Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 7/2020

Megalomaan

Alicja Gescinska

Te veel fantasie is even dodelijk voor het denken als te weinig verbeelding. Die gedachte bekruipt me herhaaldelijk als ik Hegel lees. Fantasie en verbeelding mogen niet verward worden. Fantasie bestrijkt het rijk der onmogelijkheden; verbeelding betreft dat wat niet is, maar wel zou kunnen zijn. In Hegels werk kom je veel fantastische gedachten tegen, maar in de dubbele betekenis van het woord: soms geweldig, soms zo irreëel dat het onzinnig lijkt.

Ik ben er dan ook nog niet uit: was Hegel een fantastische denker of eerder een denkende fantast? Twijfelen aan Hegels intellectuele suprematie is vloeken in de filosofische kerk, maar mijn relatie met Hegel is toch het best in Facebook-jargon te omschrijven als: it’s complicated.

Ik heb Hegel altijd maar mondjesmaat in mijn leven binnengelaten. Dit jaar kwam daar verandering in, omdat ik aan de University of Buckingham colleges moest geven over Fenomenologie van de geest. En dus moest ik de volle confrontatie met de Duitse idealist aangaan.

Hegel behoort tot de meest polariserende filosofen uit de geschiedenis. Er zijn mensen die hem geweldig vinden. De belangrijkste vertegenwoordiger van die stroming is Hegel zelf. Hij was van mening dat zijn filosofie een breukpunt in de tijd vormde. Hij zag zichzelf als een keerpunt in de geschiedenis van het denken, en in de geschiedenis tout court. De Geist van de wereld bereikt pas met de filosofie van Hegel een dieper zelfbewustzijn.

 

Hegel zag zichzelf als een keerpunt in de geschiedenis

Hegels megalomane metafysische bespiegelingen waren voor anderen dan weer een steen des aanstoots. Geist – het zelfbewustzijn van de wereld. De dialectiek als een soort kosmisch oerprincipe. De gerichtheid van de geschiedenis op zelfactualisatie. De wereld die zich ontvouwt in het denken van de wereld. Het is allemaal te ijl voor denkers die de voeten stevig op de grond houden. Schopenhauer vond dat Hegel eerder thuishoorde in het gekkenhuis dan in het pantheon van de filosofie. En ook Bertrand Russell leek een grondige hekel aan Hegel te hebben. Aan vrijwel elke zin die hij over Hegel heeft geschreven merk je dat Russell moeite heeft om zijn ironie en sarcasme te onderdrukken.

Maar wie zich door het hegeliaanse labyrint van cryptische woorden een weg baant, stuit af en toe op een schat. Hegels inzicht in de maakbaarheid van onze noden bijvoorbeeld. De mens is een comfortwezen, en het verlangen naar steeds meer comfort is eindeloos. Dat kan én wordt economisch steeds opnieuw uitgebuit. Willen we wel de dingen die we willen? In die vraag ontvouwt zich iets essentieels van onze menselijke natuur: eerder dan door onszelf worden we door anderen gemaakt. Dat is werkelijk een fantastisch inzicht!