In 2016 werd ‘post-truth’ door Oxford Dictionary uitgeroepen tot het woord van het jaar. Ophef over feitenvrije politiek heeft plaatsgemaakt voor gewenning: elke dag komen er wel uitspraken van politici voorbij waarvoor bewijs ontbreekt. Retoriek en strategie horen natuurlijk bij het politieke spel: wat een beleidsmaker verkondigt hoeft niet samen te vallen met wat hij of zij gelooft. Maar mag een politicus stellig een overtuiging verdedigen als het bewijs daarvoor ontbreekt?
Nee
Over de ethiek van overtuigingen werd in de negentiende eeuw een beroemde discussie gevoerd. Aan de ene kant stond de Britse filosoof en wiskundige William Clifford, die stelde dat het altijd verkeerd is om iets te geloven op basis van onvoldoende bewijs. Clifford illustreerde zijn stelling met het voorbeeld van een scheepseigenaar die, ondanks de gammele staat van zijn vaartuig, blijft geloven dat het schip zijn bestemming veilig gaat bereiken. Dat geloof is onverantwoordelijk, omdat het de veiligheid van de passagiers in gevaar brengt. Je overtuigingen baseren op wensdenken of eigenbelang is niet alleen onverstandig, maar immoreel: je brengt jezelf en je medemens ermee schade toe. Die argumentatie kun je doortrekken naar de onverantwoordelijke politicus van vandaag. Als die het bewijs tegen zijn overtuiging niet serieus neemt, brengt dat de maatschappij in gevaar.
Ja
De Amerikaanse pragmatische filosoof William James nam stelling tegen Clifford en betoogde dat onjuiste overtuigingen niet altijd schadelijk zijn. Neem de overtuiging dat je met homeopathische middelen van een ziekte zult genezen of de overtuiging dat je een sportwedstrijd gaat winnen, al is de strijd nog niet gestreden. Zulke overtuigingen getuigen weliswaar van wensdenken, maar ze kunnen ook een placebo-effect genereren of extra zelfvertrouwen geven, en daarmee de kans op werkelijk succes vergroten. Met andere woorden: de overtuigingen maken zichzelf waar. Gezien de positieve uitwerking die overtuigingen kunnen hebben, concludeerde James, is het niet altijd verkeerd om iets te geloven zonder voldoende bewijs. Bewijs is bovendien niet altijd voorhanden; in sommige kwesties schiet het intellect domweg tekort. Dat een overtuiging irrationeel is, maakt die nog niet onwenselijk.
