Home Mens en techniek Hans Schnitzler: ‘De digitalisering knaagt aan onze menselijke waardigheid’
Mens en techniek

Hans Schnitzler: ‘De digitalisering knaagt aan onze menselijke waardigheid’

We leven in het nihiliticum, beweert Hans Schnitzler, het uitzichtloze tijdperk waarin we ons overgeven aan technologie, doelgerichtheid en efficiëntie. Maar misschien moeten we onze menselijke feilbaarheid maar weer eens gaan omarmen. Zijn boek Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering is dit jaar genomineerd voor de Socratesbeker.

Door Marnix Verplancke op 20 april 2022

Hans Schnitzler: ‘De digitalisering knaagt aan onze menselijke waardigheid’

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

‘Het is best ironisch,’ grinnikt Hans Schnitzler wanneer hij spreekt over onze moeilijke verhouding tot de vrijheid. ‘Vanaf de zeventiende eeuw hebben we ons stelselmatig bevrijd en geëmancipeerd van bijgeloof en hekserij. De jaren zestig staan nog steeds symbool voor de bevrijding van het maatschappelijk gezag. Het internet diende zich vervolgens aan als onze definitieve bevrijding. Eindelijk konden we ook alle experts uitschakelen.

Maar tegelijkertijd bleek die vrijheid ook ontzaglijk groot. We voelden Sartres uitspraak dat we veroordeeld zijn tot de vrijheid als lood op de schouders wegen en wisten er geen raad mee. God was dood en met hem was het hele oude waardenkader op het kerkhof beland. Tegenover de negatieve vrijheid, de bevrijding van alle remmen en klemmen, moesten we ook een positieve vrijheid plaatsen, een keuze voor iets, en dat viel ons zwaar. Dus werden we nietzscheaanse nihilisten, de laatste mensen, en kozen we voor onszelf. We geloofden in de maakbaarheid van de wereld en onszelf en amuseerden ons kapot. Maar werden we er betere of gelukkigere mensen door?’

De nerd in ons

Met het voor de Socratesbeker genomineerde Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering, sluit Hans Schnitzler zijn digitale trilogie af. Na Het digitale proletariaat (2015), waarin hij op zoek ging naar de tot koopwaar gereduceerde geest van de hedendaagse mens, en zijn Kleine filosofie van de digitale onthouding (2017), wat een onthutsend beeld gaf van de smartphone-generatie, gaat hij in zijn nieuwe boek op zoek naar de nerd in ons allemaal. In het nihiliticum, zoals Schnitzler ons tijdsgewricht noemt, dreigen we geen volledige mensen meer te zijn. Het deel van onze persoonlijkheid dat gericht is op efficiëntie en rechtlijnigheid neemt de bovenhand, en dat is jammer, want zoals Arnon Grunberg ooit zei: ‘Wie de ambiguïteit van het menselijk bestaan ontkent, zet de deur open voor de onverdraagzaamheid.’

Schnitzler wijst in zijn trilogie op het belang van die menselijke ambiguïteit. ‘Je zou het de centrale lijn kunnen noemen,’ zegt hij. ‘De digitalisering van onze werkelijkheid knaagt op allerhande manieren aan onze menselijke waardigheid. Maar wat is dat dan, menselijke waardigheid, zou je kunnen opmerken. Dat de mens nooit als middel gebruikt mag worden, maar altijd een doel op zich moet zijn, bijvoorbeeld. Maar wat zien we vandaag? Het verzamelen van data door sociale media is een parasitaire vorm van een economisch model waarbij we leeggezogen worden en er niet veel anders meer overblijft dan een skelet.

Wie zich als een vis in het water voelt in zo’n model is de computernerd die moeite heeft met de ambiguïteit van de sociale werkelijkheid en zich liever achter een scherm verschuilt omdat al die frictie en die ongemakken toch niet zo prettig zijn. En dus creëert hij een wereld waarin onvoorspelbaarheid en grilligheid weggemasseerd worden. Die nerd zit in ieder van ons. We vragen ons allemaal af hoe we onze comfortzone zo groot mogelijk kunnen maken. Wij willen nog wel ervaringen opdoen zo lang ze maar geen ongemak of gevaar opleveren, maar daarmee nemen we wel afscheid van de totale menselijke ervaring. Veiligheid en gezondheid zijn de enige thema’s waarmee we de meute nog in beweging kunnen krijgen. Er is geen groot verhaal meer of een stevig geloof in iets wat we zouden willen najagen of hoe we onze samenleving willen inrichten. Alleen onze gezondheid blijft dan nog over, en de technologie in de vorm van een stappenteller die ons als een soort marionet keurig 10.000 stappen per dag laat zetten.’

Heeft de coronacrisis hier iets aan veranderd?
‘Die heeft alleszins bijgedragen aan de “schermificering” van onze werkelijkheid. Voor de grote techbedrijven zijn de lockdowns een zegen geweest. Ze hebben het gebruik van hun producten via allerlei hybride vormen van onderwijs, werk of samenzijn enorm zien toenemen. Het aantal octrooiaanvragen voor surveillancetechnologieën waarmee werknemers ons van een afstand beter in de gaten kunnen houden is pijlsnel de hoogte in geschoten. Het zijn manieren om onze oogopslag, lichaamstemperatuur en beweging te meten.

Enerzijds heeft die technologie er voor gezorgd dat we in het begin van de crisis door konden gaan en digitaal met elkaar konden communiceren, maar mijn vrees is dat ze niet meer verdwijnt. Steeds meer mensen zeggen: laten we even Zoomen in plaats van fysiek bij elkaar te komen, is toch makkelijker. Wellicht heeft corona ons nog wel meer de fuik van gemak en efficiency ingeduwd.’

Wat doe je eraan? Want Nietzsches dode god zal niet herrijzen, toch?
Lachend: ‘God blijft inderdaad hartstikke dood en begint zo stilaan een verdacht geurtje te verspreiden.’ Daarna, serieuzer: ‘We moeten onze lijfelijkheid en aanraakbaarheid herwaarderen, opnieuw over waarden discussiëren, ook in het onderwijs, en vooral iets doen aan de aandachtsverbrokkeling waartoe al die schermpjes aanleiding geven. De internetindustrie is in feite een aandachtsindustrie. Men is er heel bedreven in geworden om ons voortdurend naar die schermpjes te leiden, want hoe meer we swipen en liken hoe meer zij verdienen. Maar daardoor wordt onze aandacht ook enorm versnipperd.

Ik merk ook bij mezelf dat dit consequenties heeft voor mijn vermogen om aandacht op te brengen. Niet alleen in de zin van concentratie, maar ook in die van betrokkenheid. Maar we hebben onze aandacht nodig, net zoals lucht en water. Waar lucht ons laat ademen, laat aandacht ons denken en voelen. Daar ligt de frontlinie van de hedendaagse informatieoorlog. Kinderen moeten weer leren hoe belangrijk het is om ergens met hun volle aandacht bij te zijn.’

Beseffen dat mens-zijn meer is dan efficiëntie en doelgerichtheid, en dat we ook feilbaar zijn en fouten maken?
‘Absoluut. Ik krijg steeds vaker het idee dat het rondscharrelen in andere waardenregisters heel vruchtbaar kan zijn. Niet omdat je die per se wil omarmen, maar om erover na te denken als basis van een soort levenskunst. Zo hou je je perspectief zo breed mogelijk, wat nodig is als je in een samenleving leeft waarin een pluraliteit aan waarden gehuldigd wordt. Ik ben bijvoorbeeld een groot voorstander van sociale stages. Laat mensen uit het bank- en advocatenwezen maar eens een weekje meelopen in de schuldhulpverlening.’

U citeert in uw boek Maxim Februari: hij zegt dat mensen eerst keuzes maken in het leven en pas nadien gaan nadenken over de wijze waarop die te verwezenlijken zijn. Is dit een pleidooi voor de terugkeer van het politieke in het dagelijks leven?
‘In Silicon Valley en alles wat daar vandaan komt zit een hele sterke depolitiserende tendens. Ze hebben wel ideeën, maar die gaan vooral uit van het individu. De overheid moet zo ver mogelijk bij ons vandaan gehouden worden. We moeten vooral op de zelfredzaamheid steunen die alle gadgets ons beloven, waardoor we niet meer naar de huisarts hoeven en niet meer na hoeven te denken over moeilijke keuzes. Dat impliceert een vorm van technocratie. De maatschappelijke toekomstvisie van Silicon Valley is samen te vatten als weg van onszelf, weg van onze sterfelijkheid en weg van deze aarde. Het heeft iets escapistisch en verraadt een hang naar het uitschakelen van de politiek.’

Jeff Bezos en Elon Musk dromen van kolonies op Mars, maar wat opvalt is dat er van reële mensen met verschillende meningen en visies geen sprake is.
‘Die fantasieën vertrekken vanuit een radicaal geloof in de vooruitgang. Alleen wordt die in dit geval te ver doorgetrokken. Natuurlijk bestaat er vooruitgang op het vlak van wetenschap en technologie, maar dat betekent niet dat die er in de politiek of de moraal ook is. In dit hartvochtige vooruitgangsgeloof wordt vooruitgang gelijkgesteld aan technologische vooruitgang. Wetenschap en technologie zullen ons in de vaart der volkeren vooruit stuwen, tot het moment dat we onsterfelijk worden.

Op politiek vlak vertaalt zich dit in een onstuitbaar geloof in de libertaire gang van de geschiedenis. Peter Thiel – durfkapitalist, een van de oprichters van  PayPal, de eerste externe investeerder in Facebook en vaak gezien als het intellectuele geweten van Silicon Valley – komt er ronduit voor uit dat hij de overheid ziet als een vijand die de vooruitgang in de weg staat. We moeten streven naar monopolievorming, zegt hij, want hoe groter je bent, hoe meer verschil je kunt maken. Dat zijn ideeën die we in de gaten moeten houden, zeker als je weet dat Thiel adviseur is van Donald Trump.’

Hans Schnitzler, Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering, De Bezige Bij, 158 blz., € 18,99