Psychotherapeut Marte Kaan ziet de inzichten van grote denkers geregeld in het klein terug in de behandelkamer. Dit keer: La Rochefoucauld.
‘We doen minder moeite om gelukkig te worden dan om anderen te laten geloven dat we gelukkig zijn’
Oneerlijkheid kent veel vormen. Variërend van ronduit liegen tot de realiteit charmant verfraaien, en van saillante details weglaten tot iets onbewust vergeten, oftewel verdringen. Dat laatste is een van de ingewikkeldste en soms subtielste manieren waarop mensen zichzelf en anderen een loer draaien. Oneerlijkheid is misschien niet altijd de beste term voor al deze variaties. Gebrek aan realiteitsbesef dekt de lading soms beter.
Een patiënt van mij, een vrouw van in de dertig, werkzaam als corporate recruiter, leeft het leven van een welgestelde jonge stedeling. Met haar vriend, die een goedbetaalde baan bij een bank heeft, woont ze in een riant koophuis. Ze kunnen zo’n beetje alles doen waar ze zin in hebben. Dat doen ze ook, niet geplaagd door straffe normen en hoogstaande idealen. Ze vliegen een paar keer per jaar naar verre oorden, gaan op wintersport en hebben een boot waarmee ze in de weekenden gaan zeilen. Ze eten en drinken alles wat ze willen en zijn niet vies van een beetje MDMA en cocaïne in het weekend. Maar als ze alleen is, stort ze in. Dan voelt ze zich leeg en eenzaam, heeft ze eetbuien en zit ze uren op haar telefoon en bestelt ze alles wat los en vast zit.
‘We doen minder moeite om gelukkig te worden dan om anderen te laten geloven dat we gelukkig zijn,’ schreef de Franse moralist François de La Rochefoucauld (1613-1680).
In Wat ongezegd blijft, de meest recente roman van Elizabeth Strout, wordt het verhaal verteld van Artie, een docent geschiedenis. Artie is geliefd bij zijn leerlingen, collega’s en vrienden, maar gaandeweg wordt het verhaal van zijn leven ontmaskerd. Artie verlangt naar de dood, een verlangen dat uiteindelijk verdwijnt na een ongeluk waarbij hij bijna verdrinkt. De grootste onthulling is dat zijn zoon, met wie hij heel hecht is, niet van hem is. Artie worstelt met de vraag of hij zijn vrouw zal vertellen dat hij weet van haar bedrog. Hij besluit het niet te doen. Nu heeft hij de macht, nadat zij hem zo’n dertig jaar heeft voorgelogen.
Zowel mijn patiënt als Artie maskeren hun ongeluk. Ze presenteren zichzelf als stabiel en tevreden. Hun gelukkige persona is onderdeel van hun identiteit: Artie de lobbesachtige, alom geliefde en wijze man. Mijn patiënt de razend gezonde, jonge vrouw met een roestvrijstalen gemoed. Een groot deel van hun energie verspillen ze aan deze maskerade, terwijl ze vanbinnen wegkwijnen. Ondertussen ergert Artie zich aan de oppervlakkigheid van andere mensen. Niemand zegt echt iets, wat uiteraard een projectie is. Hij is immers zelf degene die zijn diepste zielenroerselen aan niemand prijsgeeft, zelfs niet aan zijn naasten. Ook mijn patiënt ervaart haar vrienden als oppervlakkige hedonisten bij wie ze nooit terecht zou kunnen met haar zielenpijn. Ook zij kijkt in de spiegel.
Daarin zit misschien de tragiek van de binnenvetter: die ziet zijn eigen geslotenheid weerspiegeld in anderen en leeft in een wereld met afwerende gezichten en lege gesprekken. En dat voedt weer diens neiging om te doen alsof, in plaats van de realiteit onder ogen te zien: dat die persoon zelf de oester is die zijn innerlijke realiteit loochent.
Even tussendoor …
Meer lezen over filosofie en de psyche? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Pre-order: Filosofie scheurkalender 2027
- Elke dag wijzer met de wijsheid van een ander
- 365 dagen filosofische citaten: pakkend en grappig
- Inspirerende uitleg bij klassieke filosofen
Filosofie Magazine tijdelijk al vanaf 6,99 per maand
- Elke maand heldere analyses van scherpe denkers
- Lees & luister onbeperkt op filosofie.nl
- Op papier én digitaal, incl. archief in de app
Eén keer breekt Artie door de spiegel: hij heeft openhartige gesprekken met de man die zijn leven redde. Aan hem vertelt hij alles. De man maakt geen onderdeel uit van zijn leven, kent niemand. Mijn patiënt probeert met mij over haar problemen heen te praten, alsof ook ik moet worden overtuigd van haar gezondheid. De keren dat ze zichzelf laat zien, ervaart ze als prettig, maar altijd is er dan meteen die angst: dat ik de macht heb. En dat legt een andere angst bloot: dat kwetsbaarheid tonen betekent dat je je onderwerpt, in plaats van je verbindt.
De gevalsbeschrijvingen uit deze rubriek zijn nooit herleidbaar tot een bestaande patiënt of oud-patiënt.
