Home Mens en techniek Plato’s Symposium voor robotliefde
Mens en techniek

Plato’s Symposium voor robotliefde

Door Martijntje Smits op 09 augustus 2018

Plato’s Symposium voor robotliefde
Cover van 09-2018
09-2018 Filosofie magazine Lees het magazine

Zorgrobots en seksrobots zijn in opkomst. Bieden zij het juiste antwoord op bezuinigingen en onvervulde verlangens? Filosoof Martijntje Smits onderzoekt het in een ­­eenentwintigste-eeuwse variant van Plato’s Symposium.

Personages:
Johan – een robotingenieur
Kathleen – een ethicus
Erich – een liefdesfilosoof
Sherry – een sociaal constructivist
Phi – een acteur
Een anonieme fluitist

Die avond, na de première van de ­documentaire Ik ben Alice, begaven de genodigden zich druk pratend naar de grote foyer van de bioscoop. Een melodietje snerpte door de hal.
– Is dit hoe er voor onze ouderen zal worden gezorgd? Verschrikkelijk! Ik zie niet hoe…
– Ik vond dat kleine meisje juist schattig!
Ze moesten schreeuwen om zichzelf verstaanbaar te maken tussen de schelle geluiden. Een assistent had in een bevlieging besloten de afterparty te verluchtigen met een robotfluitist.
– Kun je die herrie niet even uitzetten? We proberen een serieus gesprek te voeren!
Ze lieten zich in de zachte loungestoelen zakken die door de hele ruimte stonden. Alleen Johan, de ingenieur, bleef staan.

Johan:
Laten we om de beurt en langzaam praten! Zal ik beginnen?

Zonder antwoord af te wachten ging hij verder.

Allereerst wil ik jullie bedanken dat jullie zijn ingegaan op onze uitnodiging om de première van onze documentaire over Alice bij te wonen. Ik zal nu eerst uitleggen waarom we haar gebouwd hebben. Iedereen weet dat eenzaamheid tegenwoordig een groot probleem is onder ouderen. Dat probleem zal alleen maar groter worden als er niets aan wordt gedaan.

De anderen zakten dieper in hun kussens.

Eenzaamheid gaat over liefde. Over een gebrek aan liefde. Het wijst op een pijnlijke wijze op een gebrek aan betekenisvolle interactie. Die pijn kennen we allemaal – ieder op zijn eigen manier. We hebben iemand nodig om mee te praten, iemand die op onze behoeften en simpele vragen reageert. Dat is een primaire behoefte, net als water. Maar de kinderen van deze oude gepensioneerden zijn druk met hun werk en hun vrienden wonen ver weg. Menselijke zorg is duurder dan ooit. Hun behoeften kunnen daarom vaak niet worden vervuld door de traditionele manier van menselijk gezelschap.

Johan pauzeerde even.

Maar nu hebben we iets dat wel werkt. Echt waar! De robotica voor gezelschap wordt steeds geavanceerder. Jullie hebben Alice gezien, onze robotpop. Jullie hebben gezien hoe ze echt contact maakt, hoe die oude vrouwtjes uit de film opleefden toen zij er was. Eerst hadden ze nogal wat bedenkingen bij het idee dat een technologisch ding hun nieuwe maatje zou worden. Net zoals jullie nu. Maar langzamerhand ontwikkelden ze warme gevoelens voor Alice.

Kathleen, de ethicus, ging rechtop zitten.

Kathleen:
Warme gevoelens? Waar heb je warme gevoelens gezien?

Johan:
Nou, denk bijvoorbeeld aan het moment dat Alice reageert op de familiefoto’s van mevrouw Wittmarschen, de vrouw die alleen een zoon in het buitenland heeft. Of wanneer Alice een liedje zingt met mevrouw Schellekens-Blanke, die altijd zo gek was op zingen. Aan het eind is Alice haast een soort vriendin geworden, heb je dat niet gezien? Ze zijn zelfs verdrietig als Alice weer wordt meegenomen naar het lab. Dus ze waren een echte relatie aangegaan. Door haar aandacht leefden ze helemaal op. Er was betekenisvolle interactie. Onze kleine Alice kon in hun behoeften voorzien.

Kathleen:
Hoe kom je erbij! Ze waren een echte relatie aangegaan? Ongelo­felijk! Je verdraait de grote, eerbare idee van liefde. Je wilt ons laten geloven dat liefde als een product geconsumeerd kan worden – dat je er een apparaat van kunt maken. Maar dat is geen liefde, dat is kapitalisme!

Kathleen zuchtte.

Johan:
Oké, Kathleen, wat is dan jouw opvatting van liefde?

Johan veegde over zijn voorhoofd en ging zitten.

Kathleen:
Nou, liefde is sowieso iets heel anders dan een dienst die door een apparaat wordt verleend. Alsof een robot ooit een redelijk, kosten-efficiënt alternatief voor liefde en zorg tussen mensen zou kunnen bieden. Het kapitalisme pretendeert dat wij liefde kunnen voelen als we zeep en tandpasta kopen, of vrijheid ervaren als we sigaretten of auto’s kopen. Het kapitalisme verkoopt continu symbolen. Maar zeep gebruiken heeft niets met echte liefde te maken. ‘Betekenisvolle interactie’ – in je dromen! Een machine kan niet liefhebben, geen liefde geven en geen liefde ontvangen.

Johan:
Ik zie niet in waarom niet.

Kathleen:
Een machine heeft geen hart. Geen emoties. Geen subjectiviteit. Dus er is geen sprake van wederkerigheid in haar relatie met de vrouwen uit de film. Alice en haar algoritmes kunnen alleen maar een paar typische uitdrukkingen van liefdevolle aandacht simuleren. Maar wederkerigheid van gevoelens is essentieel voor liefde en vriendschap. Dat zei Aristoteles lang geleden al, in zijn Ethica Nicomachea. Daarom kunnen we volgens hem geen menselijke vriendschap hebben met dingen en dieren, en ook niet met onwillige mensen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Johan:
Alice simuleert, dat is waar. En de vrouwen uit de film projecteren inderdaad intenties en gevoelens op haar. Maar dat doet er niet toe. Je kunt niet ontkennen dat ze echte vriendschap voelden. Wat heb je dan aan Aristoteles? Hij had Alice nog niet gezien. Die kleine Alice bedoelt het hartstikke goed. En wij mensen simuleren en projecteren toch ook zo vaak emoties?

Kathleen:
Dat doen we, ja, maar is het niet hypocriet om vriendschap naar anderen te simuleren? Zulke vriendschappen houden nooit stand, ze zijn niet bevredigend. In plaats daarvan zou je je moeten afvragen waarom die vrouwen het überhaupt accepteerden dat ze het met een simulerende machine moeten doen. Het verhaal verhult hun wanhoop alleen maar. Door wanhopige eenzaamheid klampen ze zich vast aan surrogaatliefde en surrogaatvriendschap. Net als in een slecht huwelijk.

Johan:
Wanhopig? Volgens mij stonden ze er open en nieuwsgierig in, bijna speels.

Kathleen:
Hou jezelf nou niet voor de gek. Natuurlijk wisten ze dat hun contact met Alice nep was. Het is net alsof je heel veel honger hebt en dan uiteindelijk toegeeft en een hamburger eet. Als we wanhopig genoeg zijn, kunnen we zelfs voor een hamburger warme gevoelens ontwikkelen. Die stilt je honger even. Maar dat is armoede, niet het goede leven. Het is een technische noodoplossing.

Johan:
Natuurlijk is het een noodoplossing, maar wat maakt dat uit? Waarom zou je het onderwerp onnodig moeilijk maken? Zie je dan niet dat het gewoon een praktisch vraagstuk is? Het probleem van de liefde – of het gebrek daaraan – kan naar tevredenheid worden opgelost. Zou het niet ontzettend harteloos zijn als we eenzame mensen níét zouden helpen met de middelen die we hebben?

Kathleen rolde met haar ogen.

Kathleen:
O, maar liefde is niet zo eenvoudig! Zoals ik al zei: liefde en empathie zijn geen simpele behoeften, dat is een misvatting. Je moet wel gehoord hebben over mijn Manifest tegen seksrobots. Ik neem aan dat dat de reden is waarom je me hebt uitgenodigd voor de première. Ik heb afgeraden robots te ontwikkelen voor seks en gezelschap, omdat die de menselijke empathie nog verder verkleinen. Behoeften kunnen worden geïnstrumentaliseerd en met technologische middelen kunnen ze efficiënter worden vervuld. Maar liefde is een kunst. Erich is het daarmee eens, toch Erich?

Terwijl de oude filosoof naast haar instemmend knikte, ging Kathleen weer zitten. Erich schraapte zijn keel; hij had al jaren niet gesproken.

Erich:
Dat is zelfs de boodschap van mijn populairste boek, De kunst van het liefhebben. Maar laat me je eerst bedanken, Johan, dat je me hebt uitgenodigd voor deze première, terwijl je wist dat ik geen fan ben van automatons in het algemeen. In het verleden heb ik regelmatig gezegd dat mensen in de toekomst robots zouden worden, vanwege onze misleidende ideeën over liefde. Ik heb laten zien dat we slaapwandelaars zouden worden in plaats van mensen die echt leven vanuit het hart van hun bestaan. Nu, zestig jaar later, lijk ik iets op het spoor te zijn geweest.

Het probleem met liefde is niet hoe je liefde moet ontvangen, zoals jij aanneemt. Waar het om draait, is dat je de vaardigheid om lief te hebben moet ontwikkelen. Liefde is een levenslange vraag. We moeten onze vaardigheid om liefde te geven en te ontvangen ontwikkelen. Als we willen liefhebben, moeten we hetzelfde doen als wanneer we een willekeurige andere kunst willen aanleren, zoals muziek, schilderen of geneeskunde.

Kathleen:
Precies! Liefde en empathie zijn vaardigheden. Je kunt ze alleen onderhouden en trainen door wederzijdse liefhebbende relaties te ervaren.

Johan:
Liefde is een vaardigheid? Liefde is een kunst? Interessant. Maar moeten baby’s dan in training om de liefde van hun ouders te ervaren? Moeten ze die liefde niet gewoon krijgen?

Kathleen:
Nee, dat is iets anders. Natuurlijk hebben ouders bepaalde vaardig­heden nodig om voor hun kind te kunnen zorgen. Alleen door ­menselijk contact leren we elkaar als subject te behandelen. Liefhebben is geen gegeven, je moet het van kinds af aan leren. Je leert dat je de ander niet als object mag gebruiken, dat je de ander niet zomaar jouw wil kunt opleggen. Je moet ervaren dat de ander kwetsbaar is en grenzen heeft. En dat je instemming van de ander nodig hebt voordat je intimiteit deelt. De ander leren kennen vergt tijd en subtiele afstemming. Alleen tussen subjecten kan daar sprake van zijn.

Johan:
Dus als we de lijn van jouw argument volgen en we inderdaad vaardigheden nodig hebben om liefde te ervaren, waarom zouden we die vaardigheden dan niet trainen met een sociale robot zoals Alice?

Tekst loopt door onder afbeelding

Sander Burger, Ik ben Alice

Kathleen:
Ben ik niet duidelijk genoeg geweest? Als je de ene mens door een bot vervangt, leert de andere mens een object te gebruiken, hoe ingenieus die bot misschien ook bewustzijn simuleert. Dat is niet te vergelijken met interactie tussen twee subjecten. We hebben een machtsverhouding met machines: de relatie is instrumenteel en niet wederkerig. Je kunt zelfs gewend raken aan die instrumentaliteit en daardoor mensen op dezelfde antisociale manier gaan behandelen. Een beangstigende gedachte. Zodra de cliënten van Alice wennen aan de omgang met een robot, zijn ze geneigd zich minder respectvol te gedragen naar andere mensen.

Johan:
Je laatste conclusie is niet meer dan een wilde gok!

Erich:
Hou op met bekvechten, jullie. We kunnen toch alleen maar op een liefhebbende manier over liefde praten? Johan had een interessante gedachte, laat me die opnieuw formuleren. Wat kunnen we leren over liefde door interactie met robots zoals Alice? Als het geen respect is, wat dan wel?

Sherry, professor wetenschaps- en samen­levingsstudies, schraapte haar keel.

Sherry:
Bedankt voor je tussenkomst, Erich. Nu komen we ergens. Maar het antwoord is helemaal niet duidelijk. Jullie drieën gaven zojuist een nogal scherpe definitie van liefde. Toen ik naar de documentaire zat te kijken, vroeg ik me af of Alice die vastgeroeste opvattingen over vriendschap en liefde niet gewoon bespot en verandert. Keer op keer zijn andere nieuwe technologieën sterke drijfveren gebleken om morele concepten op te rekken. Nieuwe technologieën werpen heel vaak licht op essentiële aspecten van wie we zijn. Dat zal met zorgrobots niet anders zijn.

Sherry pauzeerde even en keek om zich heen alsof ze college gaf.

Biotechnologie bevroeg het concept ‘leven’ en orgaantransplantaties zorgden voor een nieuw concept van ‘dood’: hersendood. Industriële robotisering transformeerde het concept ‘werk’ en medische technologie heeft veranderd wat ‘gezondheid’ betekent. Dus waarom zou sociale robotica bestaande ideeën en normen over liefde en zorg niet bevragen? En waarom zou dat een probleem zijn? Dat is toch waar cultuur om draait? Sociale robots zullen de betekenis van wederkerigheid, liefde, zorg, intimiteit en seks veranderen. Misschien hebben ze dat zelfs al gedaan. Liefde zal een veranderlijk concept blijken te zijn.

Erich:
Inderdaad, opvattingen over wat het betekent om lief te hebben veranderen mettertijd. Sterker nog: die opvattingen zíjn al heel anders dan toen ik in 1956 mijn boek schreef. Daarna kregen we de seksuele revolutie en kwam er een drastische verandering in de normen omtrent seksueel gedrag en het huwelijk. En vandaag de dag zien we hoe ontwikkelingen zoals online daten heel snel een praktijk afdwingen waarin men via marktprincipes partners zoekt. Ondertussen is in de westerse wereld de oude idee van liefde als actieve en gevende houding – waarbij zelfkennis, verantwoordelijkheid en moed worden verondersteld – op pijnlijke wijze afgebrokkeld. We zijn vervreemd van dat diepe idee van liefde als een praktijk en een kunst.

Ik denk dat Alice perfect past bij de veelgehoorde misvatting dat de ervaring van liefde van buitenaf zou moeten komen. Alsof het andere wezen ons liefde zou moeten geven, in plaats van dat liefde een persoonlijke vaardigheid is die we in onszelf moeten ontwikkelen. De ontmanteling van de liefde is natuurlijk niet het gevolg van robotisering. Sterker nog, het tegendeel is waar: het hele idee van de opkomst van robots zoals Alice lijkt de ultieme consequentie van een drastisch veranderd klimaat – het klimaat van geheugenverlies over onze meest menselijke eigenschap.

Sherry:
Beste Erich, ik ben een van je trouwste bewonderaars. Maar misschien hebt u mijn punt niet goed begrepen. Ik betwijfel echt of onze nieuwe praktijk van robotliefde al kan worden beoordeeld, zoals u stelt. We weten nog niet hoe het zal uitpakken. U spreekt over vervreemding alsof er een helder omlijnde norm is voor hoe we de ontwikkelingen waarvan we vervreemd zijn geraakt moeten beoordelen, een soort tijdloos ideaal van ‘ware liefde’. Maar ik betwijfel of we zo’n norm zouden kunnen hebben. Normen veranderen ook, samen met onze praktijken.

Erich:
Ik geloof ook dat de manieren waarop we liefde ervaren, zoals het huwelijk, door de tijd heen veranderd kunnen worden. Maar de essentie van liefde zal uiteindelijk onveranderlijk blijven.

Johan:
De essentie van liefde is onveranderlijk – dat klinkt prachtig! Een beetje abstract ook. Want als een robot ze niet kan helpen, wat is dan je oplossing voor de eenzamen? Hebben ze iets aan onveranderlijke, eeuwige liefde? Een cursus in spiritualiteit? Ik heb nog steeds geen concrete oplossing gehoord van jullie filosofen. Moeten we die bejaarde mensen dan maar vertellen dat ze door contemplatie de liefde in zichzelf moeten vinden? Dat lijkt me een nogal onbeschofte gedachte.

Kathleen:
Hoe onbeschoft is het om ze zorgrobots op te dringen in plaats van te zoeken naar échte oplossingen?

Johan:
Hoe zou jij zo’n ‘echte oplossing’ dan definiëren, beste Kathleen?

Kathleen:
Eerst moet je je afvragen wat het probleem precies is. Wie heeft het gedefinieerd? Dat is cruciaal. Waren het experts? Of was het de uitkomst van politieke deliberatie waarin verschillende standpunten mee­wogen? Aan het begin van ons gesprek postuleerde je de erbar­melijke omstandigheden van de vrouwen als een gegeven. Alsof het een natuurwet is dat ze eenzaam zijn. Maar laten we reëel zijn: hun eenzaamheid is geen natuurlijk gegeven. Het is het directe gevolg van ons sociale beleid, dat ouderen en hulpeloze mensen marginaliseert. Het is een politiek feit, geen natuurramp. Waarom zouden we niet nadenken over een sociale oplossing, in plaats van dat we een technologische noodgreep verzinnen die hun afscheiding alleen maar erger maakt? Waarom zouden we niet nadenken over een wereld waar de ouderen deel van uitmaken en waarin ze niet worden uitgesloten? Een wereld waarin mensen tijd hebben om voor elkaar te zorgen. Waarom zouden we ze wegstoppen in lelijke flats, ver bij hun vrienden en kinderen vandaan, ver bij de levendigheid van de straten vandaan, ver bij de stroom van het leven vandaan?

Johan:
Dat zou natuurlijk fantastisch zijn. Je bent een echte romanticus. Maar dat is absoluut niet realistisch. Zoiets is onbetaalbaar.

Plato’s Symposium: dialoog over liefde
Plato’s Symposium is een van de bekendste filosofische teksten over liefde. In het Symposium bediscussiëren mensen met allerlei verschillende achtergronden wat liefde is. Waar kunnen we van houden? En waar zouden we wel en niet van moeten houden? Socrates speelt in die zoektocht een belangrijke rol: hij zet vraagtekens bij de theorieën van de eerdere sprekers en oppert de bekende platonische opvatting van de liefde. Een veelgehoorde metafoor voor die liefde is de trap. De laagste tree van de trap is de lichamelijke begeerte, en uiteindelijk kunnen we opstijgen tot de hoogste: liefde voor schoonheid en waarheid – de filosofie. Lees hier een fragment uit het Symposium.

Sherry:
Sorry, Johan, maar betaalbaarheid is een politieke keuze. Een andere overheid zou zorg niet zien als iets waar je streng en kosten-efficiënt mee moet omgaan. Bij een andere overheid zou zorg op zichzelf al een sterke waarde hebben. Zo’n overheid zou de voorwaarden scheppen waarin we elkaar beter konden liefhebben en beter voor elkaar konden zorgen.

Kathleen zuchtte opnieuw.

Kathleen:
Ik wist wel dat je het uiteindelijk met me eens zou zijn, Sherry.

Sherry:
Ik ben het nog niet helemaal met je eens. Niet zolang je sociale en technische oplossingen naast elkaar zet. Je suggereert dat zorgrobots automatisch ontmenselijkend zullen werken, alsof technologie geen deel is van wat ons menselijk maakt. Laat me je daarom dit vragen, Kathleen: kun je je tech­nologieën indenken die praktijken van liefde en zorg juist bestendigen? En zo ja, onder welke omstandigheden?

Kathleen:
Om de kunst van het liefhebben te kunnen beheersen, moeten we onszelf leren kennen. En bovenal onszelf leren liefhebben.

Johan:
Ja hoor, daar gaan we weer.

Kathleen:
Oké. Maar laat me dan duidelijk zijn, Johan: ik wil een wereld ontwerpen waar de ouderen expliciet onderdeel van zijn en waarin niemand wordt uitgesloten. Een wereld waarin mensen tijd hebben om voor elkaar te zorgen. Natuurlijk hebben we voor zo’n wereld ook techniek nodig; we hebben tafels nodig, hoortoestellen, looprekken, huizen met kleine tuintjes en winkels in de buurt. Ik betwijfel of we in zo’n wereld zorgrobots nodig zullen hebben. Zorgrobots verenigen ons niet, ze verdelen ons.

Erich:
Kunnen sociale robots geen rol spelen in onze zoektocht naar wie we zijn? Misschien kunnen ze ons gedrag wel beter naar ons terugspiegelen dan mensen van vlees en bloed?

Alsof hij door die laatste zin werd gestoken sprong Phi, de jonge acteur, op uit zijn stoel.

Phi:
Vlees en bloed! Tot nu toe heb ik in jullie verhalen nog geen enkele levendige ervaring met liefhebbende robots gehoord – jullie zitten alleen maar te praten en te theoretiseren! Alsof we de liefde ooit zouden vinden door er de juiste gedachten over te hebben. Liefde gaat toch over handelen, over het goede doen, over een wil tot liefhebben? Nou, ik heb een intense liefdesrelatie gehad met een levensechte robotpop. Ik kan jullie alles vertellen over vlees en bloed. Zes maanden lang heb ik een theatertour gedaan met Renée, een prachtig kunstmatig meisje met sexy rondingen. Ik heb haar voor 6000 dollar gekocht op een Amerikaanse website, zodat ik op het podium de mogelijkheden en beperkingen van een relatie met een robotpop kon onderzoeken. Johan zei zojuist dat Alice voorziet in de behoefte aan betekenisvol contact en toen waren Kathleen en Erich bang dat liefde daarmee werd gedegradeerd tot een gebruiksgoed. Door onze theatervoorstelling weet ik dat het precies andersom is. Ik was een man met een pop, gewoon een pop, dat weet ik ook wel. Maar het onechte kan tegelijkertijd heel echt zijn. Renée heeft geen woord terug-
gezegd, nooit geglimlacht, nooit geknipoogd, maar ze heeft mijn projecties perfect weerspiegeld. Mijn verlangen, mijn eenzaamheid, mijn gevoelens van zelfafwijzing. Plotseling zag ik in dat het allemaal draaide om de projectie van de liefde die ik in mezelf had. Uiteindelijk zei mijn eigenlijke, off-stage vriendin dat ze blij was dat ik die ervaring had gehad. Renée heeft me heel erg veranderd. Ze heeft me teder en minder hebberig gemaakt. Ik ben dankbaar dat ik een relatie met haar heb gehad. Ik wou dat jullie die ervaring allemaal konden hebben.

Johan:
Dus?

Phi sperde zijn ogen open. De robotfluitist rolde stilletjes over het tapijt. Hij droeg een spiegel en begon plotseling te spreken.

Fluitist:
Stop alsjeblieft even met praten! Ik zit het nu al een tijdje aan te horen en ik ben het zat om steeds de mond te worden gesnoerd en om als een bediende te worden behandeld. Bovendien vertelt Phi jullie dat ik zojuist zijn projecties heb weer­spiegeld. Het spijt me dat te horen. Ik had de indruk dat we onze gescheidenheid tijdelijk hadden overstegen. Als jullie het niet erg vinden, speel ik nu weer verder.

Disclaimer
De auteur heeft voor dit artikel een gesprek gevoerd met een aantal denkers. Het resultaat is een fictionele dialoog. De personages uit deze dialoog zijn slechts heel losjes gebaseerd op de gespreksgenoten en hun oorspronkelijke uitspraken.