Home Waanzin ‘Een psychische afwijking is het gevolg van eigen keuzes’
Psyche Waanzin

‘Een psychische afwijking is het gevolg van eigen keuzes’

Maarten van Buuren kampt al jaren met depressie. Met de ontdekking van Ludwig Binswanger ging hij de psychische stoornis anders zien.

Door Lianne Tijhaar op 19 augustus 2022

Maarten van Buuren beeld Amke
Cover van 09-2022
09-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

‘Stel dat er in jouw leven structureel dingen fout gaan. Elke keer ga je weer op je bek en je snapt niet waardoor het komt. Dan moet je bij jezelf te rade. Dit is geen toeval meer. Dit is een patroon.’ Maarten van Buuren (1948) zit aan tafel in zijn Utrechtse appartement. Tussen ons in ligt een exemplaar van zijn nieuwe boek De gek als medemens. Hoe we onszelf in de waanzin leren kennen, met op de cover een grote spiegel. In zijn boek deinst Van Buuren er niet voor terug om in die spiegel te kijken, ruim twintig jaar nadat hij – toen hoogleraar Franse letterkunde – werd gevloerd door zijn eerste depressiecrisis. ‘Medicijnen hebben mij op de been geholpen. Daarna is de vraag: waar komen die patronen vandaan die me op de knieën hebben gedwongen?’

Van Buuren schreef al eerder over zijn depressie in Kikker gaat fietsen (2008). In zijn nieuwe boek brengt hij filosofische verdieping aan, na het lezen van het werk van de Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger. Binswanger ontwikkelde in de jaren vijftig een nieuwe benadering van de psychiatrie, gebaseerd op de existentialistische filosofie.

De depressie ‘knalt erin’. Zo beschrijft u uw eerste crisis.
‘Je valt in een depressieput. Een ervaring van vernietiging. Je kunt niet meer bestaan. Je belandt in een zijn-storing. Dat is moeilijk uit te leggen, want de mensen zien je gewoon lopen. Dat was het grote misverstand. Ik ben een sportman. Lichamelijk was ik zo gezond als een vis. Mensen keken naar mij en zeiden: niks mis met jou, je moet gewoon in de poten komen. Terwijl ik op dat moment niet meer bestond. Ik was gewoon niet meer.

Pas later begreep ik wat filosofen als Husserl, Heidegger en Sartre met “intentionaliteit” bedoelen. Het “zijn” is altijd ergens op gericht. “Zijn” is een dynamiek. “Zijn” is je uitwerpen in de richting van iets wat je beoogt. Op het moment dat ik in die put van een depressie gleed en mijn bestaan ophield, kon ik mij niet meer uitstrekken in de tijd. Ik leefde niet meer in de toekomst en niet meer in het verleden. Mijn bestaan werd gereduceerd tot een oneindig doordruppelen van momenten van heden.’

Toen kwam u bij een therapeut terecht.
‘Dat ging in stapjes. Je wordt uitgeschakeld, je wordt gevloerd, je kunt niks meer. Ik kwam niet meer uit de stoel. Dan dringt tot je door dat er iets volledig mis is. Automatisch dacht ik: dit is dus een burn-out. En dat was ook logisch, want ik heb altijd knalhard gewerkt. Eigenlijk had ik drie banen tegelijkertijd. Ik dacht: het is helemaal niet vreemd, ik ben overwerkt.

Ik ben naar mijn huisarts gegaan en zei: “Ik ben aan het eind van mijn Latijn, ik kan niet meer slapen, het is een geval van burn-out of overspannenheid.” Hij zei: “Ik zie dat je aan het eind van je Latijn bent, maar ik denk niet dat het overspannenheid is. Ik denk dat het een depressie is.” Er schoot een beeld door mijn hoofd van een depressieve man. Prins Claus in een stoel, die niks meer kan. Dat kon ik toch niet zijn? Ik was door en door vitaal en dynamisch.

Toen heeft mijn huisarts gezegd: “Ik zie dat ik je niet kan overtuigen, maar weet je wat, ik geef je het adres van een therapeut.” Daar heb ik opnieuw mijn hele verhaal gedaan. Een halfuur later zei de therapeut: “Ik heb nog nooit zo’n duidelijk geval van depressie gezien.” Toen heeft hij een behandelplan opgesteld, met medicatie en praatkuren. Dat duurt tot op de dag van vandaag voort.’

U slikt nog steeds medicijnen?
‘Nee, gelukkig niet. Daar ben ik te gereformeerd voor. Ik verdraag het idee dat ik onder de medicijnen zit niet. In mijn ervaring is die medicatie een soort dekentje dat over mijn geest wordt gelegd – en ik wil geen dekentjes over mijn geest. Ik wil dat het werkt zoals het werkt, omdat ik denk dat al die prettige vonkjes in mijn hoofd die ik voel na mijn eerste kop koffie ’s morgens ook worden uitgevlakt als ik antidepressiva slik.’

‘Mijn bestaan werd een oneindig heden’

In de jaren vijftig, de tijd van Binswanger en zijn existentiële psychoanalyse, had zo’n therapie er heel anders uitgezien.
‘Ik ben ontzettend dankbaar dat de depressiecrisis mij overviel in het jaar 2000, toen er al medicijnen op de markt waren. Want ik moet toegeven dat ik daar mijn leven aan dank. De medicatie heeft mij voor de poorten van de hel weggesleept. Het heeft wel een keerzijde. Dat heb ik ingezien door me te verdiepen in Binswanger en door het schrijven van dit boek.

Vanaf de ontdekking van de psychofarmaca is onze blik op depressie, autisme en schizofrenie veranderd. Psychiaters zijn psychische afwijkingen gaan zien als lichamelijke ziektes die je met medicijnen kunt verhelpen. Voor een deel klopt dat, dus voor een deel is het een zegen. Het nadeel is dat er nu al te makkelijk wordt gedacht: ha, dat is depressie, daar hebben we een pil voor. Het probleem wordt weggemedicaliseerd. Ben je onrustig of angstig? Daar hebben we een middeltje voor. Angstremmers. En inderdaad, mensen zitten weer rustig in hun stoel. Het is heerlijk om van je angsten verlost te zijn. Maar je maakt ook het probleem onzichtbaar waarvan die angst het signaal was.

Binswanger biedt een heel ander beeld van schizofrenie en autisme. Het uitgangspunt van zijn existentiële psychoanalyse is dat alle psychische afwijkingen herleidbaar zijn tot keuzes die mensen, weliswaar onbewust als zuigeling of als kind, hebben gemaakt om zich te verdedigen tegen een omgeving die zij als onleefbaar ervoeren. Als je de benadering van Binswanger volgt en je gaat met de patiënt in gesprek, dan zul je merken dat je na lange tijd – want het kost veel moeite – achter de patronen komt en de redenen waarom die mensen dat patroon hebben gekozen.’

Die mensen hebben er toch zeker niet voor gekozen om schizofreen te worden?
‘Dat is wel de stelling van Binswanger.’

Dat gaat te ver. Dat zou betekenen dat het hun eigen schuld is.
‘Schuld is niet het juiste woord. De ­autist, de schizofreen en de depressieveling hebben net als ieder ander een patroon opgebouwd om zich te kunnen weren in het leven en niet overspoeld te worden door alle gevaren die hen omringen. Dat hebben ze weliswaar op een manier gedaan waardoor ze nu in grote moeilijkheden terecht zijn gekomen, maar niet op een wezenlijk andere manier dan jij of ik.’

Waar zou een goede therapie op gericht moeten zijn?
‘Op het moment dat jij ervan overtuigd bent, zoals Binswanger, dat een schizofreen of autist iemand is met een levenspatroon zoals dat van jou of mij, probeer je iemand te helpen door een gesprek aan te gaan. Een gelijkwaardig gesprek, want Binswanger beschouwde mensen die met schizofrenie werden bestempeld niet als gekken, maar als medemensen. Het is volgens hem een verkeerd idee dat er een hiërarchisch verschil is in termen van normaliteit tussen de behandelend psychiater en de patiënt.’

‘Ik wil geen dekentjes over mijn geest’

Uiteindelijk stelt de therapeut de diagnose. Dat is een ongelijke machtsrelatie.
‘Omdat psychiaters hun patiënten behandelen vanuit het superieure standpunt: ik heb een witte jas aan en jij zit daar met je ellende tegenover mij, ik zal je wel vertellen hoe en wat. Ronald Laing, een van mijn helden uit de antipsychiatrie, heeft altijd betoogd dat je het standpunt van Binswanger moet huldigen, en de patiënt als medemens moet beschouwen. Iemand met wie je overlegt over zijn problemen zoals je ook met een vriend of vriendin zou doen.’

Dat maakt dwangopname onmogelijk. Als iemand een gevaar vormt voor zichzelf of de omgeving, dan zouden we toch moeten ingrijpen?
‘Binswanger en zijn volgelingen redeneren anders. Stel, je bent psychiater, de familie komt bij je en zegt: “Onze dochter of onze zoon is niet te handhaven, die is een gevaar voor zichzelf en voor ons.” Ik zou als psychiater redeneren vanuit het belang van de patiënt. Ik zou die patiënt beschouwen als een vriend of vriendin. Als een vriend in het ongerede raakt en zichzelf kapot dreigt te maken, dan is het beter voor hem dat hij in een beschermde omgeving komt. Ik zou dat geen dwangverpleging noemen. Je behartigt iemands eigen belangen.

Het is intrigerend hoeveel moeite Binswanger doet om de patronen te doorgronden waaraan mensen lijden en ze met begrip verder te helpen. Met enige nostalgie kijk ik terug naar een periode waarin therapie mensen die aan schizofrenie of autisme leden nog respecteerde. Harold Searles, een beroemde volgeling van Binswanger, beschrijft hoe hij zware gevallen van schizofrenie pas ging begrijpen nadat hij tien of twintig jaar lang elke week driemaal een therapeutisch gesprek met die mensen had gevoerd.’

Je kunt ook zeggen dat we nu een snelle en betaalbare behandeling hebben.
‘In mijn geval heeft het inderdaad op die manier gewerkt. De medicatie heeft mij op het spoor gebracht waarop ik mijn leven kon hernemen. Maar de medicijnen hebben mijn probleem niet opgelost. Toen ik doorkreeg dat mijn problemen teruggaan tot mijn jeugd in Maassluis en dat aan mijn therapeut vertelde, zei hij: “Daar beginnen we niet aan. Mijn bedoeling is om u nu weer op de been te helpen, zodat u uw dagelijks leven weer kunt oppakken”.

Daar bleef dus een taak liggen voor mij. Die patronen zitten diep, ze komen voortdurend terug. In dit boek heb ik geprobeerd die patronen te doorgronden door terug te gaan naar de oorspronkelijke keuzemomenten in mijn vroege jeugd. Ik ben er geen beter mens van geworden. Ik heb mezelf wel beter leren begrijpen.’

gek als medemens maarten van buuren

De gek als medemens. Hoe we onszelf in de waanzin leren kennen
Maarten van Buuren
Lemniscaat
120 blz.
€ 19,99