Home Wetenschapsfilosoof Ton Derksen over zijn boek Leugens over Louwes (+ video)

Wetenschapsfilosoof Ton Derksen over zijn boek Leugens over Louwes (+ video)

12 december 2011

Wetenschapsfilosoof Ton Derksen over zijn boek Leugens over Louwes (+ video)

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De in de Deventer Moordzaak veroordeelde Ernest Louwes zat ten onrechte acht jaar gevangenisstraf uit. Dat betoogt wetenschapsfilosoof Ton Derksen, die eerder hielp Lucia de Berk vrij te krijgen, in zijn nieuwe boek.

Uw nieuwe boek draagt als titel Leugens over Louwes, een van uw vorige boeken heette nog Het OM in de fout. Bij een leugen gaat het niet om een vergissing maar om opzet, om kwader trouw. Bent u nog negatiever over het Openbaar Ministerie gaan denken?
Ton Derksen: ‘Nou, ik gebruik een light version van het woord “liegen”, waarbij ik opzet eruit definieer. Ik zal zo uitleggen waarom ik dat doe. Eerst moet ik vertellen dat ik expres van leugens spreek omdat het OM zelf Louwes voortdurend van leugenachtigheid heeft beschuldigd. Daarbij zei het altijd: “Die leugenachtigheid is bruikbaar voor bewijs, meneer de rechter.” Toen ik de zaak-Louwes ging bestuderen, kwam ik echter tot de conclusie dat Louwes niet had gelogen en het OM wel, 23 keer zelfs.’ (In deze video bespreekt Derksen enkele leugens.)

‘Zo had Louwes gezegd dat hij de ochtend van de moord niet bij de vermoorde weduwe was geweest. De officier van justitie stelde in de rechtszaal dat Louwes had gelogen. De officier zei daarmee iets wat op onvoldoende grond was gebaseerd: het enige wat hij wist was dat niets bewees dat Louwes die ochtend niet bij de vermoorde weduwe was geweest. Het maakt nogal verschil of je tegen de rechter zegt: “De verdachte was op de plaats van delict” of “Ik weet niet of hij er was.” De officier van justitie heeft tegenover de rechter niet alleen de plicht om de waarheid te spreken in algemene zin, maar ook om aan te geven hoe goed zijn bewijsmateriaal is. Als hij iets zegt zonder dat hij daar voldoende gronden voor heeft, noem ik dat een professionele leugen.’

Dus het boek had ook ‘De professionele leugens over Louwes’ kunnen heten?
‘Het OM heeft zich ook aan genoeg platte leugens bezondigd, daarvan geef ik vele voorbeelden. Nog even over de vraag waarom ik de opzet eruit haal: dat heeft een filosofische reden. Als je zegt dat er bij een leugen sprake moet zijn van opzet, kun je alleen van leugens spreken als je in iemands hoofd kunt kijken. Dat kan ik niet. Waarom spreek ik dan nog van een “leugen”? Kijk, als ik het hierover heb met mensen die bij de rechtspraak betrokken zijn, dan spreken ze vaak van jokken. Daar zit die opzet minder in, zeggen ze. Dat is leuk en aardig, maar jokken is iets voor een kinderspeelplaats. Een officier van justitie daarentegen speelt geen spelletjes. Hij kan eraan bijdragen dat mensen voor een groot deel van hun leven worden opgesloten.’

Nu hamert u er steeds op dat de evolutie ons heeft opgezadeld met een brein dat niet primair uit is op waarheidsvinding en dat alle mensen notoire leugenaars zijn. (Zie eerdere interviews met Ton Derksen in Filosofie Magazine, te vinden onderaan dit artikel.)
‘Evolutionair gezien is waarheidsvinding zeker belangrijk: je moet weten of het echt een gevaarlijk dier is dat op je afkomt. Toch is dit niet het enige wat telt. Better safe than sorry. Vaak heb je niet de tijd om de waarheid te achterhalen en kun je maar beter aannemen dat het dier gevaarlijk is en vluchten, ook al heb je geen honderd procent zekerheid. Als we moeten kiezen tussen de waarheid en overleven, kiezen we voor overleven.’

Dan is het OM niets menselijks vreemd. Vandaar dat u steeds pleit voor structurele waarborgen in de rechtsspraak tegen die vooringenomenheid.
‘Interessant is dat het OM zelf “verbeteringsprogramma’s” heeft opgezet. Het weet ook dat er een soort tegenspreker moet komen, iemand die de officier van justitie van repliek dient. Maar in plaats van dat die er voluit tegenaan kan gaan, mag de tegenspreker alleen vragen stellen. Het OM ziet kritiek toch nog als kritiek op persoonlijk functioneren, terwijl je zou moeten zeggen: bij waarheidsvinding gaat het nu eenmaal vaak mis doordat ons organisme daar niet primair op is ingesteld. Af en toe moet iemand heel hard aan je haren trekken en roepen: stop. Zelf heb ik dat ook ervaren. Ik was al klaar met mijn boek, maar vond nog een interessant argument dat voor Louwes’ onschuld leek te pleiten. Verschillende mensen floten mij terug en maakten duidelijk dat het niet klopte. Toch heb ik daarna nog een paar dagen keihard gezwoegd om dat argument hard te maken. Ik vond dat leerzaam. Je geeft colleges aan rechters en politieagenten waarin je stelt dat ze moeten openstaan voor kritiek, zei ik tegen mezelf. Maar wat vond jij het zelf moeilijk om van standpunt te veranderen!’

‘Het OM zal dus eerst zelf moeten beseffen waarom kritiek nodig is. Nu hoef je niet tien jaar wetenschapsfilosofie te studeren om dat te begrijpen. In een paar cursussen kun je dat uitleggen. Je moet dat wel herhalen, om mensen wakker te houden, zodat ze niet denken: wat een ellendeling! Waarom bekritiseert die vent me zo. En dat ze wel denken: da’s waar ook, bij waarheidsvinding zijn we nu eenmaal geneigd om in een aantal valkuilen te lopen. Vandaar deze methodologie, want alleen zo hebben we een fatsoenlijke kans om de waarheid te achterhalen.’

‘Het liefst moeten rechters en officieren van justitie dat al in hun basisopleiding leren. Dan kunnen ze daarna beter van hun ervaring leren, want daar heb je negatieve feedback voor nodig. Vergelijk het met een arts die iets verkeerd doet waardoor een patiënt sterft. Je hoopt dat hij daarvan kan leren. Rechters en officieren van justitie hebben helaas bijna geen negatieve feedback. Als ze met z’n allen door dezelfde fout mensen naar de gevangenis sturen, dringt die fout niet door. Het is ook logisch dat ze niet willen dat die fout doordringt. Dat merk ik in mijn gesprekken met rechters: het is verschrikkelijk moeilijk om voor jezelf te erkennen dat door jouw falen iemand jaren ten onrechte in de gevangenis kan zitten. Daarom is in het Nederlandse rechtsstelsel de overtuiging ingebouwd als een veiligheidsklep. Een rechter kan zeggen: ik heb goed bewijs, we hebben zorgvuldig gewerkt en we zijn overtuigd van de schuld. Dan moet het goed zijn. Daarom heeft iedereen er ook een pesthekel aan als blijkt dat er een fout is gemaakt. Terwijl je kunt uitrekenen dat de rechtelijke macht jaarlijks minimaal dertig fouten maakt op het gebied van gevangenisstraffen. In een goede organisatie maak je vijf procent fouten, in de rechtelijke macht zou het evenveel kunnen zijn doordat je daar te maken hebt met waarschijnlijkheid. Zeg nu dat je in een op de duizend zaken een fout maakt, dat zou ik heel goed vinden. De rechtelijke macht veroordeelt per jaar 30.000 mensen tot een gevangenisstraf. Een duizendste daarvan is 30 mensen. Die hoeven niet veroordeeld te zijn doordat de rechters niet goed hebben nagedacht of de officieren van justitie gelogen hebben. Nee, we gaan ervan uit dat iedereen zijn stinkende best heeft gedaan.’

Hoe het fout kan gaan, bleek ook in de zaak-Louwes. Het bewijs tegen hem leek indrukkend, stelt u. Ook deskundigen kwamen met verklaringen die tegen hem pleitten. Is dat ook niet een van de onzekerheden waar rechters mee kampen? Ze roepen deskundigen in omdat ze zelf de deskundigheid missen op een bepaald terrein. Missen ze dan ook niet de expertise om te kunnen beoordelen of een deskundige wel deskundig genoeg is?
‘Het viel me juist op hoe weinig onderzoek je hoeft te doen om te kunnen vaststellen of een deskundige onwaarheden vertelt. Zo hadden de rechters in het dossier kunnen lezen dat een deskundige het verkeerde weerbericht gebruikte. Hij had het over “winterse buiten”, terwijl het op de dag waarover hij sprak 22 graden was!’

Is dat ook geen kwestie van tijd? U bent met emeritaat en kunt de dossiers uitgebreid onderzoeken. Rechters en officieren van justitie staan onder druk om hun quotum aan zaken af te handelen.
‘Ja, rechters vragen mij ook: hoe lang ben je met de zaak-Louwes bezig geweest? Acht maanden, antwoord ik. Ja, maar zoveel tijd hebben wij niet… Die kant zit er zeker aan. Wij als samenleving staan toe dat rechters en officieren steeds minder tijd krijgen en inderdaad afgerekend worden op het aantal veroordelingen. Toch, als ze openstaan voor verschillende scenario’s en kritisch staan tegenover hun eigen bevindingen, kunnen ze in de tijd die ze nu hebben misschien niet ontdekken hoe de zaak werkelijk in elkaar steekt, ze kunnen wel hun eigen fouten ontdekken. In de zaak-Louwes hadden ze één telefoontje hoeven plegen naar een mevrouw om te ontdekken dat Louwes op de 16e, de dag van de moord, bij haar was. Die afspraak staat ook in de agenda van Louwes, met het telefoonnummers er zelfs bij!’

Zo te horen kunt u voorlopig nog niet rustig genieten van uw emeritaat en – zo mogelijk nog erger – lopen Nederlanders nog altijd een onnodig groot risico onschuldig veroordeeld te worden.
‘Ik geniet juist enorm van mij emeritaat. Dit is ontzettend leuk werk! Ik doceer nog steeds wetenschapsfilosofie, alleen nu niet voor twintig studenten maar voor de Nederlandse samenleving. Daarbij heb ik geholpen Lucia de Berk uit de gevangenis te krijgen, dat is ook geweldig. Afgelopen jaar ben ik op acht gerechtshoven en rechtbanken geweest om daar te spreken. Met uitzondering van het OM ontmoet ik overal instemming en word ik voortdurend over mijn bol geaaid. Ik heb ook niet het idee dat er niets verandert. Sinds 2004 stijgt het aantal vrijspraken elk jaar met een procent. Dat betekent dat de rechters scherper opletten. Ik geef cursussen bij de politieacademie en ben zelfs gevraagd om in de opleiding voor rechters en officieren te gaan doceren. Natuurlijk is er nog genoeg ellende en moeten we nog genoeg doen. Maar ik ontving net bericht dat er in de politiek al bijna een meerderheid is voor de herzieningsraad waar ik al lang voor pleit. Ik kreeg onlangs zelfs een uitnodiging om bij het OM in Amsterdam te komen praten.’

Maarten Meester

Leugens over Louwes. Deventer moordzaak
Ton Derksen
ISVW Uitgevers
256 blz. / € 29,95

Ton Derksen bespreekt in deze video enkele leugens in de Deventer Moordzaak.