Wat antwoorden denkers van deze tijd op de vier grote vragen van Kant? Dit keer: journalist Pete Wu over gevormd worden door een cultuur.
Volgens Immanuel Kant (1724-1804) past elke filosofie in 4 vragen: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Wat is de mens?
Wat kan ik weten?
‘Ik weet eigenlijk niet zoveel over mijn ouders. Je kunt iemand nooit volledig kennen, daar zit altijd een limiet op. Maar bij mijn ouders ligt daar een extra drempel: onze relatie is vrij afstandelijk. Dat komt door een taalbarrière, maar ook door cultuurverschillen. Ik besloot daarom met ze mee te reizen naar Wenzhou, de stad in China waar zij vandaan komen. In de documentaireserie De sleutel van Pete doe ik verslag van die reis en in mijn boek Ik ben zo weer weg schets ik de sociologische context rondom hun migratie.
Pete Wu (1985) is journalist en schrijver. Hij schreef onder meer De bananengeneratie (2019) en Ik ben zo weer weg (2026) over zijn ervaringen als Chinese Nederlander.
In Wenzhou heb ik ze vragen gesteld die ik nooit eerder heb gesteld – over waarom ze daar weggingen, maar ook wat ze belangrijk vinden in een ouder-kindrelatie. Dat zijn enge vragen om te stellen, want fundamenteel gaat het over de vraag hoe goed je elkaar nu echt kent. Mijn moeder vond die vragen moeilijk. Ik heb in de Nederlandse liberale omgeving geleerd dat kwetsbaarheid goed is en dat vragen stellen je dichter bij iemand kan brengen. Maar zij hebben door hun omstandigheden, als migranten in Nederland, geleerd om onkwetsbaar te zijn. Ze hebben altijd in een overlevingsmodus gezeten en dan wordt het moeilijk om buitenstaanders – zelfs je eigen kinderen – binnen te laten.’
Wat moet ik doen?
‘Veel mensen doen dingen omdat ze denken dat ze het moeten doen, vanuit een plicht of een traditie – vooral in de Oost-Aziatische cultuur. Wat je doet, wie je bent en hoe je je presenteert, is gebonden aan regels en onzichtbare wetten. Het gaat erom rekening te houden met voorouders, familie, reputatie. In het Westen denken we daar heel anders over; wij vinden “jezelf zijn” en authenticiteit het grootste goed.
Tegelijk zag ik tijdens mijn reis ook de mooie kanten van het collectieve denken in de Chinese cultuur. Mijn tante doet bijvoorbeeld alsof haar geld ook mijn geld is. Als ik iets nodig heb, koopt ze het meteen. In Nederland zou je een Tikkie krijgen.’
Wat mag ik hopen?
‘“Ik richt mij tot de daad van de hoop,” schrijf ik in mijn boek. Daarmee bedoel ik dat ik in het verleden misschien te grote veranderingen heb verlangd van mijn ouders. De daad van de hoop bestaat eruit je te richten op wat er wél kan. Dat zit in kleine dingen, zoals gewoon fijne bezoekjes nu het nog kan.’
Even tussendoor …
Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
Pre-order speciale editie: Leven als filosoof
- Leer leven als een filosoof
- Ontdek de lessen van grote denkers
- Filosofie voor het dagelijkse leven
Lees Filosofie Magazine nu tijdelijk al vanaf 6,99 per maand
- Elke maand heldere analyses van scherpe denkers
- Lees én luister, met onbeperkte toegang tot filosofie.nl
- Op papier én digitaal, incl. archief in de app
Wat is de mens?
‘Tot op zekere hoogte zijn wij maakbaar. Natuurlijk zijn er karaktertrekken die je erft of omstandigheden die je vormen. En je kunt beperkt worden door het stereotiepe beeld dat anderen van je hebben. Maar ook daar kun je mee spelen. Mijn moeder weet dat niemand van een klein Aziatisch vrouwtje verwacht dat ze heel hard gaat schreeuwen als iemand iets gemeens doet. Zij doet dat dan juist expres.
Mijn ouders hebben een enorme keuze gemaakt door weg te gaan uit hun land. Ze hebben zich niet gevoegd naar hun omstandigheden. De mens kan zichzelf steeds opnieuw uitvinden.’
