Home Sport Filosoof Aldo Houterman: ‘Het lichaam weet dingen die het hoofd niet begrijpt’
Sport

Filosoof Aldo Houterman: ‘Het lichaam weet dingen die het hoofd niet begrijpt’

Door Anne-Sophie van Berkestijn op 2 maart 2026

filosoof Aldo Houterman
beeld Martijn Gijsbertsen
Filosofie Magazine hoe denken we dat dieren denken
03-2026 Filosofie Magazine Lees het magazine
Wie aanneemt dat je denken met je hoofd doet, mist het grootste deel van ons denkwerk, zegt filosoof Aldo Houterman.

Dit artikel krijg je van ons cadeau

Wil je onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? Je bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en je hebt direct toegang.

‘Voor mijn coaches, omdat ze mij hebben leren denken,’ staat voorin het boek Variations sur le corps (Variaties op het lichaam) dat de Franse filosoof Michel Serres (1930-2019) in 1999 schreef. Daarmee bedoelde hij geen lifestyle-coaches, maar de coach zoals we die oorspronkelijk kennen: iemand die je begeleidt tijdens het sporten. Maar hoe kan zo’n coach een filosoof leren denken? Kun je goed worden in filosofie door te leren waar je je handen en voeten plaatst tijdens bergbeklimmen, hoe je meeleunt met de wind op een zeilboot of met welke kracht je de bal in het doel krijgt? Voor dat soort sporten moet je niet zozeer rationele kennis paraat hebben, maar ben je afhankelijk van intuïtieve bewegingen en muscle memory, zegt filosoof Aldo Houterman in een videogesprek. ‘Door te trainen met klimmen, zeilen en voetballen leerde Serres dat ook het lichaam kennis bezit. Als we ons voorstellen wat denken inhoudt, zien we moeilijke redeneringen voor ons die we met ons brein produceren. Maar het feit dat je lichaam vaak al reageert voordat je je er bewust van bent, laat zien dat het denken verder reikt dan het brein.’

Houterman promoveerde in januari 2026 op het werk van Serres aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Eerder schreef hij het boek Wij zijn ons lichaam (2019), waarin hij laat zien dat het lijf veel intelligenter is dan in de wetenschap vaak wordt verondersteld. We zijn geneigd het lichaam te reduceren tot iets mechanisch en anatomisch. Houterman: ‘Het lichaam is complex: het voelt, het ervaart en het wordt niet alleen in beweging gebracht, maar beweegt ook zelf. We denken dat onze kennis in ons hoofd zit en dat we die vooral opdoen door te kijken. Maar ook ruiken, proeven en tasten spelen een grote rol.’

Hij gebaart lachend naar mijn kat, die plotseling op mijn bureau springt en zo zijn hele beeldscherm vult. ‘Poezen voelen met hun snorharen, vleermuizen gebruiken echolocatie en veel dieren gebruiken reuk om zich te oriënteren. Bij dieren erkennen we zulke lichamelijke vormen van kennen steeds vaker als kennis, maar bij mensen blijven we ons vooral richten op het rationele denken.’

Houterman werkte een periode in het ziekenhuis als medisch ethicus. Daar zag hij dat mensen zelfs in levensbedreigende situaties vertrouwen op hun zintuigen, zonder er rationeel over na te denken. Zo kunnen verpleegkundigen en artsen door te ruiken soms aanvoelen of er iets mis is. ‘Ik zag dokters een geur ruiken en weten: hier moeten we beter naar kijken – vaak zonder dat ze konden uitleggen waarom. Het lichaam weet dingen die ons hoofd niet begrijpt.’

‘We hebben niet één lichaam, maar een variëteit aan lichamen’

Houterman ontdekte dat Michel Serres net als hijzelf geïnteresseerd was in de kennis die de zintuigen verzamelen, kennis die je niet opslaat in je brein, maar in je lijf. Houterman: ‘Lijven die praktische handelingen uitvoeren, zoals die van bakkers en sporters, zijn kennisverwerkers. Een bakker voelt precies wanneer het deeg goed is of wat er nog ontbreekt, zonder dat te hoeven opzoeken. En wie aan wielrennen doet, weet dat de wind een vijand is die je ook tot vriend kunt maken, mits je lichaam weet hoe. De intelligente lichamen die Serres observeerde op het sportveld zetten hem aan het denken over hoe het lichaam denkt.’

Je lijf denkt dus wanneer het via de zintuigen kennis opdoet. Zijn er nog meer manieren waarop het lichaam denkt?
‘Eigenlijk zijn alle bewegingen die je maakt bewijs dat je lichaam denkt. Wanneer je beweegt, verandert je lichaam van vorm. Dat is extra zichtbaar bij sporten: tijdens het bergbeklimmen word je een viervoeter en als voetbalkeeper verander je in een soort spin in een web. Die metamorfoses laten iets fundamenteels zien: we hebben niet één lichaam, maar een variëteit aan lichamen. Als ik aan het hardlopen ben, is het normaal dat mijn hartslag omhooggaat, maar als ik midden in de nacht wakker word met diezelfde ervaring, weet ik dat er iets mis is. Mijn slapende lijf is namelijk een ander lichaam dan mijn rennende lijf. Voor je partner ben je ook een ander lichaam dan voor de klas waaraan je lesgeeft, en je hebt weer een ander lijf als je een schorpioen ziet. We kunnen ons verplaatsen, met anderen meevoelen en adequaat op een bedreiging reageren doordat ons lichaam steeds de gepaste gestalte aanneemt. Ons lijf ligt in aanpassingsvermogen en creativiteit vóór op ons rationele denken. Al voordat we bewuste gedachten hebben gevormd, denkt het lichaam door de juiste pose aan te nemen.’

Maar daarvoor moeten we de definitie van ‘denken’ wel een eind oprekken.
‘Wat is denken? Denken bestaat – ook in je hoofd – uit informatie verwerken. Je wordt geconfronteerd met informatie, die verwerk je en dan reageer je erop. Ons lichaam doet dat voortdurend. Het brein houdt niet op bij de schedel: je hele lijf communiceert met de omgeving door signalen op te vangen en daar iets mee te doen; het past zich aan. Dat vermogen tot adaptatie is denken. Daarom verandert denken je steeds. En je denkt morgen anders dan nu: de toekomst brengt weer nieuwe informatie die door jou verwerkt wordt. Overigens kunnen niet alleen mensen informatie verwerken. Ook technische objecten zoals laptops en smartphones en zelfs vulkanen en rivieren denken, want ze ontvangen energie, krachten en data, en zenden vervolgens weer uit.’

Even tussendoor …

Meer lezen over filosofie? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:

Ontvang wekelijks de beste artikelen van Filosofie Magazine en af en toe een aanbieding.

Dat proces van informatie ontvangen en verwerken kan ook fout gaan, bijvoorbeeld als je struikelt. Is dat een denkfout van het lichaam?
‘Het lichaam is geen harmonieus geheel dat altijd perfect inspeelt op de omgeving. Het maakt vooral fouten als het nog moet wennen aan een nieuwe situatie. Wanneer er sneeuw ligt, merk je dat goed: je gaat anders lopen, op een manier die waarschijnlijk niet zo efficiënt is, omdat je lijf het niet gewend is. En voor je het weet, lig je op de grond. Die “fouten” moet je begrijpen als tekenen van een lichaam in ontwikkeling dat zich probeert aan te passen.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Sterke mug

Het idee dat het lichaam denkt, gaat er niet bij iedereen makkelijk in. Waar komt die weerstand vandaan? Volgens Houterman is de oorzaak daarvan onze neiging om alles in hokjes in te delen. We denken in categorieën als ‘exacte vakken’ en ‘geesteswetenschappen’, ‘mannen’ tegenover ‘vrouwen’ en ‘lichaam’ versus ‘geest’. Houterman leerde van Serres dat onze neiging om kennisgebieden en concepten rigoureus van elkaar te scheiden destructief is: daardoor ontstaan kunstmatige grenzen tussen onderwerpen die in werkelijkheid veel overlap hebben. Houterman: ‘Zo ontstaat de denkfout dat natuurkunde en psychologie niets met elkaar van doen hebben, dat elke man anders is dan elke vrouw en dat het lijf slechts een omhulsel is dat de instructies van de geest uitvoert. Maar als de filosofie en wetenschap echt gericht zijn op de uitbreiding van kennis, dan is het juist de kunst om te combineren en te kijken hoe concepten en vakgebieden elkaar aanvullen.’

Maar onderscheid maken tussen dingen heeft toch ook een functie? Hoe kunnen we anders met elkaar communiceren, als we een raam niet van een deur zouden onderscheiden?
‘Het aanbrengen van categorieën zorgt ervoor dat je niet de overeenkomsten maar de verschillen tussen dingen benadrukt. Soms is dat inderdaad noodzakelijk: we hebben definities nodig om over dingen te kunnen praten. Maar volgens Serres zijn niet alle categorieën die we gebruiken even logisch of belangrijk. Vaak zijn onze ideeën en begrippen op een toevallige manier ontstaan. Hij gebruikte het voorbeeld van de dinosaurus en de mug. De grote, sterke dinosaurus leek ideaal gebouwd om te overleven, maar toch is hij door een toevallige omstandigheid uitgestorven, terwijl de mug, die niet zoveel voor lijkt te stellen, nog altijd springlevend is. Dat had net zo goed anders kunnen gaan. Zo zijn ook onze concepten uit toevallige gebeurtenissen ontstaan – onze indeling van de wereld had zomaar anders kunnen zijn. Gelukkig kunnen we dingen die we zelf hebben gemaakt ook herzien.’

Over welke categorieën zouden we bijvoorbeeld nog eens beter kunnen nadenken?
‘In de sportwereld is de laatste jaren veel discussie over transpersonen. Door toevallige historische gebeurtenissen is gender verheven geraakt tot een haast allesbepalende categorie, ook in de sport. We hadden daarvoor net zo goed een ander kenmerk kunnen aanwijzen, zoals spierkracht, gewicht of lengte. Het onderscheid op basis van geslacht is arbitrair: voor bijna elke man die dit leest, geldt dat het verschil in kracht en uithoudingsvermogen tussen hem en Usain Bolt groter is dan tussen hem en de gemiddelde vrouw. Usain Bolt is qua lichaam in de mannencategorie een veel grotere uitzondering dan een transvrouw in de vrouwencategorie, maar toch vindt niemand het oneerlijk dat Usain Bolt meedoet. We benaderen dit vraagstuk strikt vanuit een geneeskundig en wetenschappelijk perspectief, waarbij lichamelijke verschillen leidend zijn. Maar dat doet geen recht aan het feit dat lichamen niet statisch maar fluïde zijn.’

Zeggen die meetbare gegevens uit de wetenschap en geneeskunde dan eigenlijk niet zoveel over ons lichaam?
‘We hebben in onze samenleving een systeem waarin meetbare gegevens veel uitmaken, maar dat systeem is door allerlei toevalligheden geworden tot wat het is. Binnen het systeem maakt het uit of je man of vrouw bent, autochtoon of migrant, patiënt of geen patiënt. Maar daardoor verliezen we andere lagen van de werkelijkheid uit het oog, zoals de veranderlijkheid van ons lichaam. We reduceren ons lichaam tot iets stabiels dat je kunt samenvatten door naar een aantal statistieken te kijken. Maar dat stabiele beeld is een momentopname, slechts een vorm die het lichaam kan aannemen. Met elke beweging communiceert het lichaam weer anders. Na het sporten is je lichaam in rust een nieuw lichaam ten opzichte van vóór het sporten, want trainen verandert je lijf.’

Als je veel sport, creëer je dus steeds nieuwe versies van je lichaam. Hebben actieve sporters een intelligenter lijf dan mensen die weinig bewegen?
‘Vooral in topsport zie je dat sporters worden gedrild om steeds hetzelfde kunstje te herhalen om daar zo extreem goed in te worden. Dat is een instrumentele benadering van sport, die gericht is op winnen, discipline, tactiek en controle over je lijf. Maar dan reduceer je je lichaam tot één functie of prestatie en daar wordt het niet intelligenter van. Het lichaam denkt juist als het in nieuwe situaties terechtkomt. Laat je lijf zoveel mogelijk vormen aannemen, zou Serres zeggen. Als je alleen gericht bent op het perfectioneren van een trucje, sport je niet met je lichaam, maar met je hoofd.’

Loginmenu afsluiten