‘Een vrij mens denkt in het geheel niet aan de dood’
Soms is iemands patroon zo hardnekkig dat het voor mij als therapeut steeds moeilijker te begrijpen is, alsof een patiënt mij via zijn gedrag doordrongen wil maken van zijn lijden omdat hij er de woorden niet voor heeft.
Zo houdt een patiënt, een man van eind zestig, hardnekkig vast aan zijn zelfopofferende gedrag in relatie tot zijn inmiddels volwassen kinderen en andere familieleden. Hij klaagt er steen en been over. Deze man leeft tussen mensen die alleen maar lijken te vragen en niets geven, ondankbare kinderen en achteloze vrienden, vriendelijke mensen, dat wel, maar mensen die zich aan hem weinig gelegen laten liggen.
Zijn intelligentie en vermogen tot zelfspot zorgen ervoor dat hij zichzelf niet altijd al te serieus lijkt te nemen en niet alle schuld buiten zichzelf legt. Tegelijkertijd maakt deze schijn van emotionele fijnbesnaardheid het nog moeilijker te achterhalen wat hem ertoe aanzet keer op keer in het oude gedrag te vervallen en tegen zijn zin iets te doen voor de ander, zonder er wat voor terug te krijgen.
De teleurstelling in anderen weerspiegelt de teleurstelling over zijn leven. Tussen de regels gaat het over wat hij heeft gemist en verloren, waar hij op had gehoopt en wat hij er nog van mag en durft te verwachten. De man heeft een stoïcijnse houding ten aanzien van zijn eindigheid terwijl zijn lijden heel nadrukkelijk over de dood lijkt te gaan.
‘Een vrij mens denkt in het geheel niet aan de dood, en zijn wijsheid bestaat niet uit denken aan de dood, maar aan het leven,’ schrijft Baruch Spinoza (1632-1677). Het is een gedachte die diametraal lijkt te staan op de waarde die doorgaans wordt toegekend aan het contempleren van je eigen sterfelijkheid.
De serie Dying for sex vertelt het verhaal van Molly, halverwege de veertig, die hoort dat haar kanker ongeneeslijk is en dat ze zich moet voorbereiden op de dood. Molly bestond echt, en ze maakte een podcast over de manier waarop ze zich verhield tot dit nieuws en haar nieuwe perspectief op het leven. Het laatste waar Molly mee bezig is, is met sterven. Ze verlaat haar man en gaat op zoek naar seks omdat ze zich onvervuld voelt op dat gebied. Ze wil eindelijk weer iets voelen en daarvoor haalt ze van alles uit: masturberen in haar eentje op een hotelkamer, daten via apps, een ontdekkingstocht in de BDSM-scene waar ze experimenteert met dominantie en onderwerping.
Molly’s seksuele kruistocht ademt levenslust in plaats van doodsangst. Volgens Sigmund Freud (1856-1939) gaan seksualiteit en dood beide over grenzen en ontbinding; in het Frans wordt een orgasme la petite mort (de kleine dood) genoemd.
De confrontatie met haar eindigheid heeft Molly aangezet om haar leven te herzien. In plaats van zich te richten op het einde, voelt ze een ontembaar verlangen naar leven, wat zich bij haar uit in een seksueel experiment. Ze is bevangen door een vorm van haast, de goede variant waarbij het besef dat er geen tijd te verliezen is resulteert in eindelijk kiezen in plaats van eindeloos overwegen en tobben.
Ik wens mijn patiënt een dergelijke haast toe, waarbij een bewuste confrontatie met zijn eindigheid hem aanspoort om over zijn leven na te denken. Paradoxaal genoeg zal hij onder ogen moeten zien dat de dood hem op de hielen zit, om voor zijn leven te kiezen en te doen wat hij wil. Liever laat hij zich vrijwillig voor ieders karretje spannen en laat hij zijn leven door anderen leiden.
Biedt Spinoza’s filosofie troost in onthutsende tijden? Marte Kaan gaat er op zondag 12 oktober 2025 over in gesprek met filosoof Han van Ruler en sjamaan Sara Hermanides bij Filosofie in Den Haag. Klik hier voor meer info en tickets.
De gevalsbeschrijvingen uit deze rubriek zijn nooit herleidbaar tot een bestaande patiënt of oud-patiënt.
