Home Gedachte-experimenten Wie durft op reis in de teletijdmachine?
Gedachte-experimenten

Wie durft op reis in de teletijdmachine?

Door Sebastien Valkenberg op 25 juni 2020

Wie durft op reis in de teletijdmachine?
07-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Stel dat je dankzij een ingenieus apparaat een steenrijke zakenman, een beroemd acteur of een succesvol sporter kunt worden. Zou je daar dan voor kiezen? Al eeuwenlang dient het hoofd van de filosoof als laboratorium voor gedachte-experimenten. Zes klassiekers op een rij.

Voordat een wetenschapper aan een experiment begint, heeft hij het verloop ervan in zijn hoofd al vele malen doorgenomen. De Oostenrijkse filosoof Ernst Mach had gelijk toen hij in 1897 stelde dat het gedachte-experiment aan elke daadwerkelijke proefneming voorafgaat. Uit de laatste moet vervolgens blijken of de proefnemer goed zat met zijn hypothese.

Niet alle gedachte-experimenten zijn ‘slechts’ voorbereidend werk op de echte tests. Mogelijk vergen ze een onmogelijke proefopstelling waardoor het bij gedachten alleen dient te blijven. Of zijn de omstandigheden waarin de proefpersonen worden geplaatst zo extreem dat er ethische bezwaren rijzen. Ook deze experimenten kunnen alleen plaatsvinden in het laboratorium in je hoofd.

Stel dat we onzichtbaar zijn – 2500 jaar geleden vroeg Plato zich af hoe dat zou zijn, en het eerste filosofische gedachte-experiment was een feit. De fantasie bleek een productieve kracht, goed voor vele experimenten in de eeuwen die volgden. Een flink aantal was zo rijk aan betekenis dat regisseurs ze uitwerkten tot complete films.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Bijvoorbeeld Paul Verhoeven, die Hollow Man (2000) maakte. Als het hoofdpersonage een behandeling bedenkt die hem onzichtbaar maakt, is dat Plato revisited. In zijn Politeia (ca. 380 v.Chr.) liet Plato de schaapherder Gyges een magische ring vinden, die ervoor zorgt dat anderen de drager ervan niet zien. Zodra Gyges beseft dat hij overal mee wegkomt, reist hij af naar het paleis. Daar ‘verleidde hij de koningin, pleegde samen met haar een aanslag op de koning, doodde hem en maakte zich zo meester van de regering’.

Een buitensporige conclusie? Dat valt nog te bezien. Zo vreemd is Gyges ons niet. Sterker: op de weg heeft onze innerlijke Gyges het voor het zeggen. De meeste automobilisten zullen zich inhouden als ze langs de snelweg borden zien staan met ‘Trajectcontrole’. Ineens gaat het gedachte-experiment over ons allemaal, en de vervolgvraag dient zich dan ook aan: slaan ook wij aan het moorden als de pakkans nul is? En zo nee, waarom niet? Bestaat er een innerlijke rem op immoreel gedrag?

Wat begon als een speculatief voorbeeld, ver verwijderd van de alledaagse realiteit – een magische ring! – blijkt van grote waarde. Zo gaat dat met de krachtigste gedachte-experimenten. Al eeuwen zetten ze aan tot genadeloos zelfonderzoek. Hier volgen zes klassiekers.

1. Ervaringsmachine

Wat als we onze hersenen via elektroden zouden aansluiten op een superieur apparaat voor de heerlijkste sensaties? Deze belofte komt van de politiek filosoof Robert Nozick. Steenrijke zakenman? Beroemd acteur? Succesvol sporter? Er is slechts een druk op de knop voor nodig. Wie zou er kiezen voor een verblijf in dit luilekkerland, waar neuropsychologen de prikkels zo echt maken dat ze niet van de eigenlijke ervaring te onderscheiden zijn? De proefpersonen hoeven niet te vrezen dat op zeker moment de verveling toeslaat. Na twee jaar worden ze afgekoppeld. Desgewenst kunnen ze een nieuw menu van prikkels samenstellen.

Desondanks voorspelt Nozick dat niemand kiest voor een leven aan ‘de ervaringsmachine’. De verleiding van louter leuke dingen is niet genoeg om ons over de streep te trekken. Ze komen immers uit een machine… Dit knagende besef wil maar niet verdwijnen. Er bestaat een onderscheid tussen dingen doen en ervaren dat je ze doet. In het laatste geval missen de ervaringen echtheid.

Slaan wij aan het moorden als de pakkans nul is?

Wie een krachttoer heeft geleverd, weet hoe belangrijk die echtheid is. Neem studenten, die na jaren van zwoegen eindelijk hun bul wacht. Dat kan sneller. We nemen aan dat ze zich alle moeite hadden kunnen besparen via een perfect vervalst diploma. Toch zal niemand, een enkeling daargelaten, deze shortcut nemen, en dankzij Nozick begrijpen we waarom. Je kunt het geploeter niet ongestraft overslaan. Hierdoor kunnen we zeggen dat een prestatie de onze is.

2. Eeuwig hetzelfde

Als de dagen op elkaar beginnen te lijken, heet dat sleur. Het begint ermee dat de wekker gaat. Daarna snel ontbijten en hup, op de fiets naar het werk. Om halfnegen de computer aan… Gisteren ging het op deze manier en morgen ziet er ook zo uit. In coronatijd is het nog lastiger om de dagen uit elkaar te houden.

Nietzsches eeuwige herhaling

Stel dat we de knop ‘herhaling’ verder opendraaien. We zouden ermee gehoor geven aan de oproep van de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett. Hij betoogt dat gedachte-experimenten bepaalde facetten van de realiteit uitvergroten. Net zoals je de volumeknop op een radio op 10 kunt zetten, is het ook mogelijk om de sleur te maximaliseren.

Dan krijg je de eeuwige wederkeer van hetzelfde, bedacht door Friedrich Nietzsche. In Die fröhliche Wissenschaft (1882) vraagt hij zijn lezers zich een demon voor te stellen. ‘Het leven zoals jij dat nu leeft en hebt beleefd,’ weet dit bovennatuurlijke wezen, ‘zul je oneindig veel keren opnieuw moeten leven. Er zal niets nieuws in zijn: elke pijn en elk geluk, elke gedachte en zucht, alles onuitspreekbaar klein of groot in je leven zal naar je terugkeren, allemaal in dezelfde opeenvolging en aaneenschakeling.’

En dan de million dollar question: zou je deze herhaling verdragen? Het leven komt in het licht van de eeuwigheid te staan. ‘Het zal mijn tijd wel duren’ is zo’n raadzame strategie niet meer. Wie aftelt tot aan zijn pensioen, moet ernstig overwegen zijn dagen anders in te richten. Eigenlijk is ‘de herhaling verdragen’ nog te zuinig gesteld. Echte Lebensbejahung gaat gepaard met het allergrootste enthousiasme. Nietzsche doet voor hoe dat klinkt: ‘Was dit het leven? Welaan! Nog eens!’

3. Slapende gevangenen

Stel je eens voor wat er gebeurt als ’s nachts alle celdeuren in een gevangenis opengaan. Van weinig experimenten hopen we zo vurig dat ze in het hoofd blijven als de ‘wispelturige gevangenbewaarder’ van Daniel Dennett. Honderden gedetineerden die zomaar naar buiten kunnen lopen… brr.

Gelukkig komt het zover niet, want er volgt een tweede aanname: alle gevangenen liggen rustig te slapen. Nu is de vraag of we hen vrij mogen noemen. Eerste reactie: ja. De celdeuren die hun anders de weg naar buiten versperren staan nu open. Nou nee, luidt de repliek van Dennett. Voor vrijheid is meer nodig. Als je niet weet dat je kunt kiezen, bestaat er geen keuze.

Dennets slapende gevangenen

Een diepe wijsheid die geldt tot ver buiten de gevangenismuren. Neem de situatie waarin een minister belangrijke documenten weghoudt bij Tweede Kamerleden of dossiers schoonpoetst voordat ze naar het parlement gaan. Een doodzonde, heet het dan, maar waarom eigenlijk? Het gedachte-experiment maakt duidelijk waarom.

Wanneer beleidsmakers cruciale informatie achterhouden, doen ze meer dan op slinkse manier hun hachje redden. Ze ontnemen kritische Kamerleden hun bewegingsvrijheid. Hoe moeten parlementariërs immers de uitvoerende macht controleren op grond van gebrekkige informatievoorziening? Het valt te hopen dat enkelen onder hen wakkerder zijn dan de ronkende gevangenen uit het experiment van Dennett.

4. Prisoner’s dilemma

De gevangenis is een populair decor voor meerdere gedachte-experimenten. In 1950 bedacht de wiskundige Albert Tucker het prisoner’s dilemma. Zijn proefopstelling begint met twee gearresteerde bendeleden, beiden verdacht van hetzelfde misdrijf. Apart van elkaar worden ze verhoord. Welke strategie dienen ze te volgen als ze uit de gevangenis willen blijven?

Als beide bendeleden bekennen, gaan ze ieder twee jaar de gevangenis in. In het tweede scenario bekent de een, terwijl de ander zijn mond houdt. Wie blijft zwijgen moet vijf jaar zitten. Het laatste scenario is dat beide bendeleden hun mond houden. Ze gaan ieder slechts één jaar de gevangenis in.

Tuckers prisoner's dilemma

Niets zeggen zou het meest profijtelijk zijn, maar het tweetal kan niet overleggen. Hoe weten de bendeleden van elkaar dat de ander ook zijn mond houdt? Doet deze dat niet, dan wacht de zwijger de hoogst mogelijke sanctie. Dus toch maar voor eigen gewin gaan.

Dit scenario dreigt in vrijwel alle situaties waarin mensen samenwerken. Dat begint al op school, als leerlingen in groepjes uiteengaan voor een project. De profiteur wrijft zich al in de handen: meeliften op de werklust van andere leerlingen. Maar wat als die andere leerlingen op dezelfde manier redeneren? Wantrouwen wint het van vertrouwen. De kans op een mooie eindbeoordeling verdampt.

5. Sluier van onwetendheid

Tijdens een betoog zoeken we naar argumenten die ons eigen standpunt stutten; we negeren wat slecht past. Cherrypicking, zoals deze neiging officieel heet, is al te menselijk. Intussen blijven de grote vraagstukken onopgelost met zulk opportunisme. Om daarvanaf te komen bedacht de politiek filosoof John Rawls ‘de sluier der onwetendheid’. Deze denkbeeldige blinddoek zet mensen ertoe aan te abstraheren van persoonlijke belangen.

Wat gebeurt er als ’s nachts alle celdeuren in een gevangenis opengaan?

Alleen zo krijgen we zicht op de rechtvaardige samenleving waarnaar Rawls op zoek is. Wie blaakt van gezondheid pleit eerder voor een nachtwakersstaat die zich amper bemoeit met zijn burgers. Omgekeerd zal de chronisch zieke sneller kiezen voor een ruimhartige verzorgingsstaat. Om deze twist te beëindigen moeten de partijdige argumenten overboord. Bij de inrichting van de maatschappij dienen mensen onwetend te blijven van voordelen die samenhangen met hun toevallige situatie.

Rawls' sluier van onwetendheid

Hou de sluier nog even op. Die komt ook van pas in andere gevallen van cherrypicking, zoals wanneer de nostalgicus in ons aan het mijmeren slaat. Ach ja, vroeger. Verheerlijking van het verleden is zo oud als de mensheid.

Wie een tijdvak ophemelt, winkelt doorgaans selectief. Ja, de Oudheid was een hoogtepunt in onze beschaving, maar het is iets anders om ernaar terug te verlangen. Het stereotiepe beeld – filosoferend op de banken terwijl je gevoerd wordt met druiven – betrof een uitzondering. De kans dat je als slaaf door het leven ging was vele malen groter. Wie durft de reis met de teletijdmachine aan als we, de les van Rawls indachtig, vooraf niet weten wat ons lot zal zijn?

6. Een eigen taal

Kenmerkend voor de grootste literatuur is dat je er steeds nieuwe betekenissen in aantreft. Tot iets soortgelijks is ook het privétaal-argument van Ludwig Wittgenstein in staat. Laat je niet misleiden door die verwijzing naar onze taal. Daarmee begint het beroemde gedachte-experiment uit de Philosophische Untersuchungen (1953).

‘Zou er ook een taal denkbaar zijn waarin iemand zijn innerlijke belevingen – zijn gevoelens, stemmingen etcetera – voor eigen gebruik zou kunnen opschrijven of uitspreken? Kunnen we dat dan in onze gewone taal niet doen? Maar zo bedoel ik het niet. De woorden van deze taal
moeten betrekking hebben op datgene waar alleen de spreker weet van kan hebben; op zijn directe privégewaarwordingen. Een ander kan deze taal dus niet verstaan.’

Wittgensteins eigen taal

Zoiets als ‘2#34& 76 4 b 87b3497’ dus. Vergeet het maar, is de conclusie van Wittgenstein. Een privétaal is een contradictio in terminis. Bij een taal horen regels die zeggen wanneer er sprake is van juist taalgebruik. En regels volgen is per definitie een sociale activiteit: anderen moeten je kunnen controleren. Het is ‘niet mogelijk een regel “privé” te volgen’. zegt Wittgenstein, ‘omdat dan geloven dat je een regel volgt hetzelfde zou zijn als een regel volgen’.

Nu de onvermoede rijkdom van het privétaal-argument. Zonder dat het daar expliciet over gaat, maakt het ook inzichtelijk waaruit genialiteit bestaat. Een populaire dooddoener wil dat de grootste geesten zich onttrekken aan de klemmende mores van de samenleving. Maar het is precies andersom: grootheden verdienen onze bewondering omdat ze zich onderscheiden bínnen de bestaande regels. Met dezelfde spelregels kan Ronaldo dingen met een voetbal die anderen niet lukken. Het ontzag is weg als hij de bal in de achtentwintigste minuut zou oppakken, huppelend het veld zou oversteken en de bal via een koprol in het doel zou leggen. Niemand zal zeggen dat hij zijn eigen unieke regel heeft gevolgd.

Beeld Levi Jacobs