Socrates’ gesprekken waren erop gericht na te gaan hoe je als mens een geheel kunt worden, iemand uit één stuk. Wat moet je je daarbij voorstellen?
Kijk naar hoe je bent als je geraakt wordt door schoonheid of liefde, zegt Socrates. Dan ben je vervuld en gefocust. Dan is het alsof je leven één melodie vormt, één harmonie. En kijk naar wanneer je het omgekeerde bent, verdeeld en gespleten. Dat is wanneer je het geloof in schoonheid en liefde verliest. Eros (liefde), de zoon van Aphrodite (schoonheid), verbindt en maakt je heel. Zonder die twee valt de wereld uit elkaar.
Het thema kwam aan de orde in een gesprek over schaamte. De casusgever had bij Albert Heijn onbedoeld een artikel niet gescand. Ze werd gecontroleerd en betrapt. Ze schaamde zich. Maar waarom? Ze had geen enkele foute intentie gehad. Toch spoorde haar gevoel niet met wat ze wist. Ze had wel door de grond willen zakken, zo ontregeld was ze. Weg harmonie.
Eenheid, het gevoel een harmonisch geheel te zijn, ontstaat wanneer de drie delen van de ziel – denken, voelen, willen – op elkaar zijn afgestemd. En wanneer je bovendien tussen de twee delen van de geest – ja en nee, these en antithese, het grote en het kleine, de zogenaamde ‘onbepaalde tweeheid’ – een houding vindt die de tegenstelling opheft of naar een hoger plan tilt. Dan ervaar je het ene. Dan ontstaat er een harmonisch geheel. Dan krijg je deel aan een idee, wat Socrates ‘in vorm zijn’ noemt.
Een kleine geschiedenis van de ziel
Het is net als bij muziek. Er zitten oneindig veel tonen op een snaar. Maar bij bepaalde verhoudingen krijg je een welluidende klank, namelijk bij de verhouding 1:2 (octaaf), 2:3 (kwint), of 3:4 (kwart). Daarmee construeren componisten de meest complexe gevoelswerelden, van majeur en mineur, uitreiken en inkeren, verbinden en scheiden.
Schaamte voelt als een dissonant. In muziek heb je dissonanten nodig om een interessante dynamiek te krijgen. Alleen maar harmonische verhoudingen zijn al gauw saai. Dat geldt ook voor ethiek, de kennis van het goede leven. Er bestaat geen goed zonder kwaad. Je hebt kwaad nodig om een interessant leven te krijgen. Maar wat is de juiste verhouding tussen goed en kwaad? En kan wat je in eerste instantie ervaart als kwaad bij nader inzien juist goed zijn? Of sterker, kun je schaamte, het door de grond willen zakken, gaan ervaren als deel van schoonheid en liefde?
Voor Socrates was dat de kern van filosofie: oefening in harmonie. In de drie delen van de ziel en de twee perspectieven van de geest telkens het ene te vinden, dat wat jezelf en de wereld tot een geheel maakt, uit één stuk. Is dat mogelijk, in zo’n concreet geval als betrapt worden bij Albert Heijn? Het vergt scholing, zelfonderzoek, het vermogen je ervaring naar een hoger plan te tillen. Is dat te doen voor een mens?
