Home Filosofie en literatuur Kamel Daoud: ‘Schrijven haalt de doden uit de ultieme dood van de stilte’
Filosofie en literatuur

Kamel Daoud: ‘Schrijven haalt de doden uit de ultieme dood van de stilte’

Door Annette van der Elst op 2 februari 2026

schrijver Kamel Daoud
beeld Maarten Noordijk
Cover van
02-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Schrijver Kamel Daoud moest weg uit Algerije vanwege zijn kritiek op het regime. ‘In een dictatuur neemt het zwijgen bezit van je lichaam.’

Het is rumoerig in het Haagse Danstheater, waar we zoeken naar een geschikte plek voor ons gesprek. Terwijl we de roltrap op en weer af gaan, kijkt de Algerijns-Franse schrijver Kamel Daoud op zijn telefoon. Hij heeft een druk programma rondom het verschijnen van vertalingen van zijn roman Houris. Gisteren was hij in Brussel en komende weken bezoekt hij Kopenhagen, Berlijn en Seoul. Ook moet hij zijn column schrijven voor het Franse weekblad Le Point. Waarover? Hij weet het nog niet.

We gaan naar café Kafka aan de overkant – een toepasselijke naam gezien Daouds situatie. In 2014 sprak de salafistische imam Abdelfattah Hamadache Zeraoui op Facebook een fatwa uit waarin hij opriep tot Daouds ‘executie’ vanwege afvalligheid en ketterij. Daoud had gezegd dat de Arabische wereld eerst eens het vraagstuk God moet oplossen, om de mens te rehabiliteren. De imam vond dat hij daarmee moslims, Allah en Algerije had beledigd en het Westen verheerlijkte. De imam werd hiervoor weliswaar veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, maar heeft die nooit uitgezeten.

Daoud wordt sindsdien ernstig bedreigd. Na het uitkomen van zijn boek Houris in 2024, waarvoor hij in Frankrijk de prestigieuze Prix Goncourt ontving, zijn er bovendien nog twee arrestatiebevelen tegen hem uitgevaardigd door de regering in Algiers. Toch beweegt Daoud zich zonder angst op straat. ‘Het gaat om het leven,’ zegt hij. ‘Ik wil blijven hopen. Wat kun je anders? Ik wil me niet door angst laten leiden, maar door liefde en schoonheid.’

Wil je dit artikel verder lezen?

Sluit een abonnement af op Filosofie Magazine voor slechts 4,99 per maand en krijg toegang tot dit artikel én de duizenden andere diepgaande filosofische artikelen. Luister nu ook alle nieuwe artikelen als audio.
Word abonnee en lees verder > Al abonnee? Log dan in en lees (of luister) verder.

Kamel Daoud (1970) is een Algerijnse schijver. Hij studeerde wiskunde en literatuurwetenschap en deed als journalist verslag van de Algerijnse burgeroorlog. Hij schreef meerdere romans, waaronder Moussa, of de dood van een Arabier (2013), een reactie op De vreemdeling van Albert Camus, en Houris (2024). Beide boeken werden bekroond met literaire prijzen. Sinds 2023 woont Daoud niet meer in Algerije vanwege bedreigingen en intimidaties. Zijn boeken zijn daar verboden.

Maar in Houris worden die liefde en schoonheid overwoekerd door grauwe ellende en plastische beschrijvingen van het zogeheten ‘zwarte decennium’, de burgeroorlog die in Algerije woedde van 1992 tot 2002. Aube, de ik-persoon en een kapster in de stad Oran, gaat op pelgrimage naar haar geboortedorp, dat l’Endroit Mort (‘de dode plaats’) genoemd wordt. Toen ze vijf jaar oud was, vond daar een massaslachting plaats door islamisten: aanhangers van een conservatieve politieke ideologie binnen de islam, die de scheiding van kerk en staat niet erkent. Aube lieten ze voor dood achter, na haar de keel te hebben doorgesneden. Ze overleefde, maar haar stem is ze kwijt. Via een innerlijke dialoog met haar ongeboren dochtertje vertelt ze over haar pelgrimage en de afschuwelijke herinneringen die haar achtervolgen.

In Algerije is uw boek verboden, want openbaar over de oorlog spreken is niet toegestaan. Wilde u met uw roman het gat in het collectieve geheugen opvullen?
‘Ik was begin twintig toen de burgeroorlog uitbrak en deed er als journalist voor de krant Le Quotidien d’Oran verslag van. Ik was getuige van executies en bomaanslagen, ik liep door dorpen waar honderden mensen waren afgeslacht. Soms voelde de grond sponsachtig aan, dan bleek ik letterlijk over lijken te lopen. Er werden naar schatting 200.000 burgers gedood, met name door aanhangers van de islamistische partij FIS, die zich als winnaar zag van de door het regime ongeldig verklaarde verkiezingen van 1992. De burgeroorlog is een geschiedenis die alle Algerijnen met zich meedragen, maar het is onmogelijk gemaakt om er collectief over te rouwen. De enige oorlog waarover gesproken wordt, die juist eindeloos herdacht wordt, is de koloniale oorlog met Frankrijk, die eindigde met de onafhankelijkheid van Algerije in 1963, zeven jaar voor mijn geboorte. Over het zwarte decennium moeten we zwijgen. Ik wil door te schrijven die oorlog uit de vergetelheid halen en de doden uit de ultieme dood van de stilte halen. Schrijven is voor mij een bevrijding uit de stilte, uit het zwijgen.’

U schrijft in het Frans. Dat wordt u vaak verweten: het zou de taal van de koloniale macht zijn.
‘Ik heb mij als adolescent het Frans zelf aangeleerd, door veel te lezen. Van mijn vader, militair tijdens de Franse periode en later politieagent, leerde ik het alfabet. Toen ik zestien werd gaf hij me een woordenboek, de Petit Robert. Een duur cadeau waarover ik mij schuldig voelde: van mijn vaders salaris moesten veertien mensen leven. Toen ik op de universiteit kwam in Oran, sprak ik boekentaal terwijl mijn medestudenten vloeiend Frans spraken. Ik ben nog altijd onzeker over mijn dictie.

De laatste jaren zie ik in Algerije een groeiende haat jegens het Frans en wordt er vaak gekozen voor Engels als tweede taal. Zo zijn de Franse opschriften op verkeersborden vervangen door Engelse. Maar het Frans zien als de taal van de machthebber en het Arabisch als de taal van de voormalige onderworpenen, is kortzichtig. Het Frans was mij voor de taal van het verlangen, de opening naar de wereld en naar de ander, het avontuur, de ontdekking van sensualiteit. De eerste erotische teksten die ik las, waren in het Frans.’

Het Frans is voor u niet zomaar de taal van vrijheid, maar dus ook gekoppeld aan de bevrijding van het lichamelijke.
‘Absoluut. Tijdens mijn adolescentie realiseerde ik me dat allerlei mensen zich met mijn lichaam bezighielden. De islam legt regels op aan het lichaam en ziet het als een bron van zonde. Maar ik besefte dat ik, als ik zou sterven, de enige zou zijn die mijn lichaam verliest. Toen heb ik het omgedraaid: het is mijn lichaam, waarmee ik liefheb en geliefd word, en dat moet worden losgemaakt van het idee van zonde.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Is de bevrijding van het lichamelijke ook een thema in Houris? Houri is de naam die Aube aan haar ongeboren kind geeft. Het woord verwijst naar de maagden in het paradijs die de beloning zouden zijn voor gelovige moslims. Bij u wordt de houri een aardse vrouw.
‘De Arabische wereld heeft een probleem met de vrouw, met haar lichaam. Ze moet zich hullen in sluiers; loopt ze in een korte rok met bloemen, dan riskeert ze een gevangenisstraf. Ze wordt geweerd uit grote delen van de publieke ruimte. De helft van de bevolking doet bijna niet mee: de Arabische wereld loopt op één been, hoeveel talent wordt wel niet verspild? “Feminist”, zoals ik mezelf noem, is in Algerije een verboden woord, want zogenaamd een aanval op de “waarden van de natie”. De islamisten willen de vrouw in haar huis opsluiten, terwijl de progressieven, die streven naar verandering, vragen om geduld als het gaat om de positie van de vrouw. “Het is nog niet het moment,” klinkt steeds. Ik wil strijden voor de vrouw, voor de bevrijding van haar aardse hoedanigheid. Daarom heb ik van de hemelse Houri die een beloning moet zijn voor mannen, een aardse gemaakt die voor zichzelf is.’

Er is een aanklacht tegen u ingediend. Een vrouw herkent zich in Aube en beweert dat u haar verhaal heeft gestolen.
‘Dat is onzin, zo ga ik niet te werk. Dit verhaal is fictie, maar de oorlog heb ik niet verzonnen en talloze vrouwen kunnen zich in dit verhaal herkennen. Er zijn vele Aubes.’

Ziet u deze aanklacht in het licht van de maatregelen van het Algerijnse regime tegen u en andere schrijvers? Uw vriend Boualem Sansal werd in november 2024 gevangengenomen, kort nadat u de Prix Concourt had ontvangen.
‘Tijdens de burgeroorlog werden schrijvers en journalisten vermoord, nu worden ze geïntimideerd en opgesloten. Ik wist dat mijn boek verboden zou worden en aangevallen. En ik wist dat ik gevaar liep toen ik op een dag een telefoontje van een onbekende man kreeg, iemand van de geheime dienst, die me uitnodigde voor de koffie. Iedereen in Algerije weet dat je dan op de lijst staat. Ik ben erheen gegaan en heb vervolgens besloten om uit Algerije te vertrekken, wat me pijn doet, want ik houd van mijn land, de zee, de lucht.

Maar de arrestatie van Boualem Sansal had ik niet voorzien – een man van tachtig. Schrijvers zijn blijkbaar gevaarlijk, verbeelding is gevaarlijk. Hoe het is om in een dictatuur te wonen, is moeilijk te begrijpen voor degenen die het niet kennen. Het wordt een gewoonte, zei Dostojevski. Sansal beschrijft dit fenomeen in zijn boek 2084. De stilte, het zwijgen neemt bezit van je. Dat is wat je in een dictatuur gaat voelen. Allereerst met je lichaam.’

‘“Feminist” is in Algerije een verboden woord’

U krijgt ook bedreigingen vanwege uw kritiek op het islamisme, de politieke islam. En u waarschuwt ons in Europa voor onze naïviteit.
‘Het islamisme is een bedreiging van onze vrijheden. Wat we in Algerije hebben gezien, is een les: een land kan omkantelen, maar dat gebeurt niet van de ene dag op de andere. Het gaat geleidelijk, tot je beseft dat je vrijheid verdwenen is. We kennen hun werkwijze en wat de islamisten willen: onderwerping aan de sharia. En de obsessie van de politieke islam met onderwijs en justitie zegt daarbij veel, want dat is waar waarden worden overgedragen, waar kinderen en jongeren kunnen worden beïnvloed. De moord op de Franse docent Samuel Paty in 2020 was symbolisch. Dat is meer dan een executie, het is de weigering van de overdracht van de waarden van de laicité, de scheiding van kerk en staat, die staan voor vrijheid.’

Wat kunnen we doen?
‘Het gaat er niet alleen om terroristen te arresteren. We moeten het islamisme ontmantelen, door het los te koppelen van de gemeenschap en het geloof van moslims. Geloven berust op een intieme keuze, maar het islamisme streeft naar macht. En die beweging is ook gaande in Europa, op scholen en op internet, door de druk die wordt opgevoerd op het justitiële apparaat en door het hanteren van een bepaalde taal, zoals het woord “islamofobie”. We moeten kunnen praten over de islam en het islamisme zoals we dat over alle ideologieën doen. En bovenal moeten we niet tolereren dat we onze verworvenheden en vrijheden prijsgeven.’

Houris
Kamel Daoud
Ambo Anthos
352 blz.
€ 24,99

Loginmenu afsluiten