Home 4 vragen aan… Tim Fransen

4 vragen aan… Tim Fransen

Door Frank Meester op 30 juni 2015

07-2015 Filosofie magazine Lees het magazine
Solidariteit en medemenselijkheid zijn belangrijke waarden voor filosoof en cabaretier Tim Fransen. ‘Je kunt ook om iemand lachen uit solidariteit, omdat je zijn onhandigheid in jezelf herkent.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Wat kan ik weten?
‘Niets, tenminste als het gaat over de kennis die betrekking heeft op goed en kwaad. We zijn daar al zo lang naar op zoek, maar er is nog nooit een onwrikbaar fundament gevonden dat ons in staat stelt te bepalen wat goed of slecht is. De postmoderne kritiek heeft de hoop op alomvattende antwoorden om zeep geholpen. Die kritiek begint waarschijnlijk al in de negentiende eeuw bij Friedrich Nietzsche. Het idee dat er zoiets is als een goddelijke orde of rationeel principe op basis waarvan we kunnen bepalen wat goed is, dat heeft hij voorgoed ondermijnd. Als je dat goed tot je door laat dringen is het verleidelijk om in een totaal cynisme te vervallen. De verleiding tot het cynisme zie je tegenwoordig bij veel mensen, misschien wel vooral bij mijn generatiegenoten. Zijn er nog dingen die ons werkelijk interesseren of waar we echt betrokken bij zijn? We zijn hier in het Westen narcistischer en materialistischer dan ooit, zo blijkt ook uit sociologisch onderzoek. Ik vraag me af hoe we kunnen ontsnappen aan die houding van “er bestaat niets van waarde buiten mijn egocentrische verlangens”. De grote vraag is dus: hoe kunnen we de verleiding van het cynisme weerstaan?’
 
Wat moet ik doen?
‘Ik denk dat je moet beseffen dat waarden interessanter zijn dan waarheid. Waarden impliceren een verbond: je deelt bepaalde waarden met elkaar. Die hoeven dus niet op iets absoluuts gebaseerd te zijn en hoeven niet eeuwig te zijn. Daar zit ook een probleem in, want verschillende waardesystemen zijn vaak niet met elkaar verenigbaar, ze botsen. Laatst zag ik de film American Sniper van Clint Eastwood. Hij gaat over een Texaanse jongen die in de oorlog in Irak ongelooflijk veel mensen neerschiet. Voor de Texanen is hij een held. De waarden die in die film een belangrijke rol spelen zijn: liefde voor je vaderland, familie, religie en God. Die principes houden zo’n gemeenschap bij elkaar. Ik denk dat ik bijna tegenovergestelde waarden belangrijk vind. Toch kan ik me, door die film, inleven in de wereld van de Texanen. 
 
Er is geen enkel rationeel argument voor de waarden die een gemeenschap bij elkaar houden. Waarden zijn een traditie die historisch gegroeid is. Je kunt wel met elkaar praten over dergelijke waarden. Als je daarbij erkent dat er geen verheven waarheid is, maar slechts waarden, dan veronderstelt dat een zekere nederigheid. Niemand weet precies hoe het zit, dus laten we bescheiden zijn en maar een beetje naar elkaar luisteren. Dat heeft ook te maken met onze klungeligheid, onze onvolmaaktheid. We kunnen de wereld niet begrijpen. We rommelen maar wat aan en dat mislukt vaak. We zijn kwetsbare wezens die onvermijdelijk ook zullen lijden. En niets wijst erop dat het lijden een bedoeling heeft. Als je dat allemaal beseft, dan lijken mij nederigheid, solidariteit en medemenselijkheid – we moeten het nu eenmaal samen zien te rooien – de meest voor de hand liggende uitgangspunten. Het gebrek aan waarheden geeft dus ook hoop, want volgens mij valt de onderdrukking van anderen alleen te rechtvaardigen vanuit een absolute waarheid.’
 
Wat mag ik hopen?
‘Als het om hopen gaat, mag het iets heel groots zijn, toch? Goed, dan hoop ik op wereldlijke solidariteit. Dat lijkt mij het hoogst haalbare. Het is misschien nog wel gemakkelijk om je betrokken te voelen bij je eigen clubje. Maar een dergelijke solidariteit kan juist ook gevaarlijk zijn: voor je het weet zet je je met je eigen clubje af tegen een ander clubje. Om die wereldlijke solidariteit te bereiken zouden alle normatieve dogma’s moeten verdwijnen, zodat we op basis van onwetendheid met elkaar in contact treden. Dat betekent niet dat je nergens meer voor mag staan. Juist niet. Je moet het besef hebben van de betrekkelijkheid van je eigen overtuigingen, en er desondanks onwrikbaar voor staan, zoals Joseph Schumpeter ooit zei. Op die manier kun je samen voortdurend blijven zoeken naar goede waarden. Want die zoektocht is waarschijnlijk nooit afgelopen. Mijn voorstelling is een persoonlijk zoektocht naar wat van waarde is. Is er iets waarvoor ik bereid ben in opstand te komen?’
 

Wat is de mens?
‘Ik denk dat comedy en cabaret ons goed laten zien wat de mens in wezen is: een kluns, een stumper, iemand die het ook allemaal niet weet, maar desondanks doet alsof hij het wel weet, iemand die statig op straat loopt en dan uitglijdt over een bananenschil. En daar lachen we dan weer om. Dat kun je op twee manieren doen. Uit leedvermaak – wat een sukkel, zo ben ik gelukkig niet –, maar ook uit solidariteit, omdat je iets van zijn klunzigheid in jezelf herkent – dat had mij ook kunnen overkomen, wat zijn we toch schattig, laat ik hem maar helpen om weer op te staan.’ 

De Duitse denker Immanuel Kant probeerde in zijn filosofie vier vragen te beantwoorden. Frank Meester legt deze vragen voor aan mensen die in het nieuws zijn.
Tim Fransen toert komend theaterseizoen door het land met zijn filosofische cabaretvoorstelling Het failliet van de moderne tijd.