Home Waarheid Geen verhaal is waargebeurd
Waarheid

Geen verhaal is waargebeurd

Door Piet Meeuse op 26 augustus 2026

waargebeurd verhaal dobbelstenen
beeld Ugo Mendes Donelli/Unsplash

De waarheid van een verhaal schuilt niet in de inhoud, schrijft Piet Meeuse, maar in de manier waarop het verteld wordt.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Hoe langer ik nadenk over de vraag wat een verhaal eigenlijk is, hoe meer ik tot de conclusie kom dat het iets ongrijpbaars is. Je zou het misschien kunnen vergelijken met zoiets als de entelecheia van Aristoteles: een actief vormgevend principe dat een mogelijkheid verwerkelijkt.

Je kunt een verhaal op allerlei manieren vertellen: in de vorm van een tekst (hetzij een lied, een gedicht of een stuk proza), maar ook als een strip, een toneelstuk of een film. Steeds is het verhaal datgene wat ‘erin zit’, zonder samen te vallen met de materiële vorm. Het is de ideële structuur ervan. Het geheel dat meer is dan de som der delen, en dat uiteindelijk de betekenis bepaalt van alle (onder)delen.

Piet Meeuse (1947) is schrijver en vertaler. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en vertaalde werk van Paul Valéry, Milan Kundera en Thomas Mann. Eerder publiceerde hij onder meer de essaybundels De jacht op Proteus (1992) en Doorkijkjes (1995).

Bedrog

Een verhaal is dus (in eerste en in laatste instantie) iets ideëels: niet gebonden aan enige materiële of uiterlijke vorm. Het is een samenhang van beschreven gebeurtenissen die zoiets als ‘een wereld’ schept: een imaginaire wereld of een ‘virtual reality’ die het mogelijk maakt erover na te denken alsof het de echte is. Ook als dat verhaal gebaseerd is op historische gebeurtenissen blijft het in de eerste plaats een verhaal: een fictieve constructie die niet verward mag worden met de werkelijkheid van de feiten. Toch gebeurt dat heel gemakkelijk, zeker wanneer het wordt voorgesteld als ‘waargebeurd’.

Als het relaas van iemand die vreselijke dingen heeft meegemaakt een diepe indruk maakt, dan is dat dus niet omdat het echt gebeurd is, maar omdat het ons wordt voorgesteld als echt gebeurd. Het zijn niet de feiten zelf, het is de vertelling ervan die ons aangrijpt. En als achteraf dan blijkt dat de verteller het allemaal verzonnen heeft – zoals  gebeurde in het geval van Binjamin Wilkomirski, wiens ‘jeugdherinneringen’ aan kamp Majdanek in Bruchstücke (1995) totaal verzonnen bleken – dan maakt dat voor de indruk die het verhaal op je maakte geen enkel verschil. Het effect van het verhaal was onmiskenbaar echt. Ook al voelen we ons in zo’n geval bedrogen, we kunnen niet ontkennen dat het een aangrijpend verhaal was.

Maar zo redeneren we meestal niet. We vinden hem een oplichter, een leugenaar die misbruik gemaakt heeft van onze goedgelovigheid. Dat is ook beslist het geval. En toch zou je ook vraagtekens moeten zetten bij je eigen geloof in het ‘waargebeurde’ van verhalen. Hoe klemmender het beroep dat gedaan wordt op die ‘waarheid’, des te meer is scepsis op zijn plaats.

Betrouwbare bronnen

Des te verdienstelijker, zou je anderzijds ook kunnen concluderen, is een verteller die ons weet te raken met een verhaal waarvan we op voorhand weten dat het niet echt gebeurd is. Dat geldt voor veel goede romans. Maar helaas legt de waardering voor fictie het voor de meeste mensen nog altijd af tegen hun waardering voor zogenaamd ‘waargebeurde’ verhalen.

Dat komt doordat verhalen in het dagelijks leven vaak een belangrijke rol spelen als bron van informatie. Dagelijks hoor je allerlei verhalen van mensen om je heen: collega’s, vrienden, familieleden en kennissen houden je op de hoogte van wat ze meemaken of gehoord hebben. En dan is het natuurlijk van belang hoe betrouwbaar die informatie is. Die informatie kun je nodig hebben om je standpunt in een kwestie te bepalen of om beslissingen te nemen. Verhalen van mensen die je kent en vertrouwt, zul je eerder geloven dan die van onbekenden. Als ik een verhaal hoor over iemand die achter mijn rug om dingen over mij vertelt die mij niet bevallen, zal dat consequenties hebben voor hoe ik over die persoon denk en voor mijn houding tegenover hem of haar. (Tenzij ik degene die het mij vertelt niet vertrouw, natuurlijk.)

Het plezier van verzonnen verhalen

Die informatieve functie is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom zoveel mensen vooral, of zelfs uitsluitend, geïnteresseerd zijn in ‘waargebeurde’ verhalen. Zij gaan ervan uit dat verhalen dienen om ons iets te vertellen over de werkelijke wereld en zijn dus geneigd om ze te beoordelen op hun informatieve waarde. Zulke mensen kunnen zich maar moeilijk voorstellen dat je plezier zou kunnen beleven aan, of zelfs ontroerd zou kunnen worden door verzonnen verhalen. (Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom mensen zelfs bij fictie toch altijd nieuwsgierig zijn naar biografische achtergronden van de auteurs. Waarom verzint iemand zoiets, vragen ze zich af, daar moet toch iets achter zitten. Waar rook is…)

Het is dus van belang een onderscheid te maken tussen die informele verhalen uit het dagelijks leven en de formele verhalen, die een artistieke vorm hebben gekregen. Als ik iemand die ik niet ken een verhaal hoor vertellen aan de bar in een café, zal ik mij eerder afvragen of het wel waar is wat hij vertelt dan wanneer ik een literair verhaal lees. Hoe betrouwbaar is die vent, denk ik dan. Overdrijft hij niet? Is er geen belangrijke informatie weggelaten? Ik probeer kortom in te schatten hoe serieus ik zijn verhaal moet nemen.

Geloofwaardig

Maar verhalen hebben niet alleen een informatieve functie. Ze kunnen ook gebruikt worden als een middel om je op de een of andere manier te beïnvloeden. Om begrip te kweken voor iets of iemand, je te waarschuwen voor bepaalde gevaren of om je te vermaken of te ontroeren.

Als ik een verhaal in een boek lees of een speelfilm bekijk, vraag ik me niet af of het echt gebeurd is; dan neem ik het verhaal zoals het verteld wordt, omdat het mij om het verhaal zélf gaat. Dan is het voldoende als het geloofwaardig is – en dat is iets heel anders dan ‘waargebeurd’ of ‘realistisch’: geloofwaardigheid heeft te maken met het talent van de verteller om je mee te nemen in de wereld van het verhaal, ongeacht of het een sprookje is of een documentair verhaal.

Even tussendoor …

Meer lezen over filosofie en verhalen? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Toch bestaat er geen principieel verschil tussen die verhalen: in beide gevallen is de informatieve waarde onvermijdelijk ondergeschikt aan de vorm die de verteller eraan geeft en die de betekenis van zijn verhaal bepaalt.

Daarom zou je elk verhaal dat pretendeert informatie te geven over de werkelijkheid, dus ook nieuwsverhalen en verhalen die je aan de keukentafel en in een talkshow hoort of op sociale media leest, moeten benaderen zoals je een literair verhaal leest. Dus als fictie. Je zou alert moeten zijn op de vorm waarin het verteld wordt: de woordkeus, de toon waarop het wordt gebracht, vanuit welk perspectief het wordt verteld, wat wordt benadrukt en wat verwaarloosd, et cetera. Want al die dingen zeggen iets over de intentie van de verteller, en die geeft weer een indicatie over de betekenis van wat er verteld wordt.

Het ware verhaal

Maar als het je om de informatie te doen is, lees of luister je niet op die manier naar verhalen. (Daar heb je ook simpelweg de tijd niet voor). Hoe nieuwsgieriger we zijn naar die informatie, hoe minder we letten op de vorm. Dat is de reden waarom we zo manipuleerbaar zijn en ons zo makkelijk van alles wijs laten maken. Het verklaart wellicht ook de hardnekkigheid en de populariteit van complottheorieën en het succes van allerlei desinformatie in tijden van onzekerheid (zoals tijdens de coronapandemie).

Het ware verhaal over het vertellen is dus dat elk verhaal in de eerste plaats het product is van een verteller, die daarmee vorm geeft aan wat hij of zij belangrijk genoeg vindt om te vertellen. Met andere woorden: elk verhaal zegt altijd ook, en zelfs in de eerste plaats, onvermijdelijk iets over degene die het vertelt. Het bedrieglijke van alle verhalen is dus dat hun ‘waarheid’ niet schuilt in die informatie, maar in de manier waarop die wordt gepresenteerd – ‘Vertel me een verhaal en ik zal je zeggen wie je bent.’

Dit is een bewerkte voorpublicatie van het essay ‘Waargebeurd is geen verhaal’ uit de bundel Het hele verhaal van Piet Meeuse, die op 9 september 2026 verschijnt bij Athenaeum.

Loginmenu afsluiten