Home Mens en natuur ‘We moeten onszelf weer als scheppers zien’
Mens en natuur

‘We moeten onszelf weer als scheppers zien’

Filosoof en theoloog Ralf Bodelier blaast het eeuwenoude optimistische verhaal van de mens als bouwer en beschermer nieuw leven in.

Door Thomas Velvis op 23 december 2022

Ruhr gebied optimisme Ralf Bodelier mens beeld Ruhr Tourismus GmbH

Filosoof en theoloog Ralf Bodelier blaast het eeuwenoude optimistische verhaal van de mens als bouwer en beschermer nieuw leven in.

Filosofie Magazine FM1 2023
01-2023 Filosofie magazine Lees het magazine

Filosoof en theoloog Ralf Bodelier (1961) weet nog goed dat hij als 14-jarige verbijsterd achterbleef in het biologielokaal. Tijdens zijn jeugd in het Limburgse dorp Lemiers kende Bodelier niet anders dan een onbegrensd optimisme. De eerste mens stond op de maan; er kwamen telefoons, televisies en auto’s; en net als iedereen geloofde hij dat de wereld alleen nog mooier en beter zou worden. Totdat mevrouw Thirion, zijn biologiedocent, een poster ophing met een wereldbol afgeladen met mensen. De mensen zijn bezig de wereld uit te wonen, zei ze. Als we niet snel ons leven veranderen, zal de aarde onleefbaar worden. Bodelier: ‘Toen ging de bel en marcheerde ze de klas uit, zonder nog iets te zeggen.’

Het verhaal van mevrouw Thirion werd later een van de dominante verhalen van onze tijd, vertelt Bodelier. In 1974 stond in het rapport van de Club van Rome: ‘De aarde heeft kanker en die kanker is de mens.’ Bioloog en programmamaker David Attenborough concludeerde in 2013: ‘De mens is een plaag op aarde.’ En in 2020 sprak Verenigde Naties-topman António Guterres: ‘De mensheid voert oorlog tegen de natuur. Dit is suïcidaal. De natuur slaat altijd terug – en zij doet dat nu al met groeiende kracht en woede.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In die woorden klinkt volgens Bodelier een echo van een oud natuurgeloof, wat hij vaker ziet binnen de klimaatbeweging. De natuur wordt gezien als een levend, bezield wezen dat we moeten respecteren. Als we dat niet doen, straft de natuur ons met haar ondergang. Een valse overtuiging, meent Bodelier. ‘De natuur stort niet in, maar verandert. Bovendien is de natuur onverschillig. De natuur oordeelt en corrigeert niet, en heeft geen interesse in ons respect.’ In zijn nieuwe boek Lang leve de mens pleit Bodelier ervoor om de mens weer centraal te stellen en terug te keren naar het humanistische verhaal van de mens als schepper, bouwer en beschermer. En daarvoor moeten we terug naar Genesis 1.

Waarom zoekt u in de Bijbel naar een alternatief voor het oude natuurgeloof?
‘De schrijvers van Genesis 1 maken korte metten met het geloof in een machtige, bezielde natuur. In de eerste zinnen wordt God meteen losgemaakt van de wereld: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis hing over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.” God valt niet meer samen met de natuur, alleen zijn geest hangt er nog boven. In de onttoverde wereld van Genesis 1 moet de mens het zelf gaan redden; het draait om ons.’

‘Wij beslissen zelf wat waardevol is’

U wilt de mens weer centraal stellen, terwijl veel hedendaagse denkers juist de focus willen verleggen naar de natuur.
‘Je hoort inderdaad overal dat we van de natuur moeten leren en met haar in harmonie moeten leven. Maar de natuur leert ons niets en heeft lak aan onze behoefte aan harmonie. Er ís niet zoiets als een morele orde in de natuur, wij mensen zíén die erin. Ik herinner me een dominee die een mandarijn pelde en zei: “Kijk naar al deze partjes. Die staan voor het gezin, dus gezinnen moeten veel kinderen krijgen.” Of denk aan mensen die zeggen: “Er is in de natuur een groot verschil tussen mannetjes en vrouwtjes, dus dat hoort ook in de maatschappij zo te zijn.” Morele wetten afleiden uit de natuur is even onzinnig als gevaarlijk. Wij moeten zelf nadenken en beslissen over wat juist, waardevol of betekenisvol is. De vogels en de beren doen dat niet voor ons.

Ook in Genesis 1 krijgt de mens de ruimte om zelf na te denken en schepper te worden, naast God. De Italiaanse filosoof Giovanni Pico della Mirandola beschrijft aan het begin van de Renaissance de menselijke vrijheid prachtig in zijn Rede over de menselijke waardigheid. Anders dan de dieren kreeg de mens volgens Pico geen eigenschap van God toebedeeld, maar mocht hij zelf uitmaken wie of wat hij wilde zijn. Verlichtingsdenkers als Voltaire en Immanuel Kant volgen deze denkrichting. Net als de negentiende-eeuwse denker Henry George. Hij schreef dat mensen zich verder ontwikkelen, terwijl dieren hetzelfde blijven. Hij noteerde: “De meeuw die met de galeien van de Romeinen meevloog, cirkelt nog steeds onveranderd rond onze stoomboten.”’

Hoe komt het dat we het verhaal over de mens als schepper vergeten zijn?
‘Er is een aantrekkelijk alternatief: het romantische verhaal. In de achttiende eeuw keerde het geloof in een bezielde natuur, afkomstig uit de Oudheid, terug. De Romantiek haalde iets naar boven wat we allemaal kennen. Als we door een mistig, stil bos lopen voelen we iets van mysterie: een verborgen geheel dat ons omvat en dat aan ons begrip ontsnapt. De Romantiek heeft dat mysterieuze gevoel uitgewerkt in muziek, gedichten, schilderijen. Maar dit gedachtegoed is ook gevaarlijk. Het communisme en het fascisme werden geïnspireerd door een romantische nostalgie naar het veronderstelde glorieuze verleden van de eigen natie. We moeten een scheiding maken tussen een romantisch hart en een verlicht hoofd.’

De Romantiek is geschikt voor onze diepe zielenroerselen, maar niet voor politiek.
‘Inderdaad. Het politieke debat moet zo rationeel mogelijk zijn, gericht op argumenten, logica en data. Als we de ratio niet terugbrengen in de politiek winnen figuren als Thierry Baudet. Hij is een romanticus in optima forma. Maar GroenLinks is even romantisch met zijn visie op de natuur als een kwetsbaar geheel waar we heilig respect voor moeten hebben. Begrijp me goed: ook ik zeg dat klimaatverandering een feit is en dat het nodig is om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar we moeten de religieuze, romantische overtuigingen binnen de klimaatbeweging bestrijden. Het apocalyptische ervan.’

‘Onze vindingrijkheid beschermt ons tegen klimaatverandering’

Is een alarmerend verhaal over een naderende ramp niet juist nodig om mensen in beweging te krijgen?
‘Nee, het heeft zelfs een omgekeerd effect. Het apocalyptische verhaal maakt mensen moedeloos. Wanneer we doorlopend doemscenario’s voorgeschoteld krijgen geven we op, omdat we denken dat het te laat is om de ondergang af te wenden.’

Moeten we die scenario’s dan maar achterhouden, terwijl ze wel een plausibel beeld geven van de toekomst?
‘De doemscenario’s zijn niet het meest plausibel. Spraakmakende klimaatvoorvechters als Greta Thunberg, Al Gore en Alexandria Ocasio-Cortez presenteren vaak het zwartste scenario, waarin ze veronderstellen dat we geen enkele actie ondernemen om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Maar het is veel aannemelijker dat we de uitstoot zullen reduceren, al zullen we niet direct naar nul gaan. We komen dan uit op een ­tussenscenario. In dat scenario zijn er volgens het klimaatpanel van de ­Verenigde Naties serieuze consequenties, maar lang niet zo dramatisch als waar vaak van uit wordt gegaan.’

Steeds beter

Het zijn vaak de alarmerende verhalen die media-aandacht krijgen, constateert Bodelier. Beeldende anekdotes leggen het af tegen droge data. Daardoor krijgen we volgens hem een verkeerd beeld van de werkelijkheid. ‘Wie naar de cijfers kijkt ziet dat we er steeds beter in worden om ons aan te passen aan klimaatverandering. Door stevigere huizen, betere ziekenzorg en waarschuwingssystemen voor rampen is het aantal dodelijke slachtoffers door extreem weer geweldig verminderd; verrekend met de toegenomen wereldbevolking is dat een afname van 99 procent sinds 1920, zo blijkt uit onderzoek. De vindingrijkheid van de mens beschermt ons tegen klimaatverandering.’

Dat is een behoorlijk optimistisch verhaal. Hoe zorgt u ervoor dat dit niet omslaat in naïef idealisme?
‘Ik moet me vaak verdedigen tegen het verwijt naïef te zijn. Maar ik beschouw mezelf als een realist – realistischer in elk geval dan mijn romantische critici. Naar mijn mening kijken zij te weinig naar data, waardoor ze de grotere ontwikkelingen vaak over het hoofd zien. Mensen vragen me of ik de oorlog in Oekraïne niet zie. Ik zeg dan: “Ik lig er wakker van. Maar ook wanneer we een uitspraak doen over ontwikkelingen rond oorlog en vrede moeten we naar langlopende trends kijken. En dan zien we bijvoorbeeld dat het aantal oorlogsslachtoffers fors afneemt.” Overigens wil ik mezelf geen optimist noemen. Optimisme gaat over je karakter, niet over je houding. Qua karakter ben ik eerder pessimistisch aangelegd. Ik heb meer met het woord “bemoediging” dan met optimisme.’

Bij het grote publiek wint het roman­tische denken vaak van de cijfers.
‘Dat is het probleem: veel mensen zijn niet gevoelig voor data. Er is een dragend verhaal nodig om mensen mee te krijgen. De romantici op links en rechts hebben zo’n verhaal, maar de rationalisten van het midden, zoals ik, vaak niet. Het is ook moeilijk om een sprankelend verhaal te bedenken, want rationalisten zijn geneigd dat meteen weer onderuit te halen. Denk aan het kritisch rationalisme van wetenschapsfilosoof Karl Popper: verlichte denkers proberen hun eigen verhaal steeds weer te falsificeren. Maar wanneer het hoofd tot het hart wil spreken kan dat niet zonder een bemoedigend verhaal.’

Hoe ziet zo’n verhaal er dan uit?
‘Dat is een verhaal over humanistische waarden. Een verhaal waarin we vertellen dat het mogelijk is om iedereen ter wereld van voldoende voedsel te voorzien en om een einde te maken aan oorlog. We moeten vertellen dat we in het verleden onrecht hebben bestreden en dat we dat in de toekomst zullen blijven doen. De zwarte burgerrechtenactivist Rosa Parks zei: “Ik zou graag bekend willen staan als een persoon die zich bekommert om vrijheid en gelijkheid en om rechtvaardigheid en welvaart voor alle mensen.” Dat zou de ambitie van ons allemaal moeten zijn.’

Gaan we dan weer geloven dat ‘de toekomst is wat we ervan maken’, zoals u in uw boek schrijft?
‘Het inspireert ons vooral om zelf een stapje te zetten. Organiseer een straatfeest, zet een vereniging op, word lid van een politieke partij. Kom in actie! Er is nog zoveel te doen. Er is een heel continent dat zich uit de armoede wil ontwikkelen. Er is ook veel moois te zien als je je bevrijdt van romantische vooroordelen. Ben je weleens in het Ruhrgebied geweest? Dat was eens een van de meest vervuilde plekken op aarde en nu is het een prachtig gebied. Er groeien bomen en planten in de oude fabrieksgebouwen en het stikt er van de dieren. Ja, het is natuur die door mensen is vormgegeven, maar waarom zou dat afdoen aan haar schoonheid?’

Lang leve de mens. Redden we het ook met tien miljard?
Ralf Bodelier
Gompel & Svacina
171 blz.
€ 22,-