Home Flirten met een basisinkomen

Flirten met een basisinkomen

Door Daan Kuys op 28 oktober 2014

Cover van 11-2014
11-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Zowel journalist Rutger Bregman als sociaal filosoof Willem Schinkel bracht afgelopen maand een boek uit waarin gepleit wordt voor een nieuwe verbeelding van de wereld. Hoe kijken beide auteurs tegen de utopie aan?

Hebben wij utopieën nodig? Die vraag wordt vaker gesteld sinds journalist Rutger Bregman met Gratis geld voor iedereen. En nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen de utopie weer op de kaart zette. In dat boek pleit Bregman onder andere voor een onvoorwaardelijk basisinkomen voor elke Nederlander. Een maandelijkse toelage, genoeg om van te leven, zonder er iets voor te doen. Met als enige voorwaarde ‘dat je een hartslag hebt’.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Utopieën moeten volgens Bregman altijd met een korreltje zout genomen worden. Een te letterlijk genomen utopie met keiharde richtlijnen ontaardt al gauw in een dystopie. Een droombeeld dient enkel om richting aan te geven, waar het naartoe moet met de maatschappij. ‘Een vage schets, ze dwingt niemand in een keurslijf, maar inspireert tot verandering’, aldus Bregman in zijn boek.

Denktank

Hoewel utopieën dus niet letterlijk moeten worden opgevat, zijn er sinds de hernieuwde aandacht voor het basisinkomen toch aardig wat maatschappelijke balletjes gaan rollen. Tegenlicht rekende het plan door, een Groningse denktank is bezig een experiment op touw te zetten en als klap op de vuurpijl flirtte minister Lodewijk Asscher met het idee.

Door de toenemende robotisering van de samenleving, zo zei de minister, is het niet meer vanzelfsprekend dat iedereen in de toekomst nog betaald werk heeft. Volgens Asscher moeten we zoeken naar ‘nieuwe instrumenten’ om deze mensen een inkomen te geven, om zo de scheefgroei tussen arbeid en kapitaal (de roboteigenaars) tegen te gaan. Bregman toonde zich enthousiast over Asschers uitspraken. ‘Eindelijk een minister die echt wil nadenken over de toekomst van werk’, luidde de lange kop van één van zijn columns. 

Volgens sociaal filosoof Willem Schinkel, die altijd veel kritiek heeft gehad op het technocratische gehalte van de Nederlandse politiek, voeren partijen enkel nog status-quo-bevestigende correcties uit binnen de parameters van het kapitalistische systeem. Schinkel pleit in zijn boek Over nut en nadeel van de sociologie voor het leven dan ook voor een ‘alternatieve verbeelding van de wereld’. Is de toespraak van Asscher dan eindelijk de ideële schets van de wereld die Schinkel zo graag ziet?

‘Niet echt’, zegt Schinkel, ‘want Asschers uitspraken zijn nog altijd gebaseerd op het idee van arbeid, dat met de opkomst van het productiekapitalisme in de negentiende eeuw – toen men arbeiders nodig had – is ontstaan. Tegenwoordig moeten er – heel artificieel – arbeidsplaatsen gecreëerd worden, dus het begrip arbeid wordt in toenemende mate problematisch.’

Robotisering zou inderdaad kunnen leiden tot het verdwijnen van het huidige idee van arbeid. Maar volgens Schinkel is het huidige beleid van de minister juist gericht op het versterken van het bestaande model van economische groei.

Het idee achter een basisinkomen is daarom van groot belang. Schinkel: ‘Geef je mensen geld omdat je ze niet wilt dwingen mee te komen in het kapitalistische systeem, of fungeert het basisinkomen als een startkapitaal dat burgers dienen te vermeerderen? Het laatste is gewoon een manier om met linkse middelen een voortgang van het bestaande te bewerkstelligen.’
 

Schizotopie

Ook vindt Schinkel het idee van een basisinkomen niet een utopie, maar een doodgewone maatregel die nog niet genomen is. ‘Stel we voeren het basisinkomen in, leven we dan ineens in een utopie?’ Volgens Schinkel kan de utopie per definitie nooit bereikt worden vanwege wat hij in zijn boek de ‘schizotopie’ van het bestaan noemt. Dat wil zeggen: het gevoel dat de mens zich nooit helemaal thuisvoelt in de wereld, omdat hij zich altijd bevindt tussen de complexe wereld en de manier waarop hij versimpeld over die wereld denkt.

Die versimpelingen zijn nodig: als je aan de hele wereld in z’n oneindige veelheid zou denken, dan zou je precies diezelfde wereld nog een keer hebben; daar heb je niets aan. Maar enkel en alleen in één versimpelde modus denken, namelijk het kapitalistische denken – de mens als homo economicus – leidt volgens Schinkel weer tot een verlies van vele andere ervaringen die de wereld rijk is.

Daarom, stelt Schinkel, is het belangrijk andere versimpelingen van de wereld te maken door na te denken over hoe de wereld anders zou kunnen zijn. Het basisinkomen is – mits het goed wordt uitgevoerd – een goede stap in die richting, maar als utopie, zegt Schinkel, gaat ze nog lang niet ver genoeg.