Home Een wereld vol hoogsensitieve zielen

Een wereld vol hoogsensitieve zielen

We zijn als mensen steeds gevoeliger geworden, zegt de Duitse filosoof Svenja Flasspöhler. Ze vraagt zich af of hierin een grens bereikt is.

Door Annette van der Elst op 23 september 2022

Een wereld vol hoogsensitieve zielen Beeld Andreas Haslinger
filosofie magazine 10-2022
10-2022 Filosofie magazine Lees het magazine

Stel je Johan voor, een ridder uit de elfde eeuw. Hij moordt en foltert. Het is geen pretje om hem als tafelgenoot te hebben: smakkend brengt hij hompen vlees met zijn handen naar zijn mond, hij drinkt met zijn vette lippen uit een glas dat hij deelt met zijn buurman. Zijn behoefte doet hij tussendoor in een hoek. Heeft hij zin in een vrouw, dan pakt hij haar.

Neem dan Jan, zijn verre nakomeling in onze eigen tijd. Hij is leraar, eet geen vlees en respecteert de seksuele behoeften van zijn vrouw, die sinds de geboorte van hun kinderen afgenomen zijn. Hij oefent zich in non-binair taalgebruik. Aan zijn kroost leert hij de waarde van de medemens en de natuur.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Svenja Flasspöhler, filosoof en voormalig hoofdredacteur van het Duitse Philosophie Magazin, bespreekt in Sensibel hoe we steeds gevoeliger en empathischer zijn geworden. Maar heeft die toegenomen gevoeligheid ook niet een keerzijde? Is die niet zo langzamerhand verworden tot hypergevoeligheid, waardoor de sensibiliteit ons niet langer met elkaar verbindt, maar uit elkaar drijft en tot destructie leidt?

Flasspöhler neemt afstand van het actuele woke-debat en onderzoekt de achterliggende filosofische gedachten over empathie en kwetsbaarheid – begrippen die niet onproblematisch zijn.

Hoe kleiner de verschillen, hoe gevoeliger we worden

De toenemende gevoeligheid begint in haar analyse bij de achttiende-eeuwse empirist David Hume, die de moraal baseert op emoties en gevoelens van inleving: zie je iemand huilen, dan resoneert dat in jou en kan dat jou aanzetten tot een goede daad. Ook voor Humes tijdgenoot Jean-Jacques Rousseau draait de moraal om gevoelens: zelfliefde is de voorwaarde om anderen lief te hebben, zegt hij. Maar die zelfliefde kan ook doorslaan in eigenliefde, waardoor je ‘belandt in de hel van de vergelijking’ en de voortdurende vraag of de ander niet méér liefde, erkenning, geld en mooie dingen krijgt.

Zou Rousseau nu leven, zegt Flasspöhler, dan zou hij die hel kunnen ontwaren in de principes van de aandachtseconomie: online haatzaaierij, lonken naar likes en klikfrequenties. Bovendien is empathie geen garantie voor het goede doen, zo laat Markies de Sade zien. De pijn van de ander zien is jouw genot.

Wond

Fundamenteel is de vraag of we van anderen steeds maar kunnen verwachten dat ze rekening houden met onze gevoelens en kwetsbaarheden. Of kunnen we ook uitgaan van een zekere mate van weerbaarheid? Flasspöhler stelt een ‘team-Levinas’, de filosoof van het menselijk gelaat en de kwetsbaarheid, tegenover een ‘team-Nietzsche’, met de yell ‘Wat mij niet doodt, maakt mij sterker’. De tegenstelling is duidelijk: team-Levinas definieert de ander in zijn zwakte, zegt Nietzsche, die zelf eenieder uitdaagt boven zijn kwetsbaarheid uit te groeien. Team-Nietzsche is cynisch, vindt de ander, en is blind voor ongelijkheid en geweld.

Maar zo zwart-wit is het niet, concludeert Flasspöhler. De twee delen de wond. Het vermogen crises te doorstaan heeft juist te maken met kwetsbaarheid; uit de wond groeit de kracht. Het is Sigmund Freud die de kwetsbaarheid en gevoeligheid van de menselijke psyche op de voorgrond zet, maar tegelijkertijd ook het afweervermogen en de kracht daarvan. Een afweervermogen dat zowel beschermend als ziekmakend kan zijn, zoals in de neurose.

Taalpolitie

Met de hedendaagse taboeïsering van bepaalde woorden en de eis van een ‘niet-binair’ taalsysteem schieten we het beoogde doel voorbij, vindt Flasspöhler. Met Jacques Derrida’s deconstructie van de taal om machtsstructuren bloot te leggen heeft deze rigiditeit volgens haar weinig te maken. De regels van politieke correctheid vervangen het deconstructieve spel – bijvoorbeeld een scheldwoord als geuzennaam gaan gebruiken – en sluiten daarmee verzet, subtiele ondermijning en verandering uit.

Zal er ooit een punt komen waarop niemand zich structureel benadeeld of gekwetst voelt? Hoe kleiner de verschillen, hoe gevoeliger we worden, aldus Flasspöhler. ‘Gelijkheid is een stap vooruit, maar als de sensibiliteit des te groter wordt, zullen er steeds meer gevoelens van onrechtvaardigheid worden ervaren, met het gevaar dat we ons vroeg of laat alleen nog maar met onze eigen gevoeligheid bezighouden, zoals Rousseau al voorzag.’

Flasspöhler zoekt via haar filosofische analyses naar een onderbouwd midden, waarbij de integratie daarvan iets te wensen overlaat. Het boek heeft daardoor iets te veel weg van een reeks artikelen, maar biedt de lezer toch genoeg aanknopingspunten om verder te komen in deze heikele thematiek.

Sensibel. Over de grenzen van de menselijke gevoeligheid
Svenja Flasspöhler
vert. Albert Bodde
224 blz.
Ten Have
€ 20,99