Home Roger Scruton: ‘Het ware conservatisme geeft om het milieu’

Roger Scruton: ‘Het ware conservatisme geeft om het milieu’

29 mei 2012

Cover van 06-2012
06-2012 Filosofie magazine Lees het magazine

‘België is een merkwaardig land, maar ik kom graag naar Leuven.’ De Britse conservatieve filosoof Roger Scruton is in allerijl opgetrommeld om Peter Sloterdijk te vervangen op het Feest van de Filosofie. ‘Leuven heeft veel mooie gebouwen, zoals de Sint-Pieterskerk met zijn prachtige zuilen. Als je daar met je vingertoppen over streelt, raak je niet enkel stenen aan, maar ook zuiver vakmanschap.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Scruton heeft een passie voor de omgeving waarin de mens leeft, of het nu de gebouwde omgeving of de natuur is. Hij werpt zich ook regelmatig op als beschermer daarvan. Zo ook in zijn laatste boek, Groene filosofie, waarin Scruton zich buigt over de grond en de wereld waarop we bouwen. Het milieu.
Scrutons zorg voor duurzaamheid kan opmerkelijk lijken. Rechtse politici en denkers hebben zich vaak laatdunkend over de huidige milieuproblematiek uitgelaten. Het groene gedachtegoed lijkt daardoor vooral een linkse zaak te zijn. Maar die perceptie klopt niet, volgens Scruton.

‘Voor mij is de milieubeweging geen recent fenomeen, maar een product van het negentiende-eeuwse conservatisme. Er zijn natuurlijk rechtse politici die de zorg voor het milieu een fait divers vinden. Voor hen telt enkel economische groei. Maar zij zijn de ketters van de conservatieve, intellectuele traditie. Daarin staan traditie, familie en zorg centraal, en niet het geld. Het ware conservatisme houdt altijd een bekommernis om het milieubehoud in. Historisch gezien is de zorg voor het milieu dus geen exclusief linkse materie. Integendeel. Laat ons niet vergeten wat een enorme milieuschade het socialisme heeft aangericht.’

Hoe is dan toch het beeld ontstaan dat het milieu een linkse bekommernis is?
‘Dat beeld is gebaseerd op een illusie. De illusie dat we het milieu moeten beschermen tegen de grote industrie en economie, de markten, het kapitalisme en consumentisme. En dat we daarom de wapens moeten opnemen tegen al die zaken. Dat is te simplistisch.’

De zorg voor het milieu is geen heroïsche strijd voor een totale maatschappelijke reorganisatie, maar een zaak van kleinschalige initiatieven?
‘Iedereen moet proberen om zijn eigen thuis te vrijwaren van plundering en uitputting. Families en gemeenschappen moeten zich engageren om sociale entropie, afval en verspilling tegen te gaan. Winst moet duurzaam en hernieuwbaar zijn. En dat kun je bereiken door kleinschaligheid. Je kunt de mens concreet motiveren tot kleine projecten die ons niet boven het hoofd groeien.’

Als iedereen zorgt voor zijn eigen omgeving is het hele milieu daarmee gediend. Is dat ook niet te simplistisch? Gaat dat niet uit van te veel vertrouwen in de mens?
‘Ik denk niet dat ik er een te optimistische kijk op de mens op na houd. In wezen zijn alle vormen van optimisme immers ongegrond. Maar dat betekent natuurlijk niet dat we in pessimistische berusting moeten verzanden. Door idealen na te streven bereik je het mogelijke. En mijn kijk op de zaak is heel wat realistischer dan die van de milieu-activisten. Zij willen dat we ons allemaal enorme opofferingen getroosten , maar leveren ons daar geen enkele persoonlijke motivatie voor.’

Die motivatie moeten we volgens u zoeken in het begrip oikophilia.
‘Daarmee bedoel ik de menselijke gehechtheid aan een thuis. Volgens mij vormt die gehechtheid de belangrijkste motivatie voor mensen om zorg te dragen voor het milieu. Pas als je aan iets gehecht bent, ben je bereid om je ervoor in te zetten en offers te brengen. De offers die nodig zijn voor het milieubehoud zijn niet altijd evident. Ze vergen vaak een gevoel voor verantwoordelijkheid dat voor sommigen te abstract is. Verantwoordelijkheid en ook verbondenheid. Verbondenheid met onze geschiedenis en toekomst, met de doden en de nog ongeborenen. Met hen allen delen we het milieu. Het milieu is niet van ons alleen.’

Zien we het milieu te veel als iets wat we moeten benutten, hier en nu? Iets waar we munt uit moeten slaan?
‘Zo’n houding is inderdaad kenmerkend voor een groot aantal mensen. Maar het bewustzijn groeit dat milieuzorg een plicht is. Dat geeft hoop. In mijn land krijg je bijvoorbeeld makkelijk jonge vrijwilligers op de been voor natuurprojecten.’

Voor welke milieuprojecten komt u in actie?
‘Ik ben filosoof en schrijver. Mijn belangrijkste werkmiddel is dus mijn pen. Daarmee heb ik campagne gevoerd tegen de moderne architectuur en stadsplanning, die het leven verstoren in de stedelijke gebieden. Verder heb ik enkele jaren geleden met de linkse schrijver Anthony Barnett een forum opgericht dat mensen van allerhande politieke strekkingen samenbrengt. We discussiëren over milieuproblemen en zoeken algemeen aanvaardbare oplossingen. Tot slot probeer ik ook milieuvriendelijke landbouw te stimuleren in het landelijke gebied waar ik woon.’

U ziet niet enkel uw boeken, maar ook uw landgoed als uw levensproject?
‘In zekere zin wel. Ik probeer op mijn landgoed een stuk natuur te vrijwaren tegen de moderne tijd. Zo’n strijd tegen de tijd is moeilijk. Laatst nog zijn alle vissen in onze vijver gestorven doordat het water vervuild was geraakt. Het kost jaren tijd en duizenden euro’s voordat de situatie genormaliseerd raakt. Kleinschalige inspanningen zijn soms ook al heel moeilijk. Het milieu is erg fragiel, zoals alle mooie dingen.’

De Engelse uitgave van Groene filosofie is luxe, met een opvallend royale interlinie. Kon dat niet wat milieuvriendelijker? Kleinschalig en niet zo moeilijk, toch?
‘Ik ben vooral blij dat mijn boek in een leesbare en aantrekkelijke vorm is gegoten. Zo kan het lezers beïnvloeden. Trouwens, wanneer ik denk aan de enorme hoeveelheid papier die verspild is aan het werk van Derrida, Deleuze, Lacan en andere oplichters, voel ik me niet meteen schuldig. Mijn boeken hebben misschien wel veel papier gekost, maar ze staan tenminste vol met coherente gedachten.’