Home Arjen Kleinherenbrink: ‘De wereld draait niet om de mens’

Arjen Kleinherenbrink: ‘De wereld draait niet om de mens’

Door Jolanda Breur op 22 augustus 2017

Arjen Kleinherenbrink: ‘De wereld draait niet om de mens’
Cover van 09-2017
09-2017 Filosofie magazine Lees het magazine

Het is tijd voor een nieuwe kijk op de werkelijkheid, stelt filosoof Arjen Kleinherenbrink. Hij geeft alle dingen, waaronder de mens, evenveel recht van spreken.

Als de zon ’s ochtends op het platte dak van zijn huis staat en in de bakkerij onder zijn woning de ovens loeien, brandt filosoof Arjen Kleinherenbrink zijn bed uit. Wie maakt hier eigenlijk de dienst uit, vroeg hij zich af. Kleinherenbrink ziet een link tussen dit ongemak in zijn huis en het thema van zijn laatste boek Alles is een machine. ‘Ik schreef het vanwege mijn fascinatie voor onze objectgerichtheid. Ik loop rond met een telefoon in mijn hand en er staat een ventilator in de kamer. Ik stoot me steeds bijna aan een lamp die ik gisteren heb verhangen. We worden doorlopend geconfronteerd met dingen die meer invloed op ons leven hebben dan we beseffen. Toch betrokken we ze nooit fatsoenlijk in onze denkwereld.’

Daar wil Kleinherenbrink, onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, verandering in brengen. Metafysica of realiteitsleer verdient een plaats in de publieksfilosofie en het reductionisme moet worden teruggedrongen. Dat ambitieuze plan mondde uit in een intrigerend, toegankelijk boek over onze complexe relatie met de wereld.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Waarom hebben we volgens u een nieuwe blik op de werkelijkheid nodig?
‘Nederland heeft te weinig aandacht voor fundamentele filosofische vragen, terwijl die de basis vormen van talloze maatschappelijke debatten. De publieksfilosofie draait vooral om politiek en psychologie. In Frankrijk en Duitsland, bijvoorbeeld, speelt metafysica ook een rol. Mijn metafysische filosofie borduurt voort op onder meer die van de Franse denkers Bruno Latour en Michel Serres. Ik pleit tegen reductionistisch denken waarbij een zwerm van entiteiten teruggebracht wordt tot één ding. Dat ene kun je met een hoofdletter schrijven. De Natuur, het Volk, de Economie, God. Dan doe je alsof één grote machine een werkelijk bestaande groep objecten, mensen en gebeurtenissen aanstuurt.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Fotografie: BMFotografie

Is reductionisme niet een onuitroeibare menselijke neiging om de boel overzichtelijk te houden?
‘We kunnen inderdaad niet anders. We zouden krankzinnig worden als we een kamer binnenlopen en aan elk detail evenveel aandacht moeten besteden. Maar reduceren wordt kwaadaardig wanneer je er de werkelijkheid mee verklaart en hiernaar gaat handelen. Je ziet mensen dan bijvoorbeeld enkel als leden van een land of religie. Of je behandelt water en grond louter als hulpbronnen voor de mens.’

Wij en alle entiteiten om ons heen vormen in uw woorden ‘een dingenzwerm’, een enorme hoeveelheid machines. Hoe gaan die met elkaar om?
‘Georganiseerd, maar niet harmonieus; piepend en knarsend. Om een dam in bedwang te houden is kracht nodig, en dit veroorzaakt slijtage. Ook het water tegen de dam zorgt voor de nodige effecten. In de menselijke variant kun je bijvoorbeeld van manipulatie spreken. Alle dingen hebben een eigen essentie of kern waarmee ze invloed uitoefenen. De kern is een verzameling vermogens. Jij bent niet het gesprek dat je nu voert maar wel, onder andere, het vermogen om te spreken. Die vermogens veranderen continu door interacties met andere dingen. Hoe, dat kunnen we nooit voorspellen. Het idee van individuele dingen met een eigen essentie is al ruim een eeuw impopulair, helaas. Dat komt doordat men altijd dacht dat die essenties onveranderlijk zouden zijn. Wij kunnen er slecht tegen wanneer dingen niet soepel op elkaar aansluiten. Als wezens met een beperkte hoeveelheid tijd en energie raken we soms gefrustreerd van een werkelijkheid vol processen die zich weinig van ons aantrekken.’

Wat zien we als we met behulp van uw metafysica naar de wereld kijken?
‘Een wereld bestaande uit fysieke, sociale, chemische en mentale systemen die door elkaar heen krioelen en op elkaar inwerken. Ik hoop dat we de andere dingen zo beter leren kennen en er meer rekening mee houden. Dat we ecologischer gaan denken, voelen en handelen. Niet met respect voor de natuur met een grote N, maar met het besef dat niet-menselijke dingen net zo effectief of effectiever zijn dan wij. Op heel andere voorwaarden, zonder rekening te houden met onze wensen. Daarmee worden we nu geconfronteerd. Denk aan sluimerende crises zoals de stijging van de zeespiegel. Dit zogeheten realistische perspectief is in de Engelstalige wereld al zo’n vijftien jaar gangbaar. Daar wordt het de objectgeörienteerde filosofie genoemd of speculatief realisme. Het is eigenlijk een oude verlichtingsgedachte. We doorbreken de illusie dat er een meesterentiteit is die alles bestiert en kijken eindelijk naar de dingen zelf. De Nederlandse dichter Lieke Marsman heeft net een roman geschreven, Het tegenovergestelde van een mens. Zij put uit dezelfde bronnen als ik. Die kant moet het op.’

Verkondigt u een moraal?
‘Ik ben geen ethicus, maar het oude humanistische ideaal heeft afgedaan. De wereld draait niet om de mens. De huidige politiek is een minder fraai voorbeeld van onze weigering dat te beseffen. Tijdens de laatste verkiezingen liet de SP op haar website weten helemaal vóór het bestrijden van klimaatveranderingen te zijn. Mits dat banen oplevert. Mark Rutte gaf aan voor die bestrijding te vertrouwen op de innovatieve kracht van ons bedrijfsleven. Extra overheidsinspanningen zijn niet nodig. Daaruit blijkt dat we de rest van de wereld alleen in overweging nemen als het ons uitkomt.’

Wat betekent dit voor ons als individu?
‘Onze planeet is een plek met entiteiten die ons constant verrassen. Ze houden zich net zo vaak wel als niet aan de regels waarvan jij denkt dat ze bestaan. Dan is het handig een soort rugzak te hebben met capaciteiten, plannen en strategieën, en mensen om je heen op wie je een beroep kunt doen. Het is slim om te beschikken over een set van zo’n tien dingen die je goed kunt. Nog beter is het om in staat te zijn dit arsenaal aan te passen aan nieuwe situaties. En dan zonder de illusie dat wij hier de dienst uitmaken. Dat is supermoeilijk, maar het is de verstandigste manier van leven.’