Log in

Wachtwoord vergeten?

Word lid Log in Contact

Filosofie.nl

FM nr. 8/2002

Een natuurlijke dood bestaat niet

Simone de Beauvoir

‘Alle mensen zijn sterfelijk; maar voor ieder mens is zijn eigen dood een ongeval, en zelfs als hij het weet en er niet tegen protesteert, een ongehoorde daad van geweld.’ Simone de Beauvoir over de dood van haar moeder en de dood in het algemeen.
 

Waarom heeft de dood van mijn moeder mij zo aangegrepen? Sinds ik het huis uit was, had ik nog maar zelden met grote warmte aan haar gedacht. Toen vader overleed was ik getroffen door de hevigheid en de eenvoud van haar verdriet, en ook door haar bezorgdheid om anderen: “Denk maar gerust aan jezelf”, zei ze tegen me, omdat ze veronderstelde dat ik mijn tranen inhield om het haar niet moeilijker te maken. Een jaar later kwamen bij het sterfbed van haar moeder alle smartelijke herinneringen aan dat van haar echtgenoot boven; op de dag van de begrafenis lag ze in bed met een zenuwinzinking. Ik had die nacht naast haar gelegen; ik had mijn afkeer van dat huwelijksbed, waarin ik was geboren, waarin mijn vader was gestorven, van mij afgezet en had naar haar gekeken terwijl ze sliep; ze was vijfenvijftig jaar en nog steeds mooi, zoals ze daar lag met gesloten ogen en een nu weer ontspannen gezicht; ik had er bewondering voor dat de heftigheid van haar emoties het van haar wilskracht had gewonnen. Maar gewoonlijk dacht ik onverschillig aan haar. Toch speelde zij in mijn slaap - terwijl mijn vader daarin slechts heel zelden verscheen, als een volstrekt onschadelijke figuur - vaak een heel belangrijke rol; ik verwarde haar met Sartre, en we waren samen gelukkig. En dan ging de droom over in een nachtmerrie: waarom woonde ik opnieuw bij haar? Hoe had ze me weer in haar macht gekregen?

Onze vroegere verhouding leefde in mij dus nog steeds in zijn dubbele vorm voort: een beminde en gehate afhankelijkheid.  En die herleefde in zijn volle kracht toen door moeders val, haar ziekte en haar dood de sleur doorbroken werd die onze verhouding nu regelde. De tijd vergaat achter hen die deze wereld verlaten; en hoe ouder ik word, hoe meer mijn verleden ineenkrimpt.  Het ‘lieve mamaatje’ van toen ik tien was valt niet meer te onderscheiden van de afwijzende vrouw die mij als puber onderdrukte; om beiden huilde ik toen ik om mijn oude moeder huilde. De droefheid om ons falen, waar ik mij bij neergelegd meende te hebben, kwam weer bij mij boven. Ik kijk naar de twee foto’s, een van haar en een van mij, die in dezelfde tijd genomen zijn. Ik ben achttien jaar, zij loopt tegen de veertig. Ik zou nu bijna haar moeder kunnen zijn, en de grootmoeder van dat meisje met haar droeve ogen. Ik beklaag ze allebei, mezelf omdat ik zo jong ben en het allemaal niet begrijp, en haar omdat haar toekomst afgesloten is en ze er nooit iets van begrepen heeft.  Maar ik zou hen geen raad kunnen geven. Het lag niet in mijn macht moeder haar ongelukkige jeugd te laten vergeten, en zij was daardoor gedoemd mij ongelukkig te maken en daar op haar beurt weer onder te lijden. Want ze mag dan jaren van mijn leven hebben vergald, ik heb het haar wel betaald gezet, en zonder haar om haar mening te hebben gevraagd. Ze maakte zich verschrikkelijk ongerust over mijn zielenheil. In deze wereld was ze blij met mijn successen, maar pijnlijk getroffen door de aanstoot die ik in haar kringen gaf. Ze vond het heel onplezierig om een neef te horen verklaren: “Simone maakt de familie te schande.”
 

Verder lezen?

In een tijd waarin autoriteit, waarheid en het publieke debat onder druk staan kan filosofie met heldere analyses richting geven. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar € 4,99 per maand. U krijgt daarmee toegang tot alle artikelen uit Filosofie Magazine en Wijsgerig Perspectief plus exclusieve achtergrondartikelen, interviews en portretten. Of bestel de losse editie na.

InloggenLid Worden