Home Niet-westerse filosofie Wie ‘ik ben’ zegt, maakt van zijn bestaan een eiland
Niet-westerse filosofie

Wie ‘ik ben’ zegt, maakt van zijn bestaan een eiland

Door Babah Tarawally op 3 juni 2026

moeder met kind in draagzak in Sierra Leone
beeld Annie Spratt/Unsplash
In Afrika ben je niet alleen jezelf, maar ook je gemeenschap, schrijft Babah Tarawally. ‘Mijn naam is een optelsom van ieder voor mij.’

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

Tussen twee landen in ligt het dorp van mijn grootvader, van moederskant. Een dorp dat ademt in het ritme van de Conteh-clan, kinderen van het Mandingo-volk. Mijn opa was niet zomaar een man; hij droeg het gewicht van woorden en het vertrouwen van zijn mensen. Als hoofd van het volk was hij meer dan een leider, hij was een verbinder. Wanneer er ruzie ontstond, kwam men bij hem. Hij sprak met wijsheid, luisterde met geduld, tot vrede weer kon wortelen tussen mensen.

Als kind zag ik hoe er altijd bezoekers kwamen. Reizigers, vermoeid van de weg, klopten aan bij zijn huis. Ze kregen water, een maaltijd, een plek om te slapen. Sommigen bleven dagen, anderen weken. Niemand vroeg geld, niemand hield de kosten bij. Het was vanzelfsprekend. Zo deden we dat. Zo waren we.

Babah Tarawally (1972) is schrijver, columnist en programmamaker. In 1995 ontvluchtte hij Sierra Leone voor de burgeroorlog daar en vroeg hij asiel aan in Nederland. Tarawally schreef onder meer De getemde man (2023), Gevangen in zwart wit denken (2018) en De god met de blauwe ogen (2010).

Pas jaren later, in Europa, begon ik vragen te stellen. Waarom was dat zo gewoon bij ons, en zo vreemd hier? In het Westen lijkt de deur op slot, zelfs als het hart open wil. In het Westen is gastvrijheid een afspraak, geen gewoonte. In Sierra Leone is het een geschenk als iemand bij je blijft slapen, een gebaar van verwantschap. Je deelde wat je had omdat het niet alleen van jou was.

Wij zijn

Ik begrijp nu dat wat wij in Afrika gemeenschapszin noemen, in Europa misschien een verlangen is dat men heeft leren vergeten: dat wij pas bestaan in de ander. Dat je pas rijk bent als iemand op je deur klopt en jij kunt zeggen: kom binnen, broer, zus, je bent van harte welkom.

Mijn naam is, niet: ik ben.

De eerste opent de cirkel, de tweede sluit die.

‘Mijn naam is’ roept niet alleen mij op, maar ook hen die vóór mij kwamen, hen die mijn pad effenden, die zongen toen ik nog niet bestond.

‘Mijn naam is’ zegt: wij zijn.

Het is de stem van het collectief dat door mij heen ademt.

Het autonome zelf

In het Westen leerde ik om mezelf voor te stellen met ‘ik ben’. In het Westen draait het om wie ik ben, wat ik heb gedaan, welke talenten ik bezit en welke successen ik zelf heb behaald. Mijn identiteit staat los van mijn familie, mijn vader of mijn grootouders, het gaat om mijn verhaal. In die zin weerspiegelt het de moderne, individualistische erfenis van René Descartes’ denken: het idee dat het zelf autonoom is, zelfbewust, en niet gedefinieerd wordt door relaties of afkomst.

In Afrika is dat anders. Daar draait het niet om de ik, maar om de wij. Je bent niet alleen jezelf, maar ook het kind van je ouders, de kleinzoon van je grootouders, drager van hun naam, hun geschiedenis en hun eer. Daar draag je niet alleen je eigen identiteit, maar ook die van de gemeenschap die jou gevormd heeft.

Wanneer ik zeg: ik ben, dan snijd ik mezelf los uit die stroom, dan maak ik van mijn bestaan een eiland, in plaats van een rivier die gevoed wordt door talloze bronnen.

Mijn naam, Babah Tarawally, is daarom geen bezit, het is een erfenis, een echo van de tijd toen mijn volk samen de bossen in trok, jagers, verzamelaars, dromers van een gedeelde toekomst.

Daar begon het wij.

Eerbetoon

Met Babah ben ik vernoemd naar mijn opa. Babah betekent vader, wat voor mijn vader een eerbetoon is aan zijn eigen vader. Elke keer dat hij mij ziet, denkt hij aan zijn vader. Ik was de levende incarnatie van zijn overleden vader.

En mijn achternaam Tarawally is de optelsom van ieder die voor mij is geweest. Alle generaties voor mij zijn vertegenwoordigd. Tarawally, in het Frans Traore, was onze voorouder en een generaal en militair adviseur van de koning van het rijk van Mali, werd me verteld. Het was een machtig rijk dat zijn naam later aan het land gaf. Gesticht door Sundiata Keita, bekend van de legendarische koning Mansa Musa, die beroemd was om zijn rijkdom.

Even tussendoor …

Meer lezen over niet-westerse filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Niet uit de hemel gevallen

Vanaf mijn kindertijd wist ik: ik ben niet uit de hemel gevallen, niet gedragen door een ooievaar, maar gedragen door de handen van voorouders. Mijn bestaan is een geschenk, mogelijk gemaakt door hun offers. Daarom begin ik niets zonder eerst hun namen te fluisteren, hun zegen te vragen, hun aanwezigheid te voelen. Want ook al zijn ze onzichtbaar, ze bewegen nog steeds in de wind, in de adem, in het ritme van mijn hart.

Vanuit dat collectieve besef zet ik mijn stappen in de wereld, wetend dat ik overal waar ik kom met mensen kan verbinden. Want er is iets dat ons allemaal verbindt: mens zijn.

Ik besta omdat wij bestaan

In Sierra Leone, in buurlanden als Guinea en Liberia, en in vele andere delen van West-Afrika, leven mensen die mijn achternaam dragen. En omdat ik dezelfde naam draag, opent zich soms iets wonderlijks: een huis waar ik gratis logeer, een tafel vol eten en barmhartigheid.

Zonder dat ze mij kennen, ben ik welkom; niet uit logica, maar uit iets diepers, iets spiritueels.

Spiritualiteit, voor mij, is dat besef: dat leven niet lineair is, maar een cirkel. Dat de ongeborenen, de levenden en de levend-doden één adem delen, drie gezichten van hetzelfde wezen. Wie dat voelt, weet: je kunt nooit werkelijk alleen zijn. Wij zijn magneten die elkaar aantrekken, vonken van dezelfde bron.

Zolang er mensen bestaan, is niemand verloren.

Ik besta omdat wij bestaan.

Dit is een bewerkte voorpublicatie van het boek Ik ben geen mango, ik ben een mens van Babah Tarawally, dat op 11 juni 2026 verschijnt bij Ten Have.

Ik ben geen mango, ik ben een mens. De ziel van ubuntu
Babah Tarawally
Ten Have
160 blz.
€ 22,99

Loginmenu afsluiten