Home IJzeren Lijst IJzeren Lijst 1. De Ethica van Aristoteles
IJzeren Lijst Klassieke Oudheid

IJzeren Lijst 1. De Ethica van Aristoteles

In zijn Ethica Nicomachea legt filosoof Aristoteles (384-321 v.Chr.) uit hoe je een gelukkig leven kunt leiden. Volgens hem is dat het ultieme streven van elke mens.

Door Alexandra van Ditmars op 08 januari 2015

Aristoteles buste Louvre

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Aristoteles is de grootste denker uit de klassieke oudheid. Tot diep in de Middeleeuwen was de aanduiding ‘de filosoof’ voldoende om te weten over wie het ging.  Aristoteles is er van overtuigd dat iedereen streeft naar geluk, eudaimonia. Geluk is datgene doen waarvoor je gemaakt bent, zo stelt hij. En omdat de rede uniek is voor de menselijke soort, betekent goed leven als mens voortreffelijk gebruik maken van je verstand. Toch is dat niet voldoende, karaktervorming is net zo belangrijk: pas als je een deugdzaam karakter bezit ben je in staat geluk te bereiken.

Gelukkig zijn gaat hierdoor gepaard met hard aan jezelf werken. Tenminste, bij de mens. In de natuur is dat niet het geval. Aristoteles geeft het voorbeeld van een eikenboom: een eikel groeit vanzelf uit tot een eik, die op zijn beurt weer ieder jaar tot bloei komt en eikels afwerpt. Ook dieren vervullen van nature hun functie: ze eten niet te veel, maar ook niet te weinig; ze gunnen zichzelf voldoende rust, maar bewegen ook genoeg. Hun gedrag komt overeen met datgene waarvoor ze gemaakt zijn, en daardoor is hun leven in balans. Mensen leven daarentegen behoorlijk ongeordend. Sommigen van ons eten te veel, en anderen juist te weinig. We willen buitensporige rijkdom verzamelen, of juist al ons geld over de balk smijten. En wanneer we ons aangevallen voelen, reageren we vaak overdreven boos, of kruipen we onnodig angstig in onze schulp. We leven te veel in uitersten, vindt Aristoteles. Maar gelukkig hebben we de rede, die daar verandering in kan brengen.

Het juiste midden

Dankzij onze rede zijn wij in staat deugden te ontwikkelen. En deugdelijk handelen is de weg naar geluk, schrijft Aristoteles. Belangrijk is dat elke deugd het midden houdt tussen twee uitersten. Zo is moed de balans tussen lafheid en waaghalzerij. Maar hoe vind je het juiste midden? Anders dan in bijvoorbeeld de wiskunde, bestaan daar geen vaste regels en wetten voor; het juiste midden verschilt per persoon en situatie. Zo is de gezonde hoeveelheid eten voor een topsporter groter dan voor iemand die pas net begonnen is met sporten. En is het soms laf om hard weg te rennen, maar soms juist moedig. Volgens Aristoteles vereist handelen naar het juiste midden een voortreffelijk gevormd karakter en grote kunde. Je moet in staat zijn in elke situatie de perfecte keuze te maken. Hij noemt dit phronesis: praktische wijsheid.

Deze wijsheid kun je niet uit boeken leren, maar vereist veel ervaring, reflectie en training. Zo moet je leren mensen te lezen, verschillende soorten problemen te herkennen en aanwijzingen uit de omgeving op te pikken. Een moreel wijs persoon worden kost dus tijd en moeite. Toch blijft deugdzaamheid ook een kwestie van geluk hebben, want de belangrijkste elementen van moraliteit leer je in je jeugd. De juiste leeromgeving en leraren zijn essentieel voor het ontwikkelen van moraliteit. Als iemand ondeugdzaam is opgevoed, is het volgens Aristoteles maar de vraag of die persoon nog in staat is zijn karakter te verbeteren.

Je kunt moraliteit vergelijken met een stuurman op een schip. Als je net leert een schip te besturen, moet je nog strikte regels volgen om het van de ene naar de andere plek te krijgen. Maar na verloop van tijd raak je meer vertrouwd met het besturen, en kun je steeds beter inschatten wanneer regels genegeerd of opgerekt mogen worden. Met opvoeden is het precies zo. Kleine kinderen moeten simpele regels leren: niet liegen, niet stelen, niet slaan. Maar na verloop van tijd worden kinderen – met de juiste opvoeding – onafhankelijke denkers, die dankzij eerdere ervaringen inzien dat je morele regels soms best wat ruimer mag nemen. Zo is eerlijkheid een deugd, maar kun je er mensen ook mee kwetsen. Nadat dat je een paar keer overkomen is, zie je waarschijnlijk in dat het soms beter is je mening voor je te houden.  

Karakter

Deugden zijn geen gewoonten, dingen die je nu eenmaal zo doet, maar karaktereigenschappen: ze definiëren jou als persoon. Een wijs persoon voelt zich dan ook prettig wanneer hij deugdzaam handelt, omdat hij handelt naar zijn natuur. Iets lekkers afslaan omdat je weet dat het ongezond is, kost een deugdzaam persoon bijvoorbeeld geen enkele moeite, omdat die zich de deugd matigheid eigen heeft gemaakt. Maar wanneer je de traktatie afslaat terwijl je er eigenlijk wel zin in hebt, bezit je die deugd nog niet: matig zijn kost je nog moeite, en is in strijd met wat je eigenlijk zou willen. Hoe vaker je deugdzaam handelt, hoe makkelijker het wordt. Op die manier maak je je na verloop van tijd de deugd vanzelf eigen.

Naast matigheid zijn ook moed, rechtvaardigheid en voorzichtigheid belangrijke deugden – tegenwoordig bekend als ‘de kardinale deugden’. ‘Kardinaal’ komt van het Latijnse cardo, wat ‘scharnier’ betekent. Dit zijn dan ook de deugden waar een goed leven om draait: ze worden alle vier in elke andere deugd verondersteld. Toch zijn dit voor Aristoteles niet de belangrijkste deugden. De kroon van alle deugden, stelt hij, is grootsheid. ‘Groots is iemand wanneer hij van zichzelf vindt dat hij grootste dingen waard is, terwijl hij die ook werkelijk verdient’, schrijft hij. Dat klinkt in deze tijd – waarin bescheidenheid vaak als positief wordt bestempeld – wellicht wat vreemd, maar voor Aristoteles is jezelf op de juiste waarde schatten van groot belang. Ook hier gaat het weer om het juiste midden: grootsheid ligt tussen valse bescheidenheid en arrogantie in.

Wanneer je uiteindelijk een waar deugdzaam persoon bent, is het mogelijk eudaimonia te bereiken. Je hebt de rede gebruikt om jezelf te vormen en streeft naar perfectie door altijd op zoek te gaan naar het juiste midden. Vervolgens is er nog een laatste stap nodig om als mens volledig tot bloei te komen: deze ontwikkelde rede optimaal ontplooien in de wetenschap en de filosofie.

De Ethica Nicomachea is eeuwenlang het standaardwerk in de ethiek geweest, en is tegenwoordig nog steeds populair. Vaak wordt de tijdloosheid van het werk geprezen: de ideeën erin zijn nog steeds van toepassing op de huidige tijd. Aristoteles heeft naast ethiek ook over wiskunde, biologie, kunst, logica en politiek geschreven, maar de meeste oorspronkelijke werken daarvan zijn – in tegenstelling tot de Ethica – na zijn dood verloren gegaan.