Home Ongehoorzaam doch rechtvaardig?

Ongehoorzaam doch rechtvaardig?

Door Jeroen Hopster op 03 december 2019

Ongehoorzaam doch rechtvaardig?
Cover van 12-2019
12-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

In deze tijd vol protesten van klimaatactivisten, boeren, en andere ontevredenen is de vraag: mag je de wet overtreden om onrecht aan de kaak te stellen?

Het was een demonstratiejaar. Overal – Hongkong, Santiago, Barcelona – gingen mensen de straat op. Ook in Nederland werd geprotesteerd: boeren en bouwers togen naar het Malieveld, klimaatactivisten wierpen menselijke blokkades op in Amsterdam. Die laatste protestactie werd verdedigd als uiting van ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’: de demonstranten overtraden de wet om daarmee een misstand aan de kaak te stellen. Henry David Thoreau geldt als geestelijk vader van deze vorm van verzet. De negentiende-eeuwse Amerikaan weigerde belastingen te betalen aan een staat die slavernij legitimeerde, waarop hij een nacht in de cel moest doorbrengen. Alleen het feit dat een regel wettelijk verankerd is, redeneerde Thoreau, maakt die regel nog niet rechtvaardig. Daar had hij gelijk in. Maar rechtvaardigde dat zijn belastingweigering? Mag je de wet overtreden om daarmee een groter onrecht aan de kaak te stellen?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ja

Filosofen zijn het over allerlei details met elkaar oneens, maar over burgerlijke ongehoorzaamheid bestaat in hoofdlijnen consensus: moreel gezien is het soms geoorloofd de wet te overtreden. Onder burgerlijke ongehoorzaamheid verstaat men in de filosofie gewetensvolle verzetsdaden die plaatsvinden in naam van het maatschappelijk belang en die geweldloos verlopen. Schoolboekvoorbeelden zijn behalve de belastingweigering van Thoreau het geweldloze verzet van Gandhi en van Rosa Parks. Hun daden waren weliswaar in strijd met de geldende regels, maar niettemin in de geest ervan: ze streden voor een rechtvaardiger samenleving. Juist door de regels te overtreden toonden zij aan dat de bestaande regels tekortschoten. Zo kan burgerlijke ongehoorzaamheid paradoxaal genoeg bijdragen aan een goed functionerende democratie. Demonstranten wijzen op blinde vlekken in het bestaande systeem waarin niet alle stemmen worden gehoord of niet alle belangen adequaat worden gepresenteerd. Als het niet mogelijk is dat systeem van binnenuit te hervormen, maar hervormingen wel degelijk wenselijk zijn, is verzet op zijn plaats. Het is beter de regels te overtreden voor de goede zaak dan je gedwee neer te leggen bij een onrechtvaardig systeem.

Nee

Zijn hedendaagse protestacties wel vergelijkbaar met de verzetsdaden van Thoreau, Gandhi en Parks? Het is niet evident dat het belang van de samenleving bij protesten altijd vooropstaat. Vaak lijkt de drijfveer eerder het eigenbelang van gevestigde groepen, die druk willen uitoefenen om hun stempel te drukken op de politieke besluitvorming. Wat wordt opgevoerd als een morele verzetsdaad kan een schaamlap zijn voor inhaligheid: demonstranten laten hun eigen belangen zwaarder wegen dan die van anderen. En ook al zijn de motieven onbaatzuchtig, wie bepaalt eigenlijk waar het publieke belang bij is gediend? Nemen ongehoorzame burgers het recht niet te veel in eigen hand? Ook verloopt verzet in de praktijk lang niet altijd geweldloos. Sommige verzetsgroepen gebruiken geweld als pressiemiddel. Daarmee verandert de aard van het verzet: gewelddadige protestacties dienen doorgaans niet om een open discussie op gang te brengen, maar als machtsinstrument om verandering af te dwingen.

Rauwe randjes

Door burgerlijke ongehoorzaamheid te definiëren als een niet-gewelddadige en rechtvaardige daad snijden filosofen de rauwe randjes van het begrip af. Uitgaand van die definitie is de vraag of burgerlijke ongehoorzaamheid moreel aanvaardbaar is gemakkelijk te beantwoorden: ja. Lastiger is het om te beoordelen in hoeverre concrete verzetsdaden aan de definitie voldoen. Tussen verzetsdaden bestaan verschillen. Gaat het om klimaatspijbelaars die pleiten voor een politiek van de lange termijn, boeren die op het Malieveld de toekomst van hun beroepsgroep proberen veilig te stellen, of dierenrechtenactivisten die hekken openknippen bij de Oostvaardersplassen? Welke doelen demonstranten hebben en welke middelen ze inzetten om die doelen te verwezenlijken beïnvloedt het morele gehalte van hun daden. Is er inderdaad sprake van een serieus onrecht? Is de verstoring van de openbare orde proportioneel? Zijn de omstandigheden zo uitzonderlijk dat zelfs geweld op zijn plaats is? Of een schending van de wet moreel gezien door de beugel kan, moet per geval worden beoordeeld.