Home Jan Verplaetse: ‘Ik wilde bloed zien’

Jan Verplaetse: ‘Ik wilde bloed zien’

Door Annette van der Elst op 21 juni 2016

Jan Verplaetse: ‘Ik wilde bloed zien’
07-2016 Filosofie magazine Lees het magazine

Filosoof Jan Verplaetse is gefascineerd door bloed. ‘Bloedroes betekende de erkenning van een noodzakelijk duistere kant van de mensheid die door geen beschaving te temmen is.’

De fascinatie voor bloed begon toen de 19-jarige Jan Verplaetse in de kelder van zijn ouderlijk huis een haas aantrof, op zijn kop hangend, ontdaan van pels en ingewanden. Het was niet voor het eerst dat Verplaetse, toen een student die nog thuis woonde, een gevilde haas zag. Ook kende hij de smaak en de braadlucht van de ‘ferme hazenbillen die je in boter afbakte’ maar al te goed. Niets bijzonders allemaal, maar wat hem dit keer trof was het bloed dat uit de bek van het beest druppelde en op een wit schoteltje terechtkwam. Dat had hem nooit eerder zo geraakt.Het tafereel beving hem niet met walging en afkeer — wat een gebruikelijker reactie is, geeft hij toe. ‘Nogal wat mensen vallen zelfs flauw. Geen enkele andere lichaamsvloeistof heeft dat sterke effect.’ Verplaetse echter had zin om het bloed aan te raken, te proeven. Het bloed wond hem op. Bloed zou een rode draad in zijn leven worden. De Gentse filosoof schreef er een boek over: Bloedroes – een weergave van zijn zoektocht naar de betekenis en de oorsprong van zijn fascinatie voor bloed, die zich telkens in zijn leven manifesteerde. ‘Tijdens reizen bezocht ik niet de meer gangbare bezienswaardigheden, maar wilde ik om het oneerbiedig te zeggen bloed zien. In Japan bijvoorbeeld ging ik niet naar tempels of tuinen, maar naar het slachthuis. Omdat ik benieuwd was hoe ze daar met bloed omgaan en met het doden van dieren.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Waarom wond die gevilde haas u op?
‘Bloed had een bijzonder effect op mij. Het benevelde me, tegelijk gaf het me een gelukzalig gevoel omdat het me in contact bracht met de duistere kant van onze menselijke natuur. Als het wat minder goed ging, wist ik dat ik naar die plek kon terugkeren. Metaforisch gesproken dan, natuurlijk. Een plaats die ik niet begreep, een mysterie, een verbinding met een ontologisch andere realiteit. Das ganz Andere. Bloedroes betekende voor mij een verrukking over het ongelijk van de Verlichting, de erkenning van een noodzakelijk duistere kant van de mensheid die door geen beschaving te temmen is.’

U bent niet de enige met deze fascinatie.
‘Anders had ik er ook geen boek aan gewijd. De geschiedenis herbergt wat vergelijkbare anekdotes over bloedroes en bloedlust. Zo schreef Augustinus over zijn vriend Alypius die door gladiatorenbloed bevangen geraakt, Zola over menigten die gek werden na het zien van bloed en Ortega y Gasset over het opwindend effect van bloed op jagers. Ik stelde ook vast dat een groot aantal kunstenaars gefascineerd is door bloed en met bloed werkt. Maar ook wetenschappers hielden zich met dit effect bezig, zoals de Zwitserse criminoloog Rodolphe Archibald Reiss, die beschreef hoe soldaten door bloed te zien konden veranderen in bloeddorstige beesten. Ik dacht dat die tradities en ervaringen de uitdrukking waren van een donker geheim, van een diepe waarheid en dat bloed ook daadwerkelijk bijzondere mysterieuze stoffen bevatte die leidden tot bloedroes.’  

Verplaetse onderzoekt in zijn boek verklaringen voor de verschijnselen bloedroes en bloedlust. ‘Ik geef er drie: de magische, de naturalistische en de huiveresthetische. De eerste gaat ervan uit dat bloed ons verbindt met een bovennatuurlijke wereld die onze materiële werkelijkheid overstijgt. De tweede erkent wel de materiële werkelijkheid als enige echte, maar stelt dat er iets in het bloed zit dat tot bloedroes of bloedlust leidt. Een stof die instincten aanwakkert, restanten uit ons verre verleden, waarin onze voorouders nog wilde roofdieren waren en voor wie bloedlust noodzakelijk was om te kunnen doden en te overleven. De laatste verklaring is de huiveresthetische, waarbij schoonheid wordt ervaren in wat huiveringwekkend is.’ 

De drie verklaringen omlijsten drie vormen van filosofisch geluk, zegt Verplaetse. ‘Geloof je in de bovennatuurlijke verklaring dan kan bloedmagie zorgen voor een verrukkelijk contact met een spirituele werkelijkheid. Denk je dat de naturalistische opvatting de juiste is, dan veroorzaakt bloed een gelukzalig gevoel van continuïteit met een primitief verleden waarvan we nog wilde restanten in ons dragen. Het huiveresthetische geluk hangt samen met het filosofisch besef dat maakbaarheid en controle overdreven illusies zijn. Duistere krachten blijven altijd machtiger dan verlichte idealen.’

Uiteindelijk loopt uw zoektocht uit 
op een teleurstelling: bloed blijkt een onttoverde stof.
‘Er is veel beweerd over bloed, maar de wetenschap verwierp al die beweringen. In de magische verklaring geloofde ik al niet. Maar de naturalistische vond ik vanuit evolutionair perspectief zo gek nog niet. We hielden toch iets aan ons voorouderlijke verleden over.  
Ik dacht dat er in bloed stoffen zaten die 
dit oude instinct wakker maakten. Maar uit experimenten waarbij we studenten aan bloed lieten ruiken, bleek dat er niets in mensenbloed zit dat aanleiding gaf tot bloedroes of bloedlust. Er zitten geen signaalstoffen in bloed die ons opwinden.’
Bloedroes is ook een afscheidsboek van een foute passie, zegt Verplaetse. ‘Ik moet ontnuchteren, en ik zit in een ontwenningsfase. Ik moet geluk nu op een andere manier vormgeven. Als filosoof wil je graag dat geluk een fundament heeft. Maar nu moet ik de lat lager leggen. Geluk zoeken in eenvoudige dingen misschien, in elk geval in zaken die filosofisch onproblematisch zijn. De duistere associatie met bloed blijft wel overeind. De realiteit verloopt niet altijd zoals Verlichting en moderniteit het graag willen. Maar in hoeverre mogen we daarvan genieten als er echt bloed vergoten wordt?’

En nu wordt u vegetariër?
‘Dat is wel een heel grote stap (lacht). Maar ik denk erover na.’