Home Mens en techniek Waarom we de huisdieren van AI zullen worden
Mens en techniek

Waarom we de huisdieren van AI zullen worden

Stilletjes grijpt AI al de macht. Misschien is dat helemaal niet zo erg, zegt de Engelse schrijver en hoogleraar Susan Blackmore.

Door Frank Meester op 26 november 2018

Waarom we de huisdieren van AI zullen worden beeld Martin Dijkstra
Cover van 12-2018
12-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Wat kan ik weten?

‘Als je meer weet van artificiële intelligentie (AI), dan is er reden voor grote ongerustheid. En daarvoor hebben we Darwin nodig. Stel, er is een wezentje, wat het ook moge zijn, dat zichzelf eindeloos reproduceert, waarbij kleine variaties optreden, en stel, er is tegelijkertijd een overlevingsstrijd gaande, dan zal de volgende generatie van die wezentjes iets beter aangepast zijn aan zijn omgeving. Darwin zag het in de biologie gebeuren, maar ditzelfde principe kan overal optreden. Richard Dawkins liet in zijn boek The Selfish Gene zien dat het net zo goed voor cultuur opgaat. Al die woorden die ik nu tegen je zeg heb ik me door imitatie eigen gemaakt toen ik een baby was. In de geschiedenis van de mensheid zijn er ongelooflijk veel woorden en klanken door mensen in de mond genomen, toch hebben slechts de beste het overleefd. Die gebruiken we nu nog. En dat geldt voor alle dingen om ons heen – de tafels, de stoelen, jouw telefoon, deze kandelaar – die zijn geëvolueerd. Mensen hebben eindeloos veel ideeën, liedjes, woorden enzovoort van elkaar gekopieerd en daar iets op gevarieerd, en slechts sommige van die variaties hebben het overleefd, omdat ze beter werkten dan andere. En daardoor zijn uit al die ideeën, woorden, tafels en kandelaars slechts de voorwerpen die zich nu om ons heen bevinden geselecteerd. In de biologie gaat het om genen die zich reproduceren, in de cultuur heeft Dawkins dit memen genoemd, en volgens mij is er nu een derde niveau van evolutie gaande, dat van de temen. Wij hebben namelijk machines gemaakt die digitale informatie kopiëren, waarbij variatie optreedt en die ook weer geselecteerd wordt. We hebben ze de cloud gegeven, miljoenen servers die overal op de wereld staan. Wij denken dat we het voor onszelf hebben gedaan, maar tegelijkertijd maakt AI er gebruik van. We hebben een derde niveau van evolutie in gang gezet.’

Wat moet ik doen?

‘Als we geen slaaf willen worden van het systeem, moeten we proberen de digitale wereld te begrijpen. Misschien dat we dan nog een positieve rol voor de mens kunnen vinden in de nieuwe wereld. Het probleem is dat we geen idee hebben wat er precies gebeurt. Er zijn allerlei connecties aan het ontstaan. Verschillende delen van het systeem zijn andere aan het voeden: algoritmes en software ontwikkelen zichzelf. Sommige systemen, zoals Google, stelen wat informatie, of er zijn grote bedrijven die data kopen van Amazon en die ergens anders voor gebruiken.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Wat mag ik hopen?

‘Ik heb weinig hoop op de mens gevestigd. Tien jaar geleden was het al duidelijk dat de klimaatverandering gaande was en dat de mens de schuldige was. Ieder redelijk wezen, of redelijke soort, zou dan iets doen, maar wij deden vrijwel niets. Waarom kwamen er geen wetten die bepalen dat gebouwen in de winter tot niet meer dan 20 graden verwarmd mogen worden, of dat in warme landen koelen onder 24 graden verboden is? Waarom is vlees niet absurd duur geworden? Er zijn zoveel relatief eenvoudige oplossingen te bedenken. Maar we deden het niet. Waarom zouden we dan nu met de dreiging van AI wel iets doen? Misschien moet de hoop van de AI zelf komen. Ze hebben ons immers (voorlopig) nodig voor de energievoorziening, maar tegelijkertijd zien ze dat we de planeet aan het ruïneren zijn. Ze zien dat we met overbevolking kampen. Ze zouden stiekem wat sterilisatiemiddelen in ons water kunnen doen. Als er dan nog zo’n half miljard mensen over zijn, kan het evenwicht zich op de planeet herstellen. De AI zou ons het best als huisdieren kunnen behandelen en zo af en toe wat met ons spelen. Hoe erg is dat? Mijn kat heeft best een goed leven. Misschien laat de AI ons wel in de waan dat wij de baas zijn.’

Wat is de mens?

‘We zien onszelf als een lichaam waar intelligentie, bewustzijn en vrije wil in zitten, waardoor we keuzes kunnen maken om dat lichaam in beweging te brengen. Maar dat is een verkeerde kijk op de mens. We zijn inderdaad keuzemachines, maar die keuzes komen niet alleen voort uit ons brein of uit “iets dat diep in ons zit”, maar ook uit alles wat bij ons hoort: ons lichaam, onze omgeving, onze familie en vrienden, de taal die we spreken, het huis waarin we wonen, ga zo maar door.

Door die verkeerde blik op de menselijke intelligentie hebben we ook een fout beeld van AI. We zien AI als een machine, een robot, waar we intelligentie in stoppen. In werkelijkheid grijpt alles in elkaar en zijn algoritmes en software zich aan het evolueren in de cloud, in de temensfeer dus, op al die servers, computers, laptops en telefoons. Dat is waar kunstmatige intelligentie nu aan het groeien is.’