Home Film Kleurenblinde liefde
Film

Kleurenblinde liefde

In de filmklassieker Guess Who’s Coming to Dinner (1967) bevrijden vrouwen de mannen van verstokte vooroordelen, ziet Jannah Loontjens.

Door Jannah Loontjens op 23 september 2022

guess who's coming to dinner film Beeld Alamy
filosofie magazine 10-2022
10-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Zijn bij verliefdheid onze zintuigen begoocheld en zien we alles in soft focus? Of kijken we juist dwars door alle uiterlijkheden heen en aanschouwen we het wezen van de ander? Beide opvattingen worden breed gedeeld: verliefden worden blind genoemd, maar verliefdheid wordt net zo goed gezien als het bewijs van een ware verbintenis. Beide zienswijzen spelen een rol in de filmklassieker Guess Who’s Coming to Dinner (1967).

Toch gaat de film eigenlijk over iets heel anders, namelijk over racisme en sluimerende vooroordelen. De film opent met een beeld van een vliegtuig dat in San Francisco landt. Een witte vrouw en een zwarte man nemen vanaf het vliegveld een taxi; via de observerende blik van de chauffeur in het achteruitkijkspiegeltje zie je ze zoenen. Dat ons enkel via het spiegeltje een glimp van de liefkozing wordt gegund is veelzeggend voor de gevoeligheid die er in de jaren zestig nog altijd heerste rondom fysieke intimiteit tussen mensen met een verschillende huidskleur.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Onthutst

‘Ware liefde is een ander verhaal,’ stelde filosoof bell hooks, voor wie zowel liefde als racisme een hoofdthema was. Deze Amerikaanse filosoof, die erop stond haar naam zonder hoofdletters te schrijven, schreef in haar boek All About Love (2016): ‘Als er sprake is van ware liefde, voelen individuen dat ze elkaars wezenlijke identiteit raken.’ Dergelijke liefde kan verschillen tussen mensen overbruggen; een existentiële herkenning verbindt hen.

Hoe bijzonder zo’n kracht kan zijn wordt duidelijk als liefde stand weet te houden in een omgeving die juist hun onderlinge verschillen benadrukt. De jonge vrouw in de film, Joey Drayton, wil haar nieuwe geliefde John maar al te graag aan haar ouders voorstellen. Maar John Prentice zelf, een dokter die voor de Wereldgezondheidsorganisatie werkt, is enigszins afhoudend. Joey, enthousiast en wat naïef, blijft ervan overtuigd dat haar ouders alleen maar blij voor haar zullen zijn. Ze zijn fel tegen discriminatie, dat hebben ze haar altijd bijgebracht. Haar moeder heeft een galerie met moderne kunst en haar vader is een bekende redacteur bij een krant – vrijgevochten geesten dus.

Bij ware liefde raken individuen elkaars wezenlijke identiteit

Als kijker voel je met John Prentice mee – die overigens buitengewoon innemend wordt gespeeld door de onlangs overleden Sidney Poitier. De moeder, gespeeld door de al even indrukwekkende actrice Katharine Hepburn, is een sterke, kunstzinnige vrouw. Maar ze is inderdaad, zoals John al vermoedde, toch diep geschokt als de respectabele dokter over wie haar dochter haar zo enthousiast heeft verteld een zwarte man blijkt. Ze geeft hem verward een hand en hakkelt: ‘Doctor Prentice, I am so pleased to meet you.’

Ze ziet er dermate bleek en onthutst uit dat John haar aanraadt even te gaan zitten. ‘Hij denkt dat je gaat flauwvallen, omdat hij zwart is,’ merkt Joey nuchter op. Toch zal de moeder nooit ronduit zeggen dat dit inderdaad het probleem is. Daar is de zwarte huishoudster duidelijker over. Als zij Joey apart neemt, prent ze haar in: ‘Ik hou er niet van om iemand van mijn eigen ras te zien die zich boven zijn eigen soort plaatst.’ Waarop Joey nuchter antwoordt: ‘Ik heb altijd van jou gehouden en jij bent net zo zwart als hij. Waarom zou ik wel van jou mogen houden en niet van hem?’

Verboden huwelijk

Je voelt hoe gewaagd deze film destijds was en hoezeer die de bedekkende deken van het universele liefdesthema nodig had. Nog beladener wordt het als ook de ouders van John opduiken en minstens zo geschokt reageren als ze zien dat Joey een witte vrouw is. De vader vaart tegen zijn zoon uit: ‘Heb je er wel over nagedacht hoe mensen over je zouden praten? In zestien of zeventien staten zou je de wet overtreden! Jullie zouden criminelen zijn. En stel je voor dat ze de wet aanpassen, dan nog zou dat niet veranderen hoe mensen over deze dingen denken!’

Gemengde huwelijken waren inderdaad nog verboden in zeventien staten. Gelukkig is er sindsdien wel het een en ander veranderd. De film doet hierdoor soms wat oubollig aan. Maar Johns vader heeft met zijn laatste opmerking wel gelijk: na aanpassing van de wet duurt het nog lang voordat mensen daadwerkelijk anders gaan denken. Laten we onszelf niet voor de gek houden: ook in Nederland zijn er nog genoeg mensen die beweren nooit te discrimineren en die er toch van zouden schrikken als hun witte dochter thuiskomt met een man van Turkse, Marokkaanse of Soedanese achtergrond, om maar een mogelijkheid te noemen.

Zuurstof

De film krijgt een komische noot door de ontmaskering van mensen die zichzelf als heel progressief zien. Ook Joeys vader blijkt, ondanks zijn bewondering voor John Prentice’ loopbaan – waar hij overigens zijn medewerkers van de krant onderzoek naar heeft laten doen – fel gekant tegen een huwelijk tussen de twee. Het zijn de moeders die er milder in staan en zich over hun schrik heen zetten.

Volgens hooks zijn het altijd de vrouwen die mannen proberen te overtuigen van het belang van liefde. Ze ziet hier een belangrijke taak voor vrouwen, maar waarschuwt ook dat ze zichzelf moeten beschermen als mannen zich niet in de liefde willen laten opvoeden. De film brengt een vergelijkbare boodschap – al weet ik zelf niet zeker of het geloof in liefde werkelijk zo helder verdeeld is tussen de seksen.

Een aanpassing van de wet is nog geen aanpassing van ons denken

Terwijl Johns vader zich met zijn zoon heeft afgezonderd, bekijkt zijn moeder het uitzicht op het terras. Als Joeys vader zich bij haar voegt, reageert ze aangedaan. Ze is overstuur door de gevoelloosheid van de twee vaders: zien ze dan niet wat de twee geliefden voor elkaar betekenen? ‘Ik geloof dat deze twee jonge mensen elkaar nodig hebben zoals ze zuurstof nodig hebben om te ademen. Iedereen kan dat zien door enkel naar hen te kijken. Maar u en mijn echtgenoot zouden net zo goed blind kunnen zijn.’

Het is opmerkelijk dat ze de hardheid van de vaders vergelijkt met blindheid, aangezien er juist geen probleem zou zijn geweest als ze werkelijk blind waren: dan hadden ze iemands huidskleur ook niet kunnen zien. ‘Ik geloof dat als mannen oud worden en het seksuele minder belangrijk wordt, ze alles vergeten; ze vergeten wat ware passie betekent,’ zegt Johns moeder zacht voor zich uit, om zich dan weer tot hem te richten. ‘U herinnert zich niet eens wat het betekent om verliefd te zijn. Als u dat wel deed, hoe zou u dan kunnen doen wat u nu doet?’

Opnieuw zijn het de vrouwen die de mannen moeten overtuigen, zoals hooks benadrukte. Maar het resultaat mag er zijn. De woorden van Johns moeder raken de oude vader en hij gaat overstag. ‘Ik geef toe dat ik er nog niet over had nagedacht, maar ik weet precies hoe hij zich voelt. Er is niets, absoluut niets wat uw zoon voor mijn dochter voelt wat ik niet heb gevoeld voor Christina.’ Een buitengewoon romantische en geruststellende conclusie: niet alleen de liefde die je zelf ervaart, maar ook het geloof in de liefde van anderen kan verstokte vooroordelen overbruggen.

Guess Who’s Coming to Dinner (1967)
Regisseur: Stanley Kramer
Scenario: William Rose
Te zien op Prime Video