Home Kunst Politieke ­ongesteldheid
Kunst

Politieke ­ongesteldheid

Door Claudia Galgau op 21 mei 2019

Politieke ­ongesteldheid
Cover van 06 -2019
06 -2019 Filosofie magazine Lees het magazine

Een heilige met menstruatiebloed op haar dij. Zo beeldt de Chileense kunstenaar Cecilia Vicuña zichzelf af, in een oproep om de wereld te bekijken door de wereld van de minst-bevoordeelden.

Ik was in mijn studio in Londen toen ik hoorde dat Salvador Allende, onze socialistische president, was overleden na een militaire staatsgreep. In één dag kwam er een einde aan honderdvijftig jaar democratie’, schrijft de Chileense kunstenaar Cecilia Vicuña (1948) in haar autobiografie. ‘Voor mijn gevoel was Chili als land vanaf dat moment ook ten dode opgeschreven. In de maanden die volgden, werden Allendes aanhangers gemarteld, verhoord en vanuit helikopters in de oceaan gegooid. Als reactie hierop schilderde ik de woestijn van Chili en ernaast een grote druppel bloed die in de oceaan valt. Een jaar later overvielen soldaten het huis van mijn vriendje in Santiago, op zoek naar subversief materiaal. Ze vonden een van mijn schilderijen en staken dat kapot.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Vicuña was zich al op jonge leeftijd bewust van sociale onrechtvaardigheid en censuur. Haar grootvader was advocaat en hielp in de jaren veertig de Nobelprijswinnaar en dichter Pablo Neruda ontsnappen aan de anti-socialistische regering. Zelf was ze een van de eerste Zuid-Amerikaanse kunstenaars die benadrukten dat persoonlijke ervaringen een politieke kwestie zijn. Ze maakte deel uit van de Feminist Art Movement, een kunststroming uit de jaren zeventig die de standpunten van vrouwen en minderheidsgroepen zichtbaar wilde maken, om zo discriminatie en uitbuiting aan te kaarten. Kunstenaars uit deze stroming werden lange tijd niet in de kunstcanon opgenomen, maar waren belangrijke voorgangers van de hedendaagse identiteitspolitiek.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld: Cecilia Vicuña

In het zelfportret Angel de la Menstruación (1973), tot en met 10 november te zien in Rotterdam, valt het persoonlijke en het politieke duidelijk samen. Het schilderij doet denken aan de christelijke heiligenbeelden die Spaanse kolonisten in de zestiende eeuw naar Chili haalden. Door het taboe-onderwerp ‘menstruatie’ zo af te beelden, bekritiseert Vicuña de koloniale autoriteit. Tegelijkertijd presenteert ze haar persoonlijke ervaring als iets heiligs: ‘Vrouwen wordt verteld dat ze zich voor hun menstruatie moeten schamen. Maar het symboliseert de voortzetting van leven, en is daarom het heiligste wat er is’.

Het menstruatiebloed, dat op het portret als een geknoopt touw uit haar lichaam hangt, verwijst bovendien naar Quipu, een taal die inheemse groepen uit het Andesgebied eeuwenlang gebruikten. Deze taal bestond uit verschillende knoop- en weeftechnieken die elk een andere betekenis hadden. De kolonisten verbanden de Quipu, en door de taal op te eisen verzet Vicuña zich tegen regimes die alternatieve standpunten willen onderdrukken.

Het werk van Vicuña raakt ook aan de ideeën van de Indiase filosoof Chandra Mohanty. Zij stelt dat we ook in onze eigen maatschappij de ervaringen van de minst bevoorrechte individuen als uitgangspunt moeten nemen. Via deze tactiek, die zij ‘reading up the ladder of privilege’ noemt, kunnen we zien hoe het systeem waarin we leven bepaalde burgers systematisch uitbuit. Zo kunnen we beter begrijpen welke zaken maatschappelijk verbeterd moeten worden.

Vicuña’s werk is een voorbeeld van ‘reading up the ladder of privilege’ maar ze vindt niet dat bevoorrechte mensen geen recht van spreken hebben. Ze is juist zo dol op Quipu omdat het illustreert hoe dubbelzinnig elk perso

onlijk standpunt is. Het kan op ontelbare manieren met het standpunt van een ander worden verbonden om een waarheid te weven, maar kan ook weer net zo makkelijk uit elkaar vallen. De waarheid kan volgens haar dus niet in een zwart-witte tekst worden gegoten, maar is net zo veranderlijk en kwetsbaar als een weefsel van touw. Pas als we dat inzien, kunnen we volgens Vicuña iedereen de ruimte geven om hun persoonlijke ervaring te delen op een manier die goed voelt en zo de wereld iets opener en beter maken.