Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

Filosofie Magazine nr. 12/2020

Het schuldgevoel van kerst

Jannah Loontjens
Essayist

Ieder jaar is kerst een gewetensvraag voor Jannah Loontjens. Moet ze naar haar vader in Zweden of naar haar moeder in Frankrijk? Een zelfonderzoek naar spijt en schuld.

Beeld Mikko Kuiper

Kerstmis was binnen mijn familie niet verbonden aan religie. Als het al ergens voor stond, dan was het een feest van het licht. In mijn kindertijd kwam tegen kerst de donkerte rond drieën schoorvoetend aansluipen om gestaag de wereld in een absolute duisternis op te slokken. We woonden in een bos in Zweden, kilometers verwijderd van straatverlichting. Uitkijken naar langere dagen was een jaarlijks terugkerende hunkering. In de noordelijke landen wordt al duizenden jaren rond kerst de winterwende gevierd. Ook in het Romeinse Rijk was 25 december oorspronkelijk het feest van de zonnewende. Kwade invloeden zouden verdreven worden, het licht zou zegevieren.

Sinds ik in Nederland woon ga ik met kerst vrijwel altijd naar Zweden, waar mijn vader, broer en halfzussen nog altijd wonen. Of ik ga naar Frankrijk, waar mijn moeder tegenwoordig woont. Maar dit jaar heb ik besloten in Nederland te blijven. Ik heb geen geld voor tickets voor mij en mijn kinderen. Bovendien hebben we zin om een keer thuis te blijven. Ik voel me hier schuldig over, vooral jegens mijn moeder. Mijn moeder heeft me herhaaldelijk duidelijk gemaakt hoe graag ze wil dat ik bij haar ben met de kerst, anders zit ze daar maar alleen in haar eigenhandig opgeknapte huis in de Franse Indre. Het is er gezellig met het haardvuur, haar hond, de kippen en haar kat, maar het huis ligt afgelegen en het is eenzaam om de feestdagen zonder kinderen of andere familie door te brengen. Ik ben ook al erg vaak bij mijn vader geweest, zegt ze, en nu ga ik dit jaar toch niet weer naar hem? Hoe ouder ze wordt, hoe belangrijker het is om bij familie te zijn, vertrouwt ze me toe.

Kloffie

Schuldgevoelens manifesteren zich in verschillende vormen. Als het gaat over het krenken van een naaste, over een leugen, een winkeldiefstalletje of verspilling van eten, verschijnt de schuld steeds op andere wijze – als het ware gehuld in een ander tenue. Je zou kunnen zeggen dat mijn schuldgevoel jegens mijn moeder mijn huiselijke kloffie draagt, een oude trui en een joggingbroek; het is mij het meest vertrouwd en hoort het meest bij wie ik ben.

Dit keer heeft mijn gevoel betrekking op een voornemen. Ik heb eigenlijk nog niet echt iets gedaan wat me schuldig zou maken. Maar ik kijk vooruit en voel me bij voorbaat bezwaard over het toekomstige. Anderzijds is een plan maken op zich al een daad, ook als er geen gevolg aan wordt gegeven. Het is de kleding die je hebt klaargelegd om aan te trekken, je weet al hoe je eruit zult gaan zien – deze keer eerder achter­gelaten dan klaargelegd, in een slordige prop, broek en sokken nog met de vorm van mijn lichaam, ik kan er zo weer in, dit schuldgevoel past mij naadloos.

Als kind al voelde ik me schuldig jegens mijn moeder. Ik schoot tekort: ik was niet lief genoeg geweest, ik was te lastig, ik begreep haar niet genoeg, ik hielp haar niet voldoende. Geen uitgesproken verwijten van haar, maar ik beet ze mezelf toe. Het leven van mijn moeder leek beheerst door tegenslagen, alsof het een bal was die werd overgegooid door vervelende zielen. Ik was de lummel die onhandige pogingen deed die bal te pakken te krijgen, in goede banen te leiden en veilig bij haar terug te bezorgen. Dit lukte me niet. Erger nog: ik voelde dat ook ik haar tot last was en haar het leven bemoeilijkte.

Schuldgevoelens jegens moeders vangen vaak al jong aan. Op het moment dat het kind aandacht aan anderen begint te besteden ervaart het een loyaliteitsconflict.

Schuldbewust

Volgens onderzoekers heeft vrijwel iedereen last van schuldgevoelens, wel ‘gemiddeld twee uur per dag’. Als ik zoiets lees, rijst bij mij de vraag: hoe meten ze dit? Ik zou er geen flauw benul van hebben hoelang per dag mijn geweten mij tergt. Het afmattende van schuldgevoelens is nu juist dat ze overal in doorsijpelen of boven al je andere gedachten kunnen blijven hangen als een zware wolk die de zon blokkeert en van geen wijken weet. Schuld­gevoelens kunnen ontstaan door handelingen, maar ook door dromen, verlangens, wensen, gedachten. Schuldgevoelens kunnen sluimeren, ze kunnen plagen en ze kunnen zomaar opflakkeren. Ze kunnen gevoeld worden jegens de medemens, het mededier, de wereld, het milieu, God, geliefden en familie, maar ook jegens jezelf. Schuldbewustzijn kan je tekenen en je achtervolgen. Sommige mensen hebben er meer last van dan anderen. Ik ben iemand die zich vaak schuldig voelt, en ik heb me, zover ik me kan herinneren, altijd schuldig gevoeld – als kind jegens mijn moeder, als volwassene jegens geliefden, toen ik kinderen kreeg jegens mijn kinderen, maar ook jegens vrienden, onbekenden en de wereld.

Schuldgevoelens jegens moeders beginnen op jonge leeftijd

Als je naar de rol van schuld in literatuur en filosofie kijkt, is het gewicht langzamerhand van de hemel naar de aarde afgedaald. In de oude Griekse tragedies ligt de verantwoordelijkheid voor wat er op aarde gebeurt nog grotendeels bij de goden. Het verband tussen het menselijke handelen op aarde en de daadwerkelijke schuld verloopt in de klassieke tragedies vaak via een omweg. Als mens hoefde je zelf geen zonde te hebben begaan om toch door de goden schuldig gevonden te worden en straf te verdienen. Schuld wordt in de klassieke tragedies in een groter verband gezien. Een denkwijze die we vandaag de dag nog terugzien in oorlogsretoriek, waarin een heel volk schuldig bevonden kan worden en totale bevolkingsgroepen worden gestraft of buitengesloten. In latere tragedies verschuift de verantwoordelijkheid meer en meer naar de schouders van de mens.

In onze huidige tijd wordt schuld op een schijnbaar eenvoudige wijze verbonden aan wat we daadwerkelijk doen. We voelen ons schuldig over onze eigen daden, al kan er ook sprake zijn van schuldgevoel tegenover grotere idealen, zoals eer en loyaliteit, of tegenover natuur en onrecht. We kunnen ons schuldig voelen tegenover vluchtelingen, over de klimaatverandering of over wat onze regering doet. Er zijn mensen die in schuldbewustzijn een motivatie zien om te handelen, maar er zijn er ook die schuldgevoelens voornamelijk als een plaag zien waar ze vanaf willen. Verlichting van het zware geweten is eeuwenlang in het geloof gezocht. Verzoening en verlossing werden nagestreefd door deugdzaam gedrag te vertonen, door te biechten en lammeren te offeren. Tegenwoordig proberen mensen van hun bedrukkende schuldgevoelens af te komen door mindfulness, psychotherapie, yoga, of door zelfhulpboeken te lezen.

Spijt

Als ik vrienden en familie naar hun schuldgevoelens vraag, merk ik dat spijt en schuld vaak door elkaar worden gebruikt. Hoewel ze gemakkelijk te verwarren zijn, bestaat er een belangrijk verschil tussen spijt en schuldgevoel. Zo heb ik er bijvoorbeeld nog altijd spijt van dat ik de telefoon niet heb opgenomen toen een goede vriend mij meerdere keren op een middag belde – het kwam even niet uit, ik was moe, een betere reden had ik niet. Twee weken later was hij dood. Zo zijn er meer momenten waarvan ik vreselijke spijt heb, momenten waarop ik een opmerking preciezer had willen verwoorden of helemaal niets zei terwijl ik wel degelijk iets had moeten zeggen. Of momenten waarop ik eigenlijk kwaad had moeten worden, de waarheid had moeten zeggen, terwijl ik in plaats daarvan gemaakt vriendelijk bleef. Ik kan er spijt van hebben dat ik schoenen heb gekocht die ik nooit aantrek of een trui heb weggegeven die ik zelden droeg, maar nu ineens wél graag zou willen dragen. Deze spijtgevoelens gaan niet gepaard met schuld. Spijt betreft helder omlijnde momenten, je weet precies waar je spijt van hebt. Schuldbesef is een vager, waziger gevoel.

Je kunt je ook schuldig voelen zonder spijt te hebben. Astrid Holleeder zei in een interview dat ze geen spijt had van haar getuigenis tegen haar broer, maar zich nog altijd schuldig voelde omdat haar broer door haar handelen in de gevangenis zit. Het moest gebeuren en daarom voelt ze geen spijt, maar schuldig voelt ze zich wel. Je kunt je ook schuldig voelen over gevoelens, terwijl het moeilijk is om spijt te hebben van gevoelens. Je kunt geen spijt hebben van wat iemand anders heeft gedaan. Je kunt je daarentegen wel plaatsvervangend schuldig voelen over andermans handelen en ook plaatsvervangend excuses aanbieden, bijvoorbeeld voor familieleden of landgenoten.

Foucault

Ik heb in mijn leven vaak mijn excuses aangeboden om de ander maar te kalmeren. Maar had ik daarmee ook werkelijk spijt? Berouwvol op anderen overkomen is iets anders dan berouwvol zijn. Een zekere mate van veinzerij kan sociale gelegenheden draaglijk houden, en soms ben ik zo goed in het veinzen dat ik er zelf in ga geloven. Dit is niet altijd verkeerd – het kan de sfeer redden – maar toch is er in mij een behoefte ontstaan om, tenminste voor mezelf, de waarheid te spreken.

In de colleges die Michel Foucault (1926-1984) in zijn laatste levensjaar gaf, richtte hij zich specifiek op de vraag hoe het individu ‘een subject kan worden dat de waarheid over zichzelf spreekt (…), zonder voor iets terug te deinzen, zonder iets te verbergen’. Foucault noemt, verwijzend naar de oudGriekse cultuur, degene die de waarheid over zichzelf spreekt een ‘parresiast’: ‘Wil er sprake zijn van parrhêsia, dan moet het subject dat de waarheid spreekt (…) een zeker risico nemen.’

Uit schroom om een ander te ontrieven heb ik vaak zijden handschoentjes gedragen, altijd voorzichtig mijn woorden wegend. In dit zelfonderzoek wil ik evenwel proberen eerlijk te zijn, om op z’n minst voor mezelf de waarheid te spreken. Het risico dat ik hiermee neem, is dat ik de relatie met mijn moeder op het spel zet. Geen gering risico. Tegelijkertijd komt dit schrijven juist voort uit een verlangen om mijn persoonlijke relaties met mijn vrienden, mijn geliefde, mijn moeder en andere naasten oprechter en hechter te maken.

Foucault maakt duidelijk dat voor de Grieken zorg dragen voor jezelf voorafgaat aan zorg voor anderen. In een interview zegt hij dat wie in de voorchristelijke tijd ‘naar behoren voor zichzelf zorg droeg, daardoor in staat was om zich ook jegens anderen naar behoren te gedragen’.

Ik heb mijn moeder inmiddels mijn excuses aangeboden: sorry dat we niet met kerst bij jou zijn. Het spijt me. Mijn schuldgevoelens verminderen hierdoor niet, in feite worden ze juist verergerd. Het spijt me namelijk niet echt dat ik niet met kerst naar Frankrijk ga – ik wil het immers niet – maar ik voel me er wel rot over, niet omdat het me spijt, maar omdat ik met haar te doen heb. Mensen bieden vaak genoeg hun excuses aan omdat ze empathie voelen voor de ander. Meestal zijn dat onheuse excuses: ik heb geen spijt van wat ik heb gedaan, maar het spijt me dat jij je zo voelt.

Natuurlijk voel ik me ook schuldig over dit geschrijf, dat ik mijn angst om mijn moeder te kwetsen als onderwerp neem. Ik stuur een beeld van haar de wereld in dat niet overeenkomt met wie ze is, een onvolledig beeld van onze moeder-dochterrelatie, een eenzijdig plaatje, enkel uitgelicht door mijn schuldcomplex. Een uitvergroot, scheef, verknipt portret. Het is een onvermijdelijk neveneffect van schrijven: ik voel me er schuldig over, maar ik doe het toch. Het spijt me, ik wil niemand kwetsen, met name mijn moeder niet, maar ik wil dit toch schrijven. Spijt die geen echte spijt is. Spijt waar niemand wat aan heeft.

Dit essay is gebaseerd op fragmenten uit Schuldig. Een verkenning van mijn geweten van Jannah Loontjes, dat op 8 december verschijnt bij uitgeverij Podium | 240 blz. | € 20,99