Home Identiteit Homevideo’s en de menselijke identiteit
Identiteit Kunst

Homevideo’s en de menselijke identiteit

Door Marianne van Dijk en Marianne M. van Dijk op 26 mei 2015

Homevideo’s en de menselijke identiteit
Cover van 06-2015
06-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

Hoe kun je het leven van een persoon het best verbeelden: op één of op meerdere schermen? Patricia Pisters over de menselijke identiteit in het werk van videomaker John Akomfrah.

Er had veel meer aandacht aan zijn dood moeten worden besteed, begin vorig jaar’, zegt Patricia Pisters over Stuart Hall, de grondlegger van cultural studies. Pisters is verbonden aan de faculteit van mediawetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, en is gespecialiseerd in filmfilosofische kwesties. Videomaker John Akomfrah maakte een werk over Hall: The Unfinished Conversation (2014).

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


 

Wat was er zo bijzonder aan Stuart Hall? 
‘Hij deed al filmanalyse in de jaren vijfitg, en liet zien dat je daarmee veel kunt zeggen over culturen: wie zijn we, hoe willen we zijn, wat veroordelen we. Hij was ook belangrijk voor de emancipatoire gedachte: verschillende groepen denken anders na over wat er te zien is op bijvoorbeeld televisie. In de jaren tachtig was dat idee heel nieuw, dat representatie een constructie is en geen reflectie, en dat je dit kunt toepassen op populaire cultuur als de soapserie Goede tijden, slechte tijden. Hall zei: “Identiteiten worden gevormd op het snijvlak van het politieke en het persoonlijke”. De conversatie tussen die politieke en persoonlijke lijnen – dat interesseerde hem. Het is een conversatie die nooit af is, die altijd blijft veranderen; identiteit is daarom niet een vast gegeven, maar een proces dat zich voortdurend voltrekt. Kunstenaar Akomfrah laat met dit werk zien dat de identiteit van Hall zelf ook op het snijvlak van het persoonlijke en politieke gevormd is.’

Waarom bestaat het werk uit meerdere schermen?
‘De schermen tonen beelden uit het privé-archief van Hall, zowel homevideo’s als tv-optredens. Deze worden gecombineerd met beelden van de geschiedenis van de afgelopen eeuw. Dan is er ook nog een lijn met beelden van existentiële gebeurtenissen: geboorte, verliefdheid, dood. Wat Akomfrah zelf zegt, is dat één scherm de connectie tussen dingen onderdrukt, en dat meerdere schermen die blootleggen. Als Hall de miserabele toestand van kinderen van minderheden in Birmingham aankaart, heeft hij misschien net iets gezien over de Vietnamoorlog. Dat verandert de manier waarop je naar zijn uitspraak over Birmingham kijkt, én het verandert de manier waarop je naar de Vietnamoorlog kijkt. Akomfrah benadrukt echter dat er geen causale verhouding tussen het politieke en persoonlijke is, er is vooral verbinding tussen alle gebeurtenissen. Het effect op de kijker is dat er iets heel poëtisch en universeels ontstaat, het raakte me, het individuele leven verweven met wereldgeschiedenis.’

En wat gebeurt er met je als je wordt geraakt?
‘In Akomfrah’s werk wordt de wisselwerking tussen het politieke en het persoonlijke vaak vertaald in een wisselwerking tussen geschiedenis en herinnering. Hij onderzoekt hoe film- en televisiebeelden en andere vormen van cultuur – gedichten, muziek, literatuur – onze blik op de geschiedenis als collectief geheugen beïnvloeden. Hij laat zien dat het verleden veel verborgen dimensies heeft, en dat het de moeite waard is deze te ontdekken. In een ander recent werk, The Nine Muses (2012) roept hij de Mnemosyne, de Griekse godin van het geheugen, in herinnering. Mnemosyne had negen dochters, de negen muzes die onze herinnering vormgeven: poëzie, muziek, zang, geschiedschrijving, dans, tragedie, komedie, astronomie en liefde. Geïnspireerd door deze negen muzes brengt Akomfrah vergeten beelden uit de Britse archieven samen met klassieke literaire teksten van de Britse canon. Akomfrah zegt hierover: “Migranten zijn vaak gefilmd in het kader van een debat over criminaliteit of sociale problemen. En zo worden ze dan gefixeerd in de officiële geschiedschrijving. Maar die Caraïbische vrouw die daar in een fabriek in de jaren zestig staat te werken denkt helemaal niet dat ze een last is voor de Britse maatschappij; in ieder geval zou ze net zo goed kunnen denken aan wat ze die avond zal gaan eten, of aan haar geliefde.” Wat Akomfrah’s werk laat zien is dat we de geschiedenis weliswaar niet kunnen veranderen, maar dat ons perspectief op de geschiedenis, ons collectief geheugen wel kan worden bijgesteld, aangevuld en verrijkt.