Home Levenskunst Welke levenslessen je kunt leren van karate
Levenskunst Niet-westerse filosofie

Welke levenslessen je kunt leren van karate

We kunnen veel van oosterse krijgskunsten leren wat van pas komt in het dagelijks leven, stelt schrijver Robert Vernooy.

Door Michel Dijkstra op 20 oktober 2022

vechtsport krijgskunst karate sprong strand schemering beeld Charlein Gracia

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Wat hebben karate en levenskunst met elkaar te maken? In zijn nieuwe boek Van de weg naar de straat laat schrijver en musicoloog Robert Vernooy zijn licht schijnen op de twee ogenschijnlijk onverwante fenomenen. Vernooy ziet in zowel oosterse krijgskunsten als levenskunst een praktische invulling van de deugdethiek: geestelijke vorming wordt bereikt door lichamelijke oefening.

Wat bedoelt u met de titel ‘Van de weg naar de straat?’ De woorden ‘weg’ en ‘straat’ zijn toch synoniemen?
‘Voor mij niet. Het begrip “weg” slaat op het Japanse , zoals in judō, wat ‘de zachte weg’ betekent. Zelf beoefen ik al bijna dertig jaar karate-dō – doorgaans afgekort tot karate. De oefenruimte heet de dōjo: ‘de plaats van de weg’. Op die manier verwijst het woord “weg” naar de oosterse krijgskunst. Het woord “straat” slaat op het dagelijks leven. Ik ben geïnteresseerd in hoe je de lessen van zo’n krijgskunst, bijvoorbeeld van karate, in het dagelijks leven kunt toepassen. Op die manier wordt krijgskunst levenskunst.’

Krijgskunst komt vrij agressief over. Gaat het er bij karate niet om dat je de tegenstander zo snel mogelijk op de mat krijgt?
‘Welnee. Met karate-oefeningen kom je niet ver in een echt gevecht. Het is eerder een gestileerde en rituele weg, net zoals andere Japanse praktijken, bijvoorbeeld zen. Ik zie karate-dō als een vorm van “belichaamde cognitie”, omdat het soort weten dat daarin wordt doorgegeven de vorm aanneemt van fysieke vormen en technieken. Bij krijgskunsten als karate gaat het niet zozeer om vechten als wel om verbinding en conflictbeheersing; het streven naar harmonie tussen lichaam, geest en omgeving. Juist daarin ligt de meerwaarde voor het dagelijks leven. Dat streven naar lichamelijke en geestelijke zelfverbetering is iets dat je eindeloos kunt uitbreiden en verfijnen.’

Dus ook na bijna dertig jaar karate en een zwarte band valt er nog iets te leren?
‘Zeker. Bij de presentatie van mijn boek ga ik een korte karatedemonstratie geven. Nu zou ik het veilig kunnen spelen, door een oefening uit te voeren die ik goed ken. Maar dat heeft iets lafs. Daarom kies ik juist voor een demonstratie van iets wat mij veel minder ligt. Hopelijk kan ik in zo’n stressvolle situatie de relatie tussen lichaam, geest en omgeving zichtbaar maken. Ik ben heel benieuwd hoe dat uitpakt. Voor mij wordt het in elk geval een interessant leermoment, een training in openheid en ontspanning.’

Uw motto luidt: ons doel is dat wij streven. Wat is het verband tussen openheid en doelgerichtheid?
‘Met het woord “doel” bedoel ik geen vastgespijkerd eindpunt. Het gaat erom dat je inspanningen een richting hebben, zonder je te fixeren op het eindresultaat. Er wordt al genoeg kapotgemaakt in de wereld door doel-middel-denken. Kijk naar het milieu.’

Hoe maak je de vertaalslag van eeuwenoude Japanse krijgskunst naar hedendaagse levenskunst?
‘Die vertaalslag zit ‘m in de toepassing. In een klassiek oosters verhaal wordt een bootje van een samoerai aangevaren door een andere boot. De samoerai wordt ontzettend kwaad. Maar als hij beter kijkt blijkt het bootje leeg te zijn. Er was dus geen kwade opzet in het spel. Zo kun je ook met confrontaties in het dagelijks leven omgaan. Ik probeer confrontaties te zien als aanvaringen met lege bootjes.’

Dat lijkt me moeilijk.
‘Dat is ook zo. Maar ik probeer de weg ook handen en voeten te geven in andere alledaagse situaties, waarbij geen sprake is van confrontaties met de medemens. Bijvoorbeeld in het fietsenhok. Waarom zit ik altijd op de spaken als ik mijn fiets op slot wil zetten?’

Moet je dan met meer aandacht je fiets op slot zetten?
‘Ik bedoel iets anders: het feit dat mijn slot steeds op een spaak lijkt te blijven hangen kan statistisch gezien helemaal niet. Een fietswiel heeft immers meer leegte dan spaken. Het probleem zit dus niet in het slot of in de spaken, maar in mij. Ik voeg iets toe aan de situatie, iets waardoor ik die niet helder zie. Ga maar na hoe vaak je dit in het dagelijks leven doet. Het komt erop aan om de situatie waarin jij je bevindt zo te zien als die daadwerkelijk is, zonder het filter van je vooroordelen. In die zin ben ik het eens met Dōgen, een grote denker van de zenboeddhistische weg: om je met een situatie te verbinden moet je je kleine zelf – je egootje – vergeten.’

Van de weg naar de straat

Van de weg naar de straat. Krijgskunst als levenskunst
Robert Vernooy
Boom
368 blz.
€ 29,90