikant maakte ik me lange tijd zorgen over het verdampen van de kerk. Toen ik Spinoza las, begreep ik het ineens. En dit wilde ik aan de gewone mens, waartoe ik mijzelf ook reken, uitleggen. Spinoza in 107 vragen en antwoorden heb ik op dezelfde manier opgebouwd als de Heidelbergse Catechismus. In plaats van de protestantse geloofsbelijdenis zet ik de filosofie van Spinoza van begin tot eind uiteen.’
 
‘Van oorsprong ben ik godsdienstig – mijn roots liggen zelfs in Staphorst – maar ik begon steeds meer te twijfelen aan het idee dat er ergens boven ons een heerser op een troon zit met Jezus ernaast. Voor Spinoza is God geen persoon, maar valt God samen met het eindeloze, eeuwige universum. Zowel in materiële als geestelijke zin. Het motto van Spinoza is “Deus sive Natura”, wat betekent “God ofwel de Natuur”. De natuur is voor Spinoza niet een slootje met een kikker, maar het menselijke Zijn, de Werkelijkheid en alles wat daaronder valt – goed, kwaad, mooi, lelijk, geordend en chaotisch. Al die categorieën zijn slechts denkvormen van de mens binnen dit oneindige universum.’ 
 
Wat heeft dit te maken met de kerk?
‘Die richt zich nog te veel op het idee van een persoonlijke God. Heilige boeken, tempels, stenen, rivieren worden gezien als openbaringen van een persoonlijke God en juist daarover hebben mensen strijd. Terwijl die openbaringen alleen maar steunpilaren zijn, symboliek. Door Spinoza heb ik die steunpilaren zelf niet meer nodig, vandaar dat mijn werkkamer zo sober is: vrij van symboliek. Ik zie nu in alles God: ieder mens en elke steen is een deeltje van het grote geheel. Ik gebruik nog wel het woord God, omdat Spinoza dat ook doet, maar voor mijn part noem je het zijn, werkelijkheid of natuur.’
 
Wat is er belangrijk aan die gedachte?
‘Het is nu populair in de filosofie om te zeggen dat we de waarheid niet kennen. Dat klinkt geweldig, maar het is onzin. Als we niet kunnen weten, waarom zouden we dan nog in een Boeing stappen of ons laten opereren? Alles berust op gedegen kennis van God of de Natuur. Spinoza benadrukt dat we wel kunnen weten. Hij gaat uit van een metafysische eenheid die de werkelijkheid vormt. Dat het grote verhaal van een persoonlijke God op zijn retour is, oké. Maar die Socratische “ik weet niets”-houding van de filosofie vind ik te kort door de bocht.’
 
Die waarheidsclaim levert vaak problemen op, zelfs godsdienstoorlogen.
‘Die strijd ontstaat als mensen een verschillende invulling geven aan God, zich onttrekken aan die waarheidsclaim. Ze worden dan te fanatiek in het beschermen van tempeltjes en maken elkaar af. Maar we zijn allemaal onderdeel van diezelfde God, dezelfde Waar-
heid. Spinoza beweert dat de mens maar een klein deel van de werkelijkheid kent, net als een mier of een steen. De mens staat niet centraal in de filosofie van Spinoza, maar moet juist bescheiden zijn. Het gaat erom dat we als onderdeel van het grote geheel dichter bij de waarheid willen komen, want verschillende religies zijn in hun hoogste en puurste vorm allemaal gelijk: de waarheid is tenslotte voor iedereen hetzelfde.’
 
Hoe komen we tot die waarheid?
‘Spinoza gaat uit van drie kennissoorten: verbeelding, rede en de intuïtie. Stel, je hebt een verliefde astronaut. De ene avond loopt hij met zijn geliefde in het maanlicht en dan lijkt het net alsof de maan heel dichtbij is. De tweede avond wordt de astronaut de ruimte ingeschoten, en dan is het maar goed dat hij weet dat de maan 363.000 kilometer van de aarde staat. De eerste avond symboliseert de verbeelding, het noodzakelijk begin van de kennis. De tweede symboliseert de rede, die is voor iedereen hetzelfde. Intuïtie is de samensmelting van de verbeelding en rede. Voor Spinoza is dat het plotselinge inzicht dat je eigen geest en materie onderdeel zijn van het grotere geheel. Het is inzicht in een stukje van God, dat idee troost de mens. Er is niemand die het verbindende van God zo overal zag als Spinoza.’
 
U lijkt nu wel predikant van Spinoza.
‘Nee, want ik vereer hem niet. Het gaat mij om zijn filosofie, die ons mensen troost.’