Home Moeten koloniale monumenten verdwijnen?

Moeten koloniale monumenten verdwijnen?

Door Jeroen Hopster op 27 augustus 2020

Moeten koloniale monumenten verdwijnen?
Cover van 09-2020
09-2020 Filosofie magazine Lees het magazine

Het neerhalen van omstreden standbeelden is een manier om af te rekenen met een koloniaal verleden. Maar is het ook de juiste?

Churchill was niet alleen een oorlogsheld, maar ook een imperialist die de koloniale heerschappij van superieure witte volkeren bepleitte – in India herinnert men zich hem vooral als racist. Was Churchill slechts een kind van zijn tijd? Pleit zijn goede oorlogsverleden hem vrij van kritiek op foute denkbeelden? Hoe moeten we omgaan met moreel ambigue figuren en objecten uit het verleden, die nog altijd voortleven in woord en beeld – Churchill, Columbus, de Coentunnel, de Gouden Koets? De geschiedenis behoort toe aan de levenden, zo stelde Nietzsche in Oneigentijdse beschouwingen. Volgens hem zouden we erfstukken uit het verleden niet slechts als antiquair moeten verzamelen, maar dienen we het verleden ook kritisch te ondervragen, voor het gerecht te dagen, te veroordelen. Heeft Nietzsche daarin gelijk? En zo ja, wat impliceert dat voor de Nederlandse koloniale erfenis?

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Ja

Standbeelden zijn geen geschiedenisboeken, maar vormen een historisch eerbetoon. De vraag of een eerbetoon uit het verleden nog steeds gepast is, is onderhevig aan voortschrijdend inzicht. In Duitsland is geen eerbetoon aan de nazi’s meer te vinden; of die een plaats verdienen in de openbare ruimte meet men niet af aan de normen van de jaren dertig en veertig, maar die van nu. Onze omgang met erfgoed op publieke plaatsen heeft alles van doen met onze hedendaagse waarden. Hoe herdenken we de geschiedenis? Wiens verhalen en ervaringen nemen we daarin mee? Een publiek eerbetoon is geen zaak om lichtvaardig mee om te gaan. Als vuistregel zou dat alleen moeten toekomen aan personen van onbesproken gedrag, die een rolmodel vormen en die de hedendaagse gemeenschap niet splijten, maar juist verbinden. Ook de bredere beeldcultuur is van moreel belang. Die zegt veel over wie deel uitmaakt van de gemeenschap en wat die gemeenschap belangrijk vindt. Kritiek op Nederlands koloniaal erfgoed gaat vaak niet om de vraag wat een enkeling op zijn kerfstok heeft – hoeveel mensen weten welke sympathieën Jan Pieterszoon Coen eropna hield? – maar om wat de beeldcultuur symboliseert en de vraag in hoeverre het kolonialisme daarin nog doorademt. Natuurlijk, die beelden staan er niet met de bedoeling om de superioriteit van de witte man uit te dragen. Dat is wel wat veel zwarte Nederlanders erin zien, omdat de verheerlijking van koloniale zeehelden bepaald geen onderdeel is van hún geschiedenis.

Nee

Goed, Churchill had enkele bedenkelijke ideeën en een van de zijpanelen van de Gouden Koets verbeeldt de overheersing van witte kolonialisten. Maar ook de andere kant van het verhaal doet ertoe: Churchill was een spilfi guur in de geallieerde oorlogsmissie en de Gouden Koets is een uniek ornament van Nederlands bestuurlijke traditie. Er zijn verschillende overwegingen om zulke ambigue beeltenissen niet zomaar in de ban te doen. Ten eerste lijkt een onbesmet blazoen in de praktijk geen absolute voorwaarde voor een historisch eerbetoon. Aristoteles was een groot filosoof, maar ook een verdediger van de slavernij. Moet hij daarom uit de filosofische canon verdwijnen? Niemand die dat stelt; het intellectuele offer zou te groot zijn. Een tweede argument beroept zich op het hellende vlak: als koloniale standbeelden al niet meer mogen, wat zal dan nog meer uit de openbaarheid verdwijnen? Onlangs deed de BBC ‘Fawlty Towers’ in de ban, omdat de omroep een parodie op een racistische majoor niet van gemeend racisme kon onderscheiden. Ten derde doet ook het proces van besluitvorming ertoe: hoe komt de beslissing om een beeld uit de openbaarheid te verwijderen tot stand? Een beeldenstorm is een eenzijdige en ondemocratische daad van burgerlijke ongehoorzaamheid. Is er geen ruimte voor dialoog? Kunnen die beelden, in plaats van ze stuk te slaan, niet op een meer subtiele manier in een context worden geplaatst?

Transformatie

Beelden zijn uit steen gehouwen, maar dat geldt niet voor de moraal: die is aan verandering onderhevig. De huidige discussie toont hoe snel morele opvattingen kunnen veranderen. Evengoed zijn herinneringen niet voor de eeuwigheid gemaakt. Ook Nietzsche betoogde dat het oude soms plaats dient te maken voor het nieuwe. Standbeelden omvertrekken is echter niet de enige manier om dat te doen. Beelden kunnen ook naar musea worden verplaatst – ruimtes van studie, niet van verering. Soms kan de herinnering worden getransformeerd, bijvoorbeeld door nieuwe beelden naast de oude te plaatsen, om recht te doen aan de veelheid van historische ervaringen. Omgaan met een complexe historische erfenis vraagt om de filosoof met de hamer, maar kan niet alleen met hamerslagen worden beslecht.