Home Niet-westerse filosofie Vrijheid bereik je door zonder ego te leven | recensie
Niet-westerse filosofie

Vrijheid bereik je door zonder ego te leven | recensie

5 november 2026

Vrijheid bereik je door zonder ego te leven | recensie
Cover FM11
11-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine

Het leven van de Japanse hofdame Nijō (1258-1307) werd gedomineerd door de mannen om haar heen. Dankzij het boeddhisme ontdekte ze hoe ze toch vrij kon zijn.

Passages zoals deze verwacht je niet in Japanse middeleeuwse literatuur: ‘Die avond behandelde Zijne Eminentie me zo meedogenloos dat hij mijn dunne ondergewaad aan repen scheurde. Hij pakte alles af wat ik had; zelfs de ochtendmaan kwam me hatelijk voor.’

Deze woorden zijn afkomstig uit het autobiografische geschrift De getuigenissen van hofdame Nijo uit de veertiende eeuw, dat onlangs door Jos Vos voor het eerst in het Nederlands werd vertaald. In ­tegenstelling tot grote middeleeuwse romans zoals Het verhaal van Genji, die de nadruk leggen op de verfijnde omgangsvormen aan het hof, toont Nijo’s (1258-1307) werk juist de rafelranden. De lezer krijgt een even pijnlijk als uniek beeld van de speelruimte die klassieke Japanse filosofieën overlaten voor de vrouw. Veelzeggend in deze context is ook de letterlijke vertaling van Nijo’s boektitel: ‘Een ongevraagd verhaal’. Maar dit boek biedt ook een hoopvolle, (zen)boeddhistische gedachte: dat de mens met een open ‘hart-geest’ altijd ruimte voor zichzelf kan vinden – ondanks beperkingen en onrechtvaardigheid.

Lees dit artikel verder

Voor € 6,99 per maand lees én beluister je dit artikel en alle andere online artikelen van Filosofie Magazine.

Word abonnee Al abonnee? Inloggen

Naar bed met de keizer

Het confucianisme, dat destijds in Japan een belangrijke leer was, stelde dat menselijke relaties hiërarchisch moeten zijn. Deze rangorde zorgt ervoor dat de harmonie in de wereld blijft bestaan. Zo staat de vorst boven de minister, de vader boven de zoon en de man boven de vrouw. Deze laatste relatie werd aan het Japanse keizerlijk hof streng doorgevoerd: hofdames mochten hun vertrekken niet uit, terwijl de adellijke heren op pad gingen voor staatszaken. Daarbij moest de dertienjarige Nijo (haar hofnaam betekent letterlijk ‘Tweede Laan’, namelijk die nabij het paleis) naar bed met keizer Go-Fukakusa (‘Zijne Eminentie’, 1234-1304), domweg omdat hij een oogje op haar had laten vallen.

Een andere mannelijke figuur die Nijo’s leven beheerste, was haar adellijke vader. Vlak voor zijn dood geeft hij zijn vijftien­jarige dochter een afscheidstoespraak vol vermaningen: ‘Dien je heer en meester. Als ook Zijne Eminentie je ongenoegen opwekt en je het niet langer uithoudt onder de mensen, begeef je dan zo snel mogelijk op de Ware Weg. Het allerschandelijkste zou zijn als je geen non werd en onze familie een reputatie bezorgde van lichtzinnigheid. Pas nadat je de wereld hebt verlaten, kun je doen wat je goeddunkt.’

De ‘Ware Weg’ waarover Nijo’s vader spreekt, is het boeddhisme. Westerse lezers die zich verdiepen in deze leer krijgen de indruk dat die draait om het bereiken van verlichting en zelfloosheid. Nijo’s vader heeft echter een egocentrisch motief: hij wil dat zijn dochter non wordt om de familie-eer zuiver te houden. Op die manier vult hij via het boeddhisme het bestaan van zijn dochter in. Toch kan het ‘verlaten van de wereld’ (lees: non worden) de jonge vrouw een zekere vrijheid geven. Adellijke dames die intraden, hoefden zich namelijk niet aan de confucianistisch geïnspireerde bewegingsbeperking te houden. Zij mochten pelgrimstochten ondernemen.

Herten

Deze boeddhistische levenswijze wordt inderdaad Nijo’s eindbestemming. De echtgenote van keizer Go-Fukasa wordt jaloers en Nijo valt in ongenade in het hof, waarna ze op pelgrimstocht gaat. Deze reizen, die ze maakt in het voetspoor van de grote boeddhistische dichter Saigyo (1118-1190), vormen een ware poëtische schatkamer in Nijo’s getuigenissen.

Via deze gedichten, die niet zelden over de maan gaan (het zenboeddhistische symbool van verlichting), toont de hofdame haar open ‘hart-geest’. Dit Chinees-Japanse begrip slaat op de eenheid van denken en voelen en wordt vaak met een spiegel vergeleken. Via meditatie of, in Nijo’s geval, het maken van pelgrimstochten, kun je deze spiegel zozeer oppoetsen dat je alles zonder ego weerkaatst. Deze reflectie of totale verbinding met je omgeving kan bij uitstek in de natuur worden gevonden, zoals Nijo schrijft: De herten/ hoog op de berg/ en zelfs krekels/ ­schreien ­broederlijk/ met me mee.

Hoogstwaarschijnlijk vond de hofdame van de Tweede Laan, wier echte naam we niet eens kennen, de hoogste vrijheid in het literaire schrijven. Dankzij de – zoals altijd bij Vos – kraakheldere vertaling kunnen we Nijo’s aangrijpende zoektocht naar adem- en ­bewegingsruimte op de voet volgen. Een soms droevige reis, maar ook eentje vol poëtische ontboezemingen, vol vertrouwen op een uiteindelijke verlossing: Inkt die ik bereid/ valt in de tranenzee./ Moge de stroming ons weer samenbrengen.

De getuigenissen van hofdame Nijo
Nijo
vert. Jos Vos
Athenaeum
320 blz.
€ 27,99

Loginmenu afsluiten