Home Kunst Roger Scruton: ‘Kunst leert ons wat we moeten voelen’
Kunst

Roger Scruton: ‘Kunst leert ons wat we moeten voelen’

Door Marco Kamphuis op 25 juni 2008

06-2008 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Pom-pom-pom-pom!’. Midden in het interview slaat Roger Scruton op tafel om het noodlotsmotief uit Beethovens Vijfde Symfonie kracht bij te zetten. Een gesprek met een conservatief filosoof over de waarde van hoge cultuur.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.


Op de vroege ochtend in een mondain hotel doet Roger Scruton weinig moeite zijn geeuwen te verbergen. Kennelijk is het gisteren laat geworden na zijn lezing in Utrecht. De opkomst daar heeft hem verbaasd, in eigen land trekt hij minder publiek. Scruton is in Nederland om het verschijnen van Waarom cultuur belangrijk is luister bij te zetten. Met zijn geruite jasje, slobberige broek en afgetrapte schoenen doet hij zijn reputatie van landjonker eer aan – en met zijn geaffecteerde Engels natuurlijk. Zijn vermoeidheid is overigens snel verdwenen wanneer het gesprek op onderwijs komt. Want als íéts volgens Scruton de vervlakking van deze tijd vertegenwoordigt, dan is het wel hoe er over onderwijs gedacht wordt. Onderwijs moet vooral ‘relevant’ zijn voor hen die het ontvangen. ‘Een misverstand’, stelt Scruton onomwonden. ‘Goed onderwijs draait in de eerste plaats niet om scholieren of studenten, maar om kennis. De voornaamste zorg van een goede leraar is dat kennis niet verloren gaat. Daartoe moet hij de hersenen vinden die in staat zijn die kennis te bevatten. Natuurlijk hebben zijn leerlingen daar ook baat bij, maar dat is een neveneffect, niet het ware doel. Wat er met het onderwijs is misgegaan – niet alleen in Engeland, maar ook in Nederland – is dat men dit besef is kwijtgeraakt, onder druk van de democratische denkwijze waarin het altijd gaat om de vraag: “Wat voor belang heb ík erbij, hier en nu, als ik dit doe?”’

Wat niet onredelijk lijkt.
‘Niet onredelijk, maar daar stel ik de oude visie tegenover dat het heden onbelangrijk is. Het is begrijpelijk dat je je afvraagt wat jij ergens aan hebt, maar echte wijsheid bestaat erin dat je je afvraagt wat de mensheid eraan heeft. Dat wil zeggen dat je kijkt naar toekomstige generaties en hun behoeften, en naar vroegere generaties en wat zij ons geschonken hebben. Dan zien we onderwijs zoals het hoort.’

Hebben studenten dan niet het recht te zeggen dat ze willen leren wat relevant voor hen is?
‘Dat recht hebben ze. Iedereen heeft het recht zichzelf te diskwalificeren… want daar komt het op neer. Een zogenaamd relevant onderwijsprogramma komt erop neer dat de moeilijkste kennis wordt weggelaten, en op den duur verloren gaat.’

Waarom cultuur belangrijk is gaat niet over wetenschap, maar over hoge cultuur, waaronder Scruton kunst en filosofie verstaat. Toch is de kwestie van kennisoverdracht aan de orde, omdat hoge cultuur ook een vorm van kennis is. Het is alleen moeilijk deze kennis te definiëren. Scruton: ‘Het is geen wetenschappelijke kennis en geen praktische kennis, het is iets anders. In mijn boek probeer ik erachter te komen wat dan precies. Vroeger sprak men over “kennis van het menselijk hart”, waarmee men al die kennis samenvatte die niet kan worden gerangschikt onder feiten of vaardigheden. Dit soort kennis is misschien wel het belangrijkst, omdat ze van invloed is op onze omgang met elkaar, op onze normen en waarden, en op de vraag naar de zin van het leven. Door de hoge cultuur leren we wat we moeten doen in moeilijke situaties, en vooral wat we moeten voelen. Door romans te lezen komen we tot emotionele kennis, en daarmee kunnen we ons voorbereiden op wat ons in het leven allemaal te wachten staat.
Cultuur in het algemeen gaat om hoe we ons moeten gedragen. Ouders proberen hun kinderen goede manieren bij te brengen. Dat is de basis van cultuur, daar heb je wat aan in het dagelijks leven. Maar hoe je in moeilijke situaties moet reageren, dat kun je leren van de hoge cultuur – kunst en filosofie.
‘Vroeger werd dit soort kennis doorgegeven door religie. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, draait het bij een religieuze opvoeding minder om dogma’s dan om rituelen, voorschriften en voorbeelden die je leren hoe je moet omgaan met allerlei levenssituaties. Maar omdat de religiositeit in onze samenleving verzwakt is, moet die morele opvoeding op een andere manier gestalte krijgen.’

Kunt u een concreet voorbeeld geven van iemand die in een specifieke situatie weet wat te voelen of te doen omdat hij – laten we zeggen – Proust of Shakespeare heeft gelezen?
Na enig nadenken antwoordt Scruton: ‘Proust en Shakespeare waren beiden experts op het gebied van jaloezie. Ze kenden de verwoestende kracht ervan, ze zagen hoe jaloezie zich met haar eigen verdenkingen voedt en een valse wereld creëert. Ik denk dat iemand die hun werk kent er wel voor oppast dat proces bij zichzelf toe te laten. Hij weet te goed wat hem te wachten staat. Ik zeg niet dat dit de reden is waarom je Proust of Shakespeare leest. Je leest boeken omdat het plezierig is, omdat literatuur een intrinsieke waarde heeft. Esthetiek en ethiek zijn twee verschillende dingen, maar ze zijn met elkaar verbonden. Je zou niet zo van die boeken genieten als ze niet óók zouden bijdragen aan je emotionele kennis.’

En wat leer ik van Beethoven?
‘Het lijkt of muziek, omdat die niets afbeeldt, geen morele inhoud heeft. Plato zag dat anders. Volgens hem bootsen harmonieën en ritmes bepaalde geestestoestanden na, die we op onszelf overbrengen door op de klanken te dansen of te marcheren. Het is dan ook van belang alleen te luisteren naar muziek die je ziel verheft, en je oor niet te lenen aan muziek die je ziel in verwarring brengt. Ik denk dat Plato niet helemaal ongelijk had. Als je naar het gemiddelde popfestival kijkt, kun je moeilijk zeggen dat het de ziel van de toehoorders onberoerd laat… om nog maar te zwijgen van de verwoesting van hun gehoor, natuurlijk.
‘Wat Beethoven betreft, ik denk dat het ritme van klassieke muziek ons iets leert over het ritme van ons innerlijk leven. Er zijn gebaren in muziek, die overeenkomen met de gebaren in ons leven. Pom-pom-pom-pom!’ (Scruton slaat op tafel, om het noodlotsmotief uit Beethovens Vijfde Symfonie kracht bij te zetten.) ‘De vuist balt zich, om zich geleidelijk te ontspannen. Wanneer de melodie sereen wordt, ontspan jij als luisteraar ook. Je leert hoe ongeduld opgelost kan worden door tederheid en respect. Wanneer je naar Beethovens symfonieën luistert, oefen je als het ware de manier waarop je spanningen in jezelf kunt oplossen. Ritme en melodie hangen samen. Melodie heeft van nature een ritmische organisatie, en ritme alleen bekoort het oor niet. De grote triomf van de klassieke symfonie is dat die de melodie gebruikt om het ritme in ons te planten.’

En de schilderkunst?
‘Landschappen zijn enorm belangrijk voor ons, want de schilder heeft daarin geprobeerd de natuur af te beelden alsof die een thuis voor ons is. Krachtige landschappen, zoals Cézannes schilderijen van de Provence, geven ons het besef dat dit onze natuurlijke leefomgeving is, dat we hier werkelijk thuis zijn.
‘Portretten, zoals die van Rembrandt, zijn oefeningen in metafysica. Je ziet de strijd tussen leven en dood in een gezicht. Het portret nodigt je uit het hele wezen van een persoon te begrijpen. En te begrijpen dat wat je ziet sterfelijk is; het gaat dood, maar het is niettemin volkomen de moeite waard. Het was goed dat dit bestaan heeft. En het is dus een geluk dat jijzelf leeft. Een schilderij kan je op zoveel manieren iets zeggen.’

Hoe fraaier het kunstwerk, des te groter de morele zeggingskracht, en andersom?
‘Zo simpel is het niet, het is geen een-op-eenverhouding, maar ik denk dat we een bepaald niveau van morele ernst van een kunstwerk verwachten, voordat we het onze aandacht waard vinden. Zo kan ik het werk van De Sade niet als serieuze kunst zien, omdat het de waarde van het menselijk leven niet serieus neemt.’

Goede kunst is niet altijd positief. Kunst kan ook duister zijn. U geeft er blijk van de poëzie van Baudelaire te waarderen.
‘Als je Baudelaire leest, tuur je in de afgrond. Soms is dat noodzakelijk, en het is goed te weten dat je daarbij niet alleen bent. Baudelaire houdt je hand vast terwijl je over de rand kijkt, in de diepte van de verschrikking. De Sade duwt je daarentegen over de rand heen.’

Word je door kunst een beter mens?
‘De ergste politiek misdadigers van de twintigste eeuw – Hitler, Stalin en Mao – waren alle drie ontwikkelde mensen die van kunst hielden. Mensen die van nature slecht zijn, zullen door kunst niet op betere gedachten gebracht worden. Maar een gewoon mens zal door kunst inderdaad tot het goede geïnspireerd worden.’

Scruton woont op een kleine boerderij in Wiltshire, ten westen van Oxfordshire. Op de vraag hoe zijn gemiddelde dag eruitziet, veert Scruton op: ‘Zodra ik ben opgestaan, ga ik achter mijn bureau zitten en begin te schrijven. In de middag handel ik wat lopende zaken af; als mijn vrouw Sophie er is, gaan we soms paardrijden. We hebben iemand in dienst die het werk op de boerderij doet. O jawel, ik doe zelf ook wel wat, er zijn altijd klusjes: onkruid wieden, een hek repareren – heerlijk werk voor een uurtje, het voorkomt dat je gek wordt. We jagen ook. In het seizoen twee keer per week, op woensdag en zaterdag. De Engelse vossenjacht duurt een hele dag; als je twee paarden hebt kun je tot zes uur doorgaan. Daarna ben je natuurlijk uitgeput. Het is waar, de vossenjacht is nu verboden. Die stond symbool voor alles wat Labour haatte, voor de bezittende klasse op het platteland. Ik heb me met de pen tegen dat verbod verzet, uiteraard; ik kom op voor mijn manier van leven. We doen nu wat wettelijk is toegestaan: we volgen met de honden een kunstmatig spoor, waarvoor vossenurine wordt gebruikt. De vossenjacht houdt namelijk niet in dat je achter een pluimstaart aan galoppeert, maar dat je de honden, die de geur van een vos ruiken, probeert bij te houden. Tegenwoordig creëren we van tevoren dus een kunstmatig spoor – maar onvermijdelijk pikken de honden onderweg een écht spoor op!’ Lachend: ‘Dan gebeurt er wat er altijd al gebeurde. Je kunt dus dingen verbieden zonder resultaat te boeken.’