Home Michael J. Sandel: Wat is de juiste keuze?

Michael J. Sandel: Wat is de juiste keuze?

Door Maarten Meester op 21 september 2010

08-2010 Filosofie magazine Lees het magazine

Juist handelen leer je door oefenen, vindt Michael J. Sandel. Dat geldt voor militairen in extreme oorlogssituaties, maar ook voor burgers in alledaagse situaties.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Stel, je bent een Amerikaanse korporaal en maakt met drie andere commando’s een verkenningstocht in een door de taliban beheerste bergketen. Ineens sta je oog in oog met honderd geiten, twee boeren en een jongen van een jaar of veertien. Je laat je mannen de herders onder schot houden. Maar wat nu? Hen vrijlaten? Te gevaarlijk – je weet dat er in dit gebied zeker 150 zwaarbewapende taliban rondlopen en je kunt niet riskeren dat de geitenhoeders jullie verklikken. De herders vastbinden? Je hebt geen touw bij je. Hen doden? Misschien dood je wel onschuldige burgers.

Een stevig dilemma, dat de Amerikaanse filosoof Michael J. Sandel zijn lezers voorlegt in zijn nieuwste boek, Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze?. De Amerikaanse korporaal, Marcus Luttrell, stond in juni 2005 werkelijk voor deze keuze. Nadat zijn medecommando’s en hij hadden besloten de herders te laten gaan, werden ze anderhalf uur later omsingeld door taliban. In het daaropvolgende gevecht sneuvelden niet alleen Luttrells drie mannen, maar ook zestien Amerikaanse commando’s die te hulp waren geschoten. ‘Het was de stomste, lamlendigste en achterlijkste beslissing die ik ooit in mijn leven heb genomen’, zei Luttrell.

Wie zegt het hem na? De meesten van ons zullen nooit deelnemen aan geheime acties in Afghanistan. ‘Dat mag waar zijn’, reageert Sandel, ‘maar toch moeten we over dit soort casussen nadenken. Ze geven ons namelijk inzicht in de keuzen waar we in ons dagelijks leven wél voortdurend voor staan.’ Gaat dat niet wat ver? Ervoor kiezen om vanavond rode wijn te drinken bij het eten is toch iets heel anders dan besluiten drie mensen te laten leven? ‘Misschien’, zegt Sandel, ‘maar ieder van ons kan wel zijn baan verliezen en voor de vraag komen te staan of hij medicijnen moet stelen voor zijn zieke kind. En ook ons alledaagse gedrag als burger en als consument kan verstrekkende gevolgen hebben.’

Dankbrief

Het is zelfs de vraag of de beslissing die Luttrell moest nemen in Afghanistan geheel buiten ons om ging. Zijn wij Nederlanders niet ook betrokken, aangezien we meedoen aan de oorlog daar? Wij hebben misschien op politici gestemd die voor Nederlandse inmenging waren. Misschien hebben we, door onze stem te laten horen in het publieke debat, bijgedragen aan de Nederlandse inzet. Of misschien juist door onze stem níét te laten horen.

Om gevoel te ontwikkelen voor hoe ver onze morele verantwoordelijkheid gaat, is oefening nodig, stelt Sandel. Hij volgt hierin Aristoteles, die spreekt van phronesis, praktische wijsheid. Praktische wijsheid is iets wat je moet ontwikkelen. Of, zoals Aristoteles schrijft: ‘Morele deugd ontstaat door oefening. We verwerven onze deugden door ze in praktijk te brengen, zoals bij alles waar we slag van moeten krijgen.’
Als voorbeeld van zo’n oefening die leidt tot praktische wijsheid noemt Sandel het schrijven van dankbrieven. We vinden zo’n dankbrief tegenwoordig vaak een overbodige formaliteit; als je je dankbaar voelt als iemand je ergens mee heeft geholpen, lijkt dat genoeg. Maar volgens Sandel ligt het anders. Alleen wie goede manieren gedurende een langere periode in de praktijk brengt, bijvoorbeeld door dankbrieven te schrijven, zal werkelijk gaan ervaren wat dankbaarheid is. Er is eerst de oefening of training, en dan pas het besef van waarde. Je leert kleine kinderen eerst na toiletbezoek hun handen te wassen, maar pas later zullen ze de waarde van hygiëne begrijpen.

Maar maakt dit van moreel handelen niet een kwestie van dressuur, van regels volgen? Sandel: ‘Volgens Aristoteles is die praktische wijsheid niet compleet als we louter voorschriften of regels volgen. Wie strikt volgens richtlijnen handelt, beoefent nog geen morele deugd. De crux is te weten in welke specifieke situatie je welke regel moet toepassen, en op welke manier. Vandaar ook het belang van oefening. Daardoor leer je de kenmerken van deze specifieke situatie te onderscheiden, dat wat deze specifieke situatie tot deze specifieke situatie maakt. Zodat je de regel toepast die in deze specifieke situatie hoort en niet in een andere.’

Het goede leven

Neem de dankbrieven. Een goede vriend bedank je op een andere manier dan een zakenrelatie, en door veel dankbrieven te schrijven, aan verschillende soorten relaties, leer je de juiste woordkeuze et cetera.
Zo is het ook met onze betrokkenheid bij Afghanistan. We kunnen ons wel op een ongearticuleerde manier betrokken voelen, maar als we echt betrokken willen zijn, moeten we die betrokkenheid oefenen. Tot hoe ver kan onze betrokkenheid gaan? In hoeverre zijn we verantwoordelijk? Sandel geeft in zijn boek veel voorbeelden, want juist handelen is een kwestie van veel ervaring opdoen met ethische dilemma’s en daarvan leren – van praktische wijsheid dus.

Aristoteles benadrukt volgens Sandel nog een ander essentieel punt: ‘Ethische keuzen maak je nooit alleen. De mens is mens doordat hij deel uitmaakt van de gemeenschap, of, in de tijd van Aristoteles, de polis, waaraan we het woord “politiek” te danken hebben.’ Politiek gaat voor Aristoteles een stuk verder dan wat we tegenwoordig onder politiek verstaan. Als deel van een gemeenschap zijn we allemaal politiek. Als je kijkt naar het belang dat Aristoteles hecht aan oefening, is dat ook niet zo gek. Want hoe kun je oefenen in morele deugden zonder een politieke gemeenschap? Wat is rechtvaardig of onrechtvaardig, wat is goed of kwaad? Alleen kom je daar niet achter – een dergelijk onderscheid ontstaat pas als je je verhoudt tot anderen.

Nu lijkt de hedendaagse politiek in weinig meer op de Griekse polis. Politiek is voor velen ‘ze, daar in Den Haag’, terwijl de polis juist ‘wij, hier en nu’ was. Volgens Sandel is die kloof een van de oorzaken waardoor de vraag naar het goede leven – die centraal stond in de polis – uit de huidige politiek is verdwenen. ‘We zijn vergeten dat politiek over veel meer gaat dan over economie, consumentisme en individuele belangen van individuele burgers. Politiek kan alleen het algemeen welzijn cultiveren als ze een antwoord geeft op de vraag wat het goede leven is, wat ons leven zin geeft. Maar in onze moderne maatschappijen mag die vraag niet eens meer worden gesteld. We hebben de afgelopen decennia managers en technocraten als politici gekregen, die de zaken die mensen belangrijk vinden volkomen negeren. Politiek is leeg geworden, terwijl mensen juist verlangen naar politici die het weer over waarden hebben, over identiteit, over wat betekenis geeft aan ons leven. De opkomst van het populisme is ook een reactie op die technocratisering.’

Conflict

Denk niet dat Sandel ons daarmee oproept te blijven klagen over de politiek. Integendeel, we blijven leden van de polis en zullen als burgers onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Als we het weer over waarden willen hebben, zullen we daar zelf over moeten beginnen. Dat kan betekenen dat we in conflict komen met anderen die er niet dezelfde waarden op na houden als wij. Sandel is daar niet bang voor. ‘Wat betekent respect voor de morele en religieuze overtuigingen van onze medeburgers nu meestal? Dat we die negeren, doen alsof ze er niet zijn. Jammer, want dat is niets anders dan je neerleggen bij ongewenste omstandigheden. Volgens mij moeten we toe naar een pluralistische ethiek – een ethiek die etnische, religieuze, culturele verschillen welkom heet en onderkent. Dat betekent niet dat we een vorm van politiek moeten hebben waarin we het over alles eens zijn. We hebben a better way to disagree nodig.’
Enige phronesis lijkt hier geen kwaad te kunnen. Stel dat je moslimbuurman je vertelt dat zijn kinderen naar een islamitische school gaan. Dit druist volkomen in tegen de waarden die jij aanhangt: je gelooft zelf niet en bent een tegenstander van bijzonder onderwijs. Hoe reageer je?

‘Je moet er niet overheen praten door over vissen of het weer te beginnen’, raadt Sandel aan. ‘Maar maak er ook geen bedreigend gesprek van. Zeg niet direct: “Je kunt ze beter naar een openbare school sturen.” Dit is een oefening en geen morele afrekening. Laten we eerst kijken naar wat we delen, voordat we de verschillen op tafel leggen. Ik zou vragen stellen als: “Welke waarden leren ze daar? En vind je die belangrijk? In hoeverre komen die overeen met de waarden waarmee jij bent opgegroeid? Waarin denk je dat die verschillen van westerse waarden?” Je vertelt ook wat jij belangrijk vindt. Waarschijnlijk zijn er veel meer overeenkomsten dan verschillen en zet dit gesprek de grenzen tussen de islam en een seculiere wereldbeschouwing op losse schroeven. Maar het belangrijkste is dat je het gesprek aangaat. En misschien, na een paar van zulke gesprekken, kun je een vergelijking maken tussen het onderwijs dat jouw kinderen op een openbare school krijgen en het onderwijs dat zijn kinderen krijgen op de islamitische school.’

Dat klinkt relatief eenvoudig. Sandel lijkt er vooral een oefening in de deugd van de verdraagzaamheid van te maken, een oefening in wederzijdse erkenning. Je leert andermans waarden niet direct te verwerpen, maar die naast de jouwe te zetten.

Vrouw en dochters

We maken de casus moeilijker. De buurman nodigt jou (een getrouwde man) thuis uit om verder te praten. Terwijl jullie dat doen, serveren zijn vrouw en dochters voortdurend thee en lekkere hapjes. Je voelt je daar ongemakkelijk bij en denkt: zou hij dat ook niet eens zelf moeten doen? Vindt Sandel niet dat daar de discussie over moet aangaan?
‘Nodig hem ook eens bij jou thuis uit en serveer zelf de thee en koekjes’, suggereert de filosoof. ‘Misschien stelt hij daar zelf een vraag over. Dan kun jij zeggen: “Geloof het of niet, maar ik zet mijn eigen thee en pak mijn eigen koekjes, en dat werkt prima.”’

Maar wat als de buurman nu zegt: ‘Ik geloof je direct. Alleen doen mijn vrouw en dochters dat voor mijn zonen en voor mij, en dat werkt ook prima’? Zo’n uitspraak zou het gesprek dood kunnen slaan. Maar Sandel ziet hier juist grote kansen: ‘Ga niet preken. Wel kun je zeggen: “Wij doen het niet alleen zo omdat het prima werkt, het heeft ook met onze ideeën over gelijkwaardigheid tussen man en vrouw te maken.”’
En als de buurman daar niet op reageert of duidelijk maakt dat hij niet zoveel op heeft met de westerse ideeën over gelijkwaardigheid? ‘Dan zeg je de derde of vierde keer dat jullie elkaar spreken: “Zullen we eens samen een dvd bekijken?” Je huurt een film over de verschillende rollen van mannen en vrouwen in verschillende culturen. Je vraagt of hij zijn vrouw meeneemt, je vraagt je eigen vrouw. Na afloop praten jullie daarover. Met de discussie aangaan, bedoel ik ook: mogelijkheden creëren om onderwerpen bespreekbaar te maken.’

Kun je zoveel tact, wijsheid en retorische vaardigheden van de meeste mensen verwachten? Is het niet veel te moeilijk om dit soort gesprekken te voeren?

‘Het is moeilijk’, antwoordt Sandel, ‘maar democratisch burgerschap ís moeilijk.’