Home ‘Steeds meer oren maken zelf geheimen’

‘Steeds meer oren maken zelf geheimen’

Miriam Rasch is essayist en filosoof en verbonden aan de Willem de Kooning Academie.

Door Miriam Rasch op 23 september 2022

Miriam Rasch column
filosofie magazine 10-2022
10-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Ik vond het zo’n goed verhaal dat ik het heb doorverteld alsof het waar was: dat je in de Middeleeuwen tegen betaling een geheim in het oor van een terdoodveroordeelde kon fluisteren, waardoor de last van jouw schouders viel en het geheim, met dank aan de beul, toch voor altijd veilig bleef. Het werd letterlijk meegenomen in het graf, alleen dan niet dat van jezelf.

Toen ik op zoek ging naar de ongetwijfeld beeldende middeleeuwse naam van deze orendienst, bleek het een verzinsel te zijn van dichter Tonnus Oosterhoff. ‘Het privilege van het laatste oor’, zo beschreef hij de rijkeluisbiecht alweer een decennium of twee geleden. ‘Een perverse, technische oplossing voor een menselijk probleem.’ Want een mens wil nu eenmaal zijn ‘schuldig geheim’ toevertrouwen aan een medemens.

Bestaat dat existentiële probleem eigenlijk nog wel? Tegenwoordig deel je je geheimen al dan niet anoniem met de hele wereld via een app of op een forum. Tientallen, duizenden mensen delen het laatste oor, zonder dat met hun leven te bekopen.

Het probleem lijkt nu eerder dat geheimen niet meer kunnen bestaan. Er is altijd wel een oor dat ons afluistert. Maar zelfs dat lijken we niet echt erg te vinden. In plaats van één duurbetaald laatste oor hebben we er tegenwoordig miljoenen doorlopend tot onze beschikking. Ze zitten in onze smartphones, in beveiligingscamera’s, in de zoetgevooisde spraakassistenten die een plekje krijgen in onze huiskamers. Ook achter deze ‘technische oplossing’ gaan vaak mensen schuil. Medewerkers van Amazon of Google kunnen meeluisteren, en dat doen ze dan ook.

Dat zorgt voor nieuwe problemen. De machine-oren, ijverig als ze zijn, beginnen zelf geheimen voor je te creëren. Thao Phan onderzoekt de relatie tussen etniciteit en algoritmes, en werd zelf door de Alexa-spraakcomputer aangehoord voor ‘taliban’. Lawrence Abu Hamdan, een kunstenaar die oorlogsmisdaden in Syrië reconstrueert, vertelt hoe in zijn buurt de Apple-app Siri, die steeds dacht haar naam te horen, ‘ontwaakte’ om haar hulp aan te bieden. ‘Een perverse, technische oplossing voor een menselijk probleem’: voor je het weet eindig je op een terrorisme-watchlist.

Je kunt concluderen dat we onze geheimen niet meer in het oor van de terdoodveroordeelde fluisteren, maar eerder in dat van de beul.