Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

woensdag 30 september 2020

Interviews Hypatia-prijs

Andrea Reuvers

Op 3 oktober is de uitreiking van de Hypatia-prijs voor het beste Nederlandstalige filosofieboek van de afgelopen twee jaar, geschreven door een vrouw. De prijs is een initiatief van Society for Women in Philosophy. Filosofie Magazine sprak met de vijf genomineerde auteurs.

Monica Meijsing: ‘Zonder interactie met anderen, ben je geen persoon’

In haar boek Waar was ik toen ik er niet was? gaat Monica Meijsing in op de vraag ‘wie zijn wij?’ Wat maakt ons een persoon? Zijn wij lichaam, of zijn wij geest?

‘Persoon-zijn is geheel afhankelijk van opgenomen zijn in een gemeenschap van andere personen,’ aldus Meijsing. Enkel in een gemeenschap met anderen kunnen wij moreel handelen. En die moraliteit is noodzakelijk voor het kunnen zijn van een persoon. Zonder de interactie met anderen, bijvoorbeeld als ik dement zou zijn of in coma raak, ben ik slechts “ik”.

‘Er is geen garantie van een hoger wezen’

Meijsing noemt haar visie op de mens ‘anti-dualistisch, maar ook anti-fysicalistisch’. Wij zijn levende organismen, en niet nog iets anders dan het levende lichaam. We bestaan dus precies zolang het levende organisme bestaat. En wij zijn geen persoon totdat wij interacteren met anderen. ‘Met mijn boek bied ik een soort biologisch, evolutionair perspectief op het soort wezens dat wij zijn.’

Wat is het gevolg van dit perspectief?

‘Wat je uit mijn werk kan halen, is dat mensen door deze afhankelijkheid van anderen een grote verantwoordelijkheid voor elkaar hebben. Dit is misschien minder fijn dan wanneer er een God zou zijn die verantwoordelijk is voor ons, maar er is geen garantie van een hoger wezen dat jou ziet als persoon. We moeten het dus met elkaar doen.’

Waar was ik toen ik er niet was? 
Monica Meijsing
Uitgeverij Vantilt
288 blz. | €19,95

Ingrid Robeyns: ‘The sky is niet the limit’

Met haar boek Rijkdom biedt Ingrid Robeyns manieren van denken over de vraag wat een goede samenleving is. ‘Ik spreek mijn lezers aan in hun rol als burger. Want als burger dien je na te denken over deze vraag en kan je mede gestalte geven aan de structuur van de samenleving. Rijkdom speelt daarin een grote rol.’

‘Rijkdom moet binnen de perken gehouden worden,’ stelt Robeyns. Nederland heeft internationaal gezien een beperkte inkomensongelijkheid, maar we hebben een relatief grote vermogensongelijkheid. ‘Wij hebben een beeld van onszelf dat we heel egalitair zijn, maar dat is gewoon onzin.’ Wij roepen nog altijd ‘The sky is the limit!’ en accumuleren vermogen zonder ethische vragen te stellen.

‘Mijn ideaalbeeld zou zijn dat iedereen rijk is in de zin van welvarend, maar dat niemand “superrijk” is. Het idee van een bovengrens, als een soort moreel principe, is echter nog niet in ons gedachtegoed opgenomen. De veranderingen die nodig zijn voor een minder ongelijke vermogensverdeling – denk aan belastingheffingen of de versterking van de positie van de arbeider – kunnen alleen in de praktijk worden gebracht als onze denkwijze strookt met deze veranderingen. De ideeënwereld is leidend.’

‘Rijkdom komt niet enkel voort uit individueel succes’

Het idee dat rijkdom enkel voortkomt uit individueel succes, is een illusie, stelt Robeyns. ‘De collectieve structuren en de erfenis van voorgaande generaties zijn de bouwstenen waarmee het individu zich kan ontplooien. Vermogens kunnen alleen gegenereerd kunnen worden door het samenwerken van heel veel mensen in de context van een samenleving.’ Rijkdom zet daarmee niet alleen aan tot denken – ‘de belangrijkste taak van de filosofie’ – maar is ook een politiek pamflet.

Rijkdom
Ingrid Robeyns
Uitgeverij Prometheus
104 blz. | €12,99

Joke Hermsen: ‘Zolang er leven is, is er hoop’

In Het tij keren onderzoekt Joke Hermsen de wens tot politieke vernieuwing. In hoeverre kunnen de inzichten van Rosa Luxemburg en Hannah Arendt behulpzaam zijn bij de transitie naar een meer duurzame, menselijke en solidaire samenleving. En hoe gaan we verstandig met politieke onrust om?

‘Wat ik heb geleerd door naar het verleden te kijken, is dat de tijd geen rechte lijn is, maar veel meer circulair gedacht met worden,’ zegt Hermsen. ‘Tijd voltrekt zich als het ware in lussen. Daarom is het van groot belang dat we filosofen, wetenschappers, dichters en kunstenaars uit het verleden blijven bestuderen, opdat we de tijd beter begrijpen. Lessen over de toekomst kunnen we niet zonder het verleden bepalen. Dat wordt nog weleens vergeten.’

‘Arendt en Luxemburg streefden beiden democratische vernieuwing na en deden overeenkomstige voorstellen. Om een oligarchie te voorkomen en de politieke vrijheid te bevorderen stelden ze een volksraad of burgerberaad voor als aanvulling op de parlementaire democratie,’ legt Hermsen uit. ‘Op die manier wordt de politieke betrokkenheid van de burgers gestimuleerd. Deze burgerraad, door Arendt een “oase in de woestijn van de parlementaire democratie” genoemd, kan ertoe dienen mensen weer betrokken te maken op de samenleving en gevoelens van onmacht en wantrouwen om te buigen tot interesse en medeverantwoordelijkheid.’

‘We hebben geen andere keuze dan positief te zijn’

Ook vandaag de dag kan deze aanvulling een oplossing zijn om politieke impasses te doorbreken, stelt Hermsen. Wereldwijd worden hierin al initiatieven genomen, opdat onze politieke vrijheid zich niet beperkt tot ‘eens in de zoveel jaar een vakje rood kleuren’ en we minder afhankelijk worden van politieke partijen die vaak ook door electorale belangen en machtspolitiek gestuurd worden. Burgerraden zijn onafhankelijk en worden bij loting vastgesteld, waardoor alle groepen daadwerkelijk vertegenwoordigd worden. De mensen leren elkaar beter kennen, voelen zich gezien en gehoord en dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de vorm van het uitbrengen van een bindend advies. We moeten nu niet teveel bij de pakken neer gaan zitten, maar alle alternatieven goed verkennen. ‘We hebben ook geen andere keuze. Er zal iets moeten veranderen. Pessimisme heeft weinig zin. Zolang er leven is, is er hoop.’

Het tij keren
Joke Hermsen
Uitgeverij Prometheus
104 blz. | €12,99

Renée van Riessen: ‘De ander is onontbeerlijk’

In het boek Van zichzelf bevrijd betoogt Renée van Riessen dat de nabijheid van de ander je van jezelf bevrijdt. De essays van Van Riessen, sterk geïnspireerd door Emmanuel Levinas, gaan over de effecten van het neoliberale denken op ons zelfbewustzijn.  Hoe zijn we onszelf gaan zien door de neoliberale bril?

‘In de geschiedenis van de filosofie is er lang gedacht over de menselijke bestaansconditie als een toestand van isolatie,’ legt Van Riessen uit. ‘Wij zijn in eerste instantie een individu en daarna is er een relatie met de ander. Levinas keert dit om. Zonder die relatie, stelt hij, kunnen wij niet leven. Zonder die relatie met de ander is er geen betekenis. De ander is onontbeerlijk.’

‘In deze tijd, de tijd van het neoliberalisme, hebben we het idee – of beter: waanidee – dat ieder mens z’n eigen project is. De zin van het leven? Jezelf zo schitterend mogelijk wegzetten.’ Een kwalijke ontwikkeling, vindt Van Riessen. ‘Onze prestatiegerichte maatschappij verliest in een rap tempo de blik op de mens. We hebben een tekort aan menselijke relaties en aan waardering van verbondenheid.’

‘We hebben het waanidee dat ieder mens z’n eigen project is’

In onze hedendaagse maatschappij staat kennis centraal. Het mooie van Levinas’ filosofie is dat ‘hij vanzelfsprekendheden onderuit haalt. Hij kijkt vanuit de menselijke ervaring naar religie en ethiek’, en niet vanuit de kenleer. Dat heeft hij van filosofen als Heidegger en Husserl geleerd: de traditie van de fenomenologie. Mijn boek biedt reflecties op dit denken van Levinas.’ Met behulp van zijn filosofie bespreekt Van Riessen ‘hoe we van onszelf kunnen worden bevrijd.’

Van zichzelf bevrijd
Renée van Riessen
Uitgeverij Sjibbolet
204 blz. | €21,50

Katleen Gabriels: ‘We zijn met technologie verweven’

In het boek Regels voor Robots probeert Katleen Gabriels haar lezers ervan bewust te maken dat mensen die techniek ontwerpen niet enkel voor technische keuzes staan, maar ook voor morele. ‘Gebruik maken van een computermodel maakt iets niet per se objectief en neutraal.’

‘We denken heel vaak dat we autonoom handelende wezens zijn, maar we worden heel sterk beïnvloed door onze context,’ stelt Gabriels. ‘En die context is natuurlijk ingericht door de technologie. Heel veel van die technologieën zijn in ons gekropen, we zijn ermee verweven. We moeten daarom minder kijken naar mens versus technologie, en meer naar mens én technologie.’

Al vóórdat een technologie ontwikkeld wordt, moeten er morele vragen worden gesteld. Welke datasets gebruik ik? Welke effecten heeft dit algoritme op mensen? ‘Techniek wordt niet in een vacuüm gecreëerd maar in de maatschappij, en daardoor wordt het al heel snel politiek. Ontwerpers hebben een sociale en morele verantwoordelijkheid, want hoe je iets ontwikkelt, heeft invloed op de samenleving. Nemen zij hun eigen leefwereld als norm, dan kunnen er een heleboel mensen – vooral (etnische) minderheden – uit de boot vallen.’ Een voorbeeld hiervan is een zwarte man die geen zeep kon pakken bij het automatische pompje op het toilet. De sensor was ingesteld op wit en reageerde niet op donkere kleuren.

‘Filosofen zijn te lang reactief geweest’

‘Het is de taak van de filosoof om mensen kritisch te doen nadenken, argumenten aan te reiken, en logisch te laten redeneren.’ Eenieder die zich bezighoudt met techniek staat voor morele dilemma’s. Het is daarom van belang dat we ons op tijd over deze dilemma’s buigen. ‘In het onderwijs al, op de werkvloer is te laat! De filosofen hebben daarin ook een fout gemaakt,’ vindt Gabriels, ‘zij zijn veel te lang reactief geweest.’

Regels voor Robots
Katleen Gabriëls
Academic & Scientific Publishers
172 blz. | €17,95