Home Psyche Waar is de geest?
Psyche

Waar is de geest?

We zijn de geest steeds meer uit het oog verloren, ziet filosoof Désanne van Brederode. Ze pleit voor een herwaardering.

Door Désanne van Brederode op 23 mei 2024

piano pianospeler muziek handen geest ziel beeld Dolo Iglesias

We zijn de geest steeds meer uit het oog verloren, ziet filosoof Désanne van Brederode. Ze pleit voor een herwaardering.

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Misschien herinnert u zich nog dat er op zeker moment werd besloten om de uitdrukking ‘geestelijk gehandicapten’ te vervangen door ‘mensen met een verstandelijke beperking’. Deze nieuwe definitie gaf me een bevrijd en vreugdevol gevoel, twee kanten op: ze deed recht aan degenen met een verstandelijke beperking, die toch nog steeds als geestelijke wezens werden gezien, dus als mensen – én ze maakte duidelijk, zij het impliciet, dat mensen geestelijke wezens zijn, ongeacht hun verstandelijke vermogens.

Op grond van deze terechte vervanging zou je hebben mogen verwachten dat er sindsdien met minstens zo grote zorgvuldigheid werd gesproken over de verschillen tussen verstand, mind, brein, bedrading, geest, bewustzijn, gevoelens en emoties, en ziel dan wel psyche. Om over identiteit en persoonlijkheid nog maar te zwijgen. Het tegendeel is waar. De begrippen dartelen lukraak door elkaar heen en wel zo, dat iemand bij de GGZ (Geestelijke Gezondheidszorg) terecht kan met psychische of emotionele problemen die eventueel mentale klachten blijken, veroorzaakt door het snel veranderende puberbrein, al dan niet in combinatie met drugsgebruik en een gedrags- of persoonlijkheidsstoornis. (Dan laat ik de wachtlijsten hier maar even buiten beschouwing.) Waar is die geest dan?

Désanne van Brederode (1970) is filosoof en schrijver. Ze studeerde filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze publiceerde meerdere romans, filosofische essaybundels en een dichtbundel. Enkele titels van haar hand zijn Als stilte steekt (2017), Zielland (2022) en Hoe het vuur te redden (2024).

Ik krijg niet de indruk dat degenen die bij de GGZ werken geloven in zoiets als de geest, opgevat als spirit – dus als meer dan mind en nog veel en veel meer dan brain alleen. En ik geloof niet dat psychologen, ziel-kundigen, per se geloven aan een ziel. Dat is nog tot daar aan toe. Wat mij zorgen baart, is dat de uitermate rommelige omgang met begrippen doorwerkt in alledaagse taalgebruik en in de perceptie van elkaar en van onszelf.

Ziel en geest

Ziel en geest komen nog wel in het taalgebruik voor, maar dan toch vooral als oude, poëtische woorden voor onstoffelijke, innerlijke zaken en processen, die net zo goed anders benoemd kunnen worden. En daarbij zijn de begrippen in hoge mate uitwisselbaar, ook al zullen de geesteswetenschappen geen zielswetenschappen worden genoemd en zijn er uitdrukkingen waarin het verschil nog wel heel duidelijk is: een landelijk dagblad adverteerde ooit met ‘slijpsteen voor de geest’. Dus niet voor de ziel. Je kunt iemand hard op zijn ziel trappen, maar niet op diens geest. De aanduidingen zielig en geestig kun je gelukkig ook niet door elkaar gebruiken.

Maar dan nog. Body & Soul, Body & Mind, Body & Spirit: je kunt je retraiteoord, wellness-centrum, yogaschool of praktijk voor natuurgeneeskunde één van die drie namen geven, want het komt toch op hetzelfde neer. Omgekeerd hoeft de GGZ geen naamsverandering te ondergaan, ook al zul je er vergeefs aankloppen voor een geestelijke verzorger, want uitgerekend dát beroep valt niet onder de koepel.

Vast staat dat het vigerende mensbeeld door en door dualistisch is. Met je gedachten je lichaam onder controle krijgen, of door bijvoorbeeld intensief sporten je emoties en gedachten tot rust brengen. Met medicatie je stemming beïnvloeden, of door meditatie je gedrag veranderen of zelfs lichamelijke pijnklachten verhelpen: mind over matter of vice versa. Of de twee goed op elkaar afstemmen door bewegingspauzes in te lassen tussen je geestelijke arbeid achter je laptop, om zowel fit als helder te blijven. Al deze benaderingen vertrekken vanuit een tweeledig mensbeeld. Ook na onze fysieke dood zou er iets kunnen overblijven: een lichaamsvrij bewustzijn, een ziel, een geest. Of een ghost die kan gaan spoken. You name it. Aangezien het allemaal toch maar speculatie is, hoeft het niet precies te worden onderscheiden. Behalve die ene keer dat werd besloten dat we mensen met een verstandelijke beperking voortaan géén geestelijk gehandicapten meer mochten noemen – mijns inziens dus volkomen terecht.

Ik ben gaan geloven dat een drieledig mensbeeld, bestaande uit lichaam, ziel en geest, of uit willen, voelen, denken, veel meer recht doet aan de menselijke ervaringswerkelijkheid. ‘Alle goede dingen komen in drieën’ – bovendien zijn we ingericht op waarnemen en denken ‘in drieën’. In het ruimtelijke ervaren we drie dimensies, hoogte, breedte en diepte. En in de tijd eveneens: verleden, heden en toekomst. Maar voordat dit alleen maar een theoretische vervanging van het dualiteitsparadigma lijkt, wil ik u meenemen naar een ervaring waaruit ik de drieledigheid afleid.

Masterclass

U heeft vast wel eens een masterclass gezien waarbij een gevierde musicus een jonger talent helpt om een toch al perfect uitgevoerd muziekstuk nog rijker, nog mooier, nog bezielder te laten klinken. Niet als doel op zich: idealiter zal het stuk klinken zoals de componist het waarschijnlijk ‘heeft bedoeld’. Dat is al interessant. Want stel dat die componist alweer een paar eeuwen dood is, dan kan hij daarover niets zeggen. De musici moeten afgaan op de partituur en op summiere talige aanduidingen van speelstijl en gewenste stemming. Ze ontkomen er niet aan dat ze de compositie interpreteren, maar alweer is hun doel niet om tot een zo origineel mogelijke, eigenzinnige, markante interpretatie te komen die die van alle andere solisten overtreft: hun interpretatie moet zo goed mogelijk laten klinken wat er staat. Dat is iets volkomen anders dan ‘wat je er zelf bij voelt als je de noten leest’ en daarbij noten weghalen en toevoegen.

Dat Chopin een bepaald stuk schreef in een verdrietige periode, overvallen door heimwee naar Polen: die wetenschap kan wel bijdragen aan de kwaliteit van de vertolking, mits het stuk hierdoor niet wordt gereduceerd tot gevoelsexpressie alléén. En hoe stel je dat vast? Inderdaad, door gevoelvol te luisteren.

Wat zo’n masterclass zo fascinerend maakt, is dat de senior en de junior in hun vak de top al hebben bereikt. En toch is er dat verlangen om de ziel in de muziek steeds dichter op het spoor te blijven komen, in de geest van de schepper ervan, de componist.

Dode cavia

Wat je ziet, en vooral hoort, is dat de junior een voor onze oren perfecte reeks maten speelt, terwijl de senior hem of haar desondanks interrumpeert en zegt: ‘Heel fraai, maar mag ik even?’ En dan nogmaals speelt wat er zojuist heeft geklonken, dus op de manier van de junior, om hierna zijn eigen versie te laten horen. Die inderdaad in kleine, verfijnde details van de vorige verschilt en de maten nog meer kleur, gelaagdheid, warmte geeft. Dat gaat boven techniek en kennis uit: daar zien we de geest aan het werk, die al doende, al luisterende, reflecteert op de klanken en wat ze doen in het gemoed, de ziel. De junior hoort het ook. En wij, die de masterclass bijwonen of op televisie bekijken, zien twee mensen die de verschillen waarnemen, voelen, doorvoelen.

Daarna mag de junior het weer proberen, en het lukt niet, of maar ten dele. Nu moet de senior in de geest nagaan wat hij precies anders heeft gedaan en waarom, en hoe hij dit het beste kan uitleggen of voordoen aan de junior. In veel gevallen grijpt iemand daarbij naar beelden. ‘Alsof je een Aziatische topkok bent, die met een scherp keukenmes een wortel in flinterdunne plakjes snijdt, chopchopchop.’ Of: ‘Alsof er vanuit de golven plotseling een gouden, lichtgevende vis opspringt.’

Ik kan me niet heugen dat er in zulke masterclasses aan method acting wordt gedaan, waarbij de musicus wordt aangespoord om bij de Marche Funèbre dan in vredesnaam maar te denken aan de dode cavia die hij als kleuter in de tuin heeft begraven, aangezien hij verder nog geen dierbaren heeft verloren. Ook kan geen musicus zeggen: ‘Sorry, mijn geliefde heeft me gisteren verlaten, dus ik speel nu liever geen passages in mineur.’

Een en al gevoel

Als gezegd: zo’n masterclass is één en al gevoel, dáár gaat het om, en precies daarom zijn persoonlijke, hoogst individuele ‘autobiografische’ emoties ongewenst. Sterker nog, de musici houden misschien van heel andere stukken van deze componist. Of zelfs veel meer van het werk van Beethoven, Bach of Brahms. De toewijding telt. Dat is techniek, en theoretische kennis, handen, oren en verstand, maar zonder ziel en geest is het geheim niet te naderen. Een uur lang hebben we die in actie ‘gezien’, gehoord, gevoeld. We hebben meegeluisterd, meegevoeld, meegedacht en mogen vaststellen dat één en hetzelfde stuk gaandeweg een verrassende transformatie heeft ondergaan die nu niet meer in losse vertolkstappen is op te knippen, te analyseren: er is kwalitatief van alles veranderd ten opzichte van de eerste vertolking, maar dat we dit konden registreren en concluderen, danken we aan de weg ernaar toe, waar ook wij van de ervaringen in onze ziel als het ware ‘geest’ maakten.

Hierbij vat ik geest op als een instantie die zowel ‘aan het licht brengt’, als in helderheid toeneemt door de daad van het licht werpen op. Dat is iets heel anders dan ergens over nadenken en dat benoemen, uitspreken. We kunnen niet over onze geest denken als iets tegenover ons, terwijl het ook niet zo is dat we, door te denken, per definitie geestelijk actief zijn. Was het maar waar. Een to do-lijstje opstellen en een mening op sociale media knallen, piekeren over de vraag of je inderdaad ADD of bindingsangst hebt: het is allemaal denken, nadenken. Maar pas als we daarbij denken over de wijze waarop we het denken voltrekken, komt de geest in actie. ‘Mag ik uit het één wel het ander afleiden? Wil ik dit wel denken? Waar baseer ik me op? Wat zouden de gevolgen van dit denken kunnen zijn?’

Kastanjeboom

Geest toont zich in interesse, voorbij onmiddellijke sympathie en antipathie, en is bereid om in veel een geestelijke dimensie te veronderstellen en in mensen bovendien een individuele geest. Geest manifesteert zich waar ik een kastanje bewonderend kan zien als de vrucht van een heel seizoen, uit bloesems ontstaan, maar ook als het begin van een heel nieuwe kastanjeboom, en als ik al die fases en overgangen innerlijk kan beleven, beweeglijk. Een verschijning in ruimte en tijd die is geworden en wordingskracht draagt – die niet zonder aarde, water, licht, lucht, warmte kan en die daarin wel moet transformeren, metamorfoseren. Al zou ik duizenden foto’s maken van dat proces, of het filmen en versneld afspelen, dan nog kom ik die beweeglijke levenskracht niet op het spoor, niet die inwerking van het één op het ander: die kan ik alleen in mijn geestelijke voorstelling tevoorschijn brengen. Voor mijn geestesoog halen.

Geest toont zich waar ik niet zeg, op het eerste gehoor: ‘Wat imiteert Chopin hier goed de regen!’, iets waar hij zelf overigens ook niks van moest hebben, en de muziek niet gebruik als lekker achtergrondmuziekje bij het schrijven of om herinneringen tot leven te wekken – maar waar ik actief binnentreed in het geheim dat niet alleen in de tonen zelf schuilt, maar vooral in de samenklanken, de overgangen, de stiltes daartussen. Daar ademt, daar beweegt en verandert iets. Daar is muziek geen gegeven meer, maar een gave, iets dat wordend is en mij in wording brengt. Ik kan waarnemen, voelen en denken wat ik nog niet kende. Een ander worden, ver-anderen, doordat ik de veranderingen heb ‘mee-gemaakt’. En vervolgens opmerken dat ik, lang nadat ik meermaals dat stuk heb beluisterd, heel veel meer aan de regen beleef, ritmes, patronen, de rimpelingen in de grachten, het verschil in klank tussen regen in de bloeiende esdoorn en die op auto’s. Dat was niet het doel. Eerder omgekeerd: ik luisterde bezield, zonder doel, maar om de geest in de muziek te eren.

Even tussendoor… Meer lezen over de geest? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang elke woensdag het laatste filosofie nieuws, de beste artikelen van de week en af en toe een aanbieding.
Ontvang wekelijks het laatste filosofienieuws, de beste artikelen en af en toe een aanbieding.

Met een beetje pathos kun je zeggen: de geest is actief waar iemand doelbewust zijn zelfbewustzijn offert en tot instrument laat worden.

De constante pijnen van topdansers zien wij niet. Integendeel. We zien elastische, sierlijke lichamen, die bezield uitdrukking geven aan subtiele emoties of alleen al geometrische vormen-schoonheid tonen. Iedere stap, draai of sprong spreekt een taal die alle talen te boven gaat. Voorstelling na voorstelling na voorstelling. Waarbij de ene danser misschien meer en meer last van haar rug krijgt en de andere danser zich daar steeds meer aan ergert. En dan toch zullen ze zeggen, zonder te liegen: ‘Het is heerlijk om die scènes te dansen, nog iedere keer ontdek ik er meer in, en datzelfde geldt voor de muziek.’

Dát is de geest. That’s the spirit.

Dit is een bewerkt en ingekort fragment van de Abraham Kuyperlezing die Désanne van Brederode op 13 mei 2024 uitsprak in de Westerkerk in Amsterdam, naar aanleiding van haar aanstelling per 1 juni als Vrije Schrijver aan de Vrije Universiteit Amsterdam.