Home Zombies en kosmopolieten

Zombies en kosmopolieten

Door Ad Verkuijlen op 13 november 2012

02-2001 Filosofie magazine Lees het magazine

Mensen handelen internationaal, trouwen interna­tio­naal, consumeren en produceren inter­nationaal. We zijn kosmo­politischer dan we denken. Politiek en sociologie lopen aarze­lend achter de feiten aan, meent Ulrich Beck.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

 
Het hijsen van het nationale symbool als je eigen voet­bal­club wint, krijgt steeds meer het karakter van een misver­stand. Natio­nale elftallen bestaan tegenwoor­dig immers uit verschillende cultu­ren. Het eroderen van de natiestaat in een globalise­rende wereld krijgt er duidelijk gestalte.

In Freiheit oder Kapitalismus, Ulrich Beck im gespräch mit Johan­nes Willms, maakt de Duitse denker Ulrich Beck socio­logen hetzelfde verwijt. Met de zombiebegrippen van de tradi­tionele sociologie – naast de natiestaat zijn dat 'klassen' en 'stan­daardhuishoudens' – kun je de door globali­sering gewij­zigde verhouding tussen staat, maatschappij en economie niet meer begrijpen. Mensen handelen internationaal, ze trouwen interna­tionaal en ze consumeren en produceren inter­nationaal. We zijn kosmopolitischer dan we denken.

Grote steden zijn smeltkroezen van culturen, etnische groepen en religies. De natiestaat als een homogene sociale en cultu­rele ruimte verliest aan beteke­nis. Globalise­ring en kosmopo­litisme verstaan als toene­mende vervlechting tussen nationale staten, als internationale betrekkingen, is dan ook maar een klein deel van de waarheid, vindt Beck. Globalisering is vooral 'glokalisering'; het vindt plaats in de (nationale) ruimte, verandert deze en dat gebeurt in de Verenigde Staten anders dan in Afrika. Een nieuw denkka­der is nodig om deze weerbar­stige gang van zaken te begrijpen. Post­moderne intel­lectuelen hebben het over het einde van de poli­tiek, Beck wil de poli­tiek en de maatschappij opnieuw uitvin­den.
 
In Freiheit oder Kapitalismus stelt Willms de vragen – een enkele keer voegt hij een kritische voetnoot toe – Beck ver­telt. In zes hoofdstukken komen individualise­ring, arbeids­maatschappij, kosmopolitische maat­schap­pij, de tweede moderni­sering en zijn toekomstsociolo­gie aan de orde. En natuurlijk Becks overbekende love­baby: de risico­samenleving, die inmid­dels ook het alledaagse taalge­bruik is binnen­gedrongen. Bij een ramp als in Enschede wordt in dagbla­den verwezen naar Becks risicosamenleving. In het angstig besef dat we continu bloot­staan aan door onszelf geprodu­ceer­de mondiale, en meestal onzichtbare gevaren en risico's, vragen we ons steeds vaker af hoe we daarmee moeten om­gaan. Anders dan het voor­uit­gangs­dogma van de eerste (indus­triële) modernisering ge­looft geen zinnig mens nog dat de onbedoelde neven­effecten door dezelfde techno­logische en wetenschap­pelijke rationali­teit te beheersen zijn. Beck gaat verder: de onbedoelde en ongewilde neveneffec­ten ondermijnen het vertrouwen in de instituties die de vei­ligheid zeggen te waarborgen, inclusief recht­spraak, weten­schap en politiek. Er gaapt een grote kloof tussen de veilig­heid en be­staanszekerheid die de staat zou moeten bieden, en de praktijk waarin zij hierin syste­matisch tekortschiet.
Ecologische risico's bedreigen uiteindelijk niet zozeer de 'natuur', maar zijn vooral sociaal en politiek explosief. Risi­co's zijn niet alleen natuur­wetenschappelijke categorieën, maar vooral sociale constructies die door wetenschappers, de media en allerlei belangengroepen gedefinieerd worden. Niet als 'objectieve' feiten hebben ze invloed op de sociale en poli­tiek orde maar als maatschappelijke constructies. Door Becks de sociaal-constructivisti­sche risi­coanalyse worden risico's voer voor sociologen.
 
Beck doet niet aan mooi-weer-voorspellingen. Alle onderwerpen die besproken worden, hebben een positie­ve kant, staan voor vernieuwing en uitdaging, maar zijn ook uiterst risicovol. Het samenleven en de confrontatie van verschillende etnische en culturele groepen kan evengoed tolerantie en sensibiliteit voor cultuurverschillen oproepen als de terugkeer van de nationalistische reflex. Daarnaast leidt de perverse vorm van globa­lisering (de door neoliberale ideologie bepleite vervan­ging van de politiek door de vrije markt) tot eenvormig­heid (de Amerikanise­ring of McDonaldisering van de wereld) en tot ondermijning van (politieke) vrijheid. Wie vrijheid opvat als het kiezen tussen zes soorten yoghurt, zegt Beck, vergeet dat het gaat om meebeslissen over sociale, politieke en econo­mische bestaansvoorwaar­den.

En dit laatste is onder de condities van globalisering en mondia­le gevaren het grote probleem. De staat is te klein, de wereld is (nog) te groot. Maar het onbehagen over de gevaren, dat is een lichtpuntje volgens Beck, zet ook aan tot reflec­tie, kritische tegengeluiden en (tot dusver marginaal) mondi­aal politiek hande­len. De twee­de, reflexieve modernisering moet resulteren in een kosmopo­liti­sche politiek om de economi­sche, politieke en ecologische gevaren het hoofd te bieden. Beck ziet aanzetten daartoe in de mondia­le milieubewe­ging en in allerlei burgeri­nitia­tieven (consumen­tenboycots) en andere ngo's. Hij vestigt zijn hoop op verlich­te politici en weten­schappers – niet op de (postmo­derne) intellectuelen 'die zijn gestopt met denken' – op bedrij­ven die buiten de politiek om verdragen afsluiten en, uit onver­wachte hoek, de katholieke kerk. Van oudsher is de kerk een global player die voor­bijgaat aan etnische en cultu­rele ver­schillen en streeft naar overwin­ning van tegenstellingen en grensoverschrijdende huma­niteit. Willmer gelooft niet in deze 'spitzbübische Sub­ver­sität' van Beck en schakelt gauw over naar de vol­gende vraag. Jammer, net als het spannend beloofd te worden.
 
Freiheit oder Kapitalismus, Ulrich Beck im gespräch mit Johan­nes Willms, uitg. Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main 2000, 293 blz., DM.32,-.