‘Hannah Arendt heeft geen pasklare oplossing voor de Palestijnse situatie,’ zegt de Belgisch-Poolse filosoof en schrijver Alicja Gescinska. ‘Zo eenvoudig is het jammer genoeg niet. Maar haar teksten kunnen wel helpen op een constructieve manier te blijven praten over de twee bevolkingsgroepen in Israël en Palestina.’
Recent zijn er twee teksten teruggevonden van de Duits-Joodse filosoof Hannah Arendt (1906-1975) over de situatie in Palestina. In de eerste, uit 1944, buigt Arendt zich over het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten in Palestina. Ze prijst het Amerikaanse idealisme tegenover het Europese pragmatisme dat nergens toe leidt, en vreest dat de Joodse belangen opgeofferd zullen worden voor Arabische olie. Ook waarschuwt ze de toen nog te stichten staat Israël geen slippendrager te worden van de Britten, de Amerikanen of de Russen. Volgens haar zou Israël daar alleen maar bij verliezen.
In de tweede tekst uit 1958, die Arendt samen met een aantal experts schreef in opdracht van de Verenigde Naties (VN), schrijft ze over het Palestijnse vluchtelingenprobleem en hoe dat opgelost kan worden. Daarbij lijkt vooral haar inzicht dat we voorbij cijfers en grenzen moeten durven kijken en de concrete mens centraal moeten stellen waardevol. Gescinska (1981) vertaalde en duidde beide teksten en bundelde ze in het boek Over Palestina.
Waarom zijn deze teksten belangrijk?
‘Omdat ze ons dwingen af te stappen van de platitudes die we steeds weer herhalen. Ik heb in debatten gezeten met Midden-Oostenspecialisten die zeiden: “Het valt niet meer op te lossen. Eén staat of twee staten – Palestina is gedoemd om nog decennialang een oorlogsgebied te blijven.” Ik zeg dan: laten we dat toch niet als een mantra herhalen, want er is geen historisch determinisme dat bepaalt dat Joden en Palestijnen elkaar voor eeuwig zullen haten. Als we dat blijven herhalen, gaan we er zelf in geloven.’
Wat is voor u Arendts belangrijkste punt in de eerste tekst uit 1944?
‘Misschien wel haar afkeer van een technocratisch bewind, waarin politici deskundigen de beleidsbeslissingen laten nemen op basis van hun technische analyses. Ze is vlijmscherp in haar analyse van de bemoeienis van experts en adviseurs. Als politieke besluiten aan hen worden uitbesteed, dan zijn dat geen democratische besluiten meer, zegt ze. Bovendien gebruiken politici die experts om zich achter te verschuilen. “De expert heeft het gezegd, dus doen we het zo.” Volgens Arendt ligt de ware betekenis van de politiek in de vrijheid. Je kunt pas ten volle mens zijn als je vrij bent, als je een politieke actor bent en deelneemt aan het politieke leven. Dat idee komt terug in deze teksten: als gekoloniseerd volk kun je geen politieke actor en dus niet vrij zijn.’
En wat schrijft Arendt in de tekst uit 1958?
‘Dat wij Europeanen betrokken moeten blijven bij Israël en Palestina omdat we een historische schuld dragen. De oorlog is immers niet op 7 oktober 2023 begonnen met de aanval van Hamas op Israël, of met de Nakba, de massale ontheemding van Palestijnen in 1948. Ik denk dat Europa met haar antisemitisme heeft bijgedragen aan het feit dat de zionisten die een eigen Joodse staat wilden stichten zich verenigden, en dat alles in een stroomversnelling is gekomen door de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. We moeten de hand in eigen boezem durven steken.
Het is frappant te moeten vaststellen dat de situatie voor de Palestijnen er alleen maar op achteruit is gegaan de afgelopen zeventig jaar. Toen waren er iets minder dan een miljoen Palestijnse vluchtelingen. Vandaag gaat het om meer dan vijf miljoen mensen die als vluchteling geregistreerd zijn bij UNRWA, de VN-organisatie voor vluchtelingen in Palestina. Er worden nog steeds mensen lukraak vermoord of als tweederangsburgers zonder rechten behandeld. Voor mijn roman De gezichtslozen ben ik in Sabra en Shatila geweest. Daar voelde ik onze Europese verantwoordelijkheid: wij hebben dat laten gebeuren. De tekst van 1958 drukt ons nog eens extra met de neus op die feiten.’
Even tussendoor …
Meer lezen over Hannah Arendt en andere grote denkers? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Wat kunnen we vandaag doen als Europeanen?
‘Erkennen dat er een genocide aan de gang is en daar over praten. Dit probleem overstijgt het conflict over de verdeling van het grondgebied, we moeten het over menselijkheid hebben. Het rapport van 1958 is daar duidelijk over: we moeten niet bezig zijn met economie en budgetten, maar de mens centraal plaatsen, de vluchtelingen. “Het Palestijnse vluchtelingenprobleem moet eerst opgelost worden, vooraleer er ook maar iets kan veranderen in het psychologisch klimaat en er enig uitzicht is op duurzame, stabiele vrede,” stelt het rapport. Dat is vandaag nog net zo waar als toen.’
De vraag of het één of twee staten worden is eigenlijk een bijkomstigheid?
‘Precies. Wij stellen de politiek-strategische vraag boven de humanitaire, terwijl het belangrijkste is dat die mensen daar kunnen wonen, rechten hebben en zich vrij kunnen bewegen. In welke staatsvorm is dan eigenlijk een detail. Arendt geloofde sterk dat als je de humanitaire kwestie aanpakt, de politieke oplossing daar automatisch uit zal voortvloeien. We staren ons soms blind op grenzen, in plaats van op de levens die binnen die grenzen geleefd worden.’
Op zondag 29 maart gaat Alicja Gescinska in Mechelen in gesprek over Over Palestina met historici Theodor Dunkelgrün en Stefanie Van Brussel en journalist en radiopresentator Marjan Temmerman. Kijk voor meer info op de website van het Hannah Arendt Instituut.
Over Palestina
Hannah Arendt
vert. en inl. Alicja Gescinska
De Bezige Bij
176 blz.
€ 22,99


