Home Edith Hall: ‘Geluk is een keuze’

Edith Hall: ‘Geluk is een keuze’

De Britse classicus Edith Hall leefde wild en onbeheerst, omdat ze geen enkele reden kon bedenken om zich goed te gedragen. Totdat ze kennismaakte met Aristoteles. Bij hem vond ze het gereedschap waarmee ze haar leven kon veranderen, compleet met checklist.

Door Gwendolyn Bolderink op 25 februari 2019

Edith Hall classicus classica what would Aristotle do Aristoteles Martin Dijkstra beeld Martin Dijkstra
Cover van 03-2019
03-2019 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Ik ben extreem roekeloos. Ik ben het soort persoon dat geen autogordel omdoet, of te veel drinkt, of ’s avonds laat besluit naar een nachtclub te gaan terwijl ik de dag erna moet werken’, vertelt de Britse classicus Edith Hall (1959) in een gesprek over de deugd-ethiek van Aristoteles.

Wat zou Aristoteles vinden van die roekeloosheid? Hall: ‘Hij zou zeggen dat roekeloos gedrag een ondeugd is, vooral wanneer andere mensen – je kinderen bijvoorbeeld – afhankelijk van je zijn. Maar een echte aristoteliaan weet dat roekeloosheid soms ook goed kan zijn. Die heeft mij in professioneel opzicht veel succes gebracht, omdat ik nooit bang was om te falen en altijd hoog heb ingezet.’

Op haar telefoonhoesje staat een foto van Aristoteles’ bekende buste. ‘Een cadeautje van mijn kinderen’, zegt Hall, die als professor Griekse literatuur verbonden is aan King’s College London. Is ze zelf een echte aristoteliaan? ‘Ik zie mezelf absoluut niet als een moreel geperfectioneerd persoon zoals Aristoteles die schetst. Maar ik geloof wel in zijn ethiek. Die kan je echt helpen je leven te verbeteren.’

Die eeuwenoude wijsheid wil Hall ons niet onthouden: in haar boek Wat zou Aristoteles doen? Hoe oude filosofie je leven kan veranderen geeft ze tien praktische adviezen van Aristoteles – van tips waarmee je de juiste partner kunt zoeken tot manieren om rouw te hanteren.

Zelf ontdekte Hall Aristoteles in haar tweede jaar aan Oxford. ‘Rond mijn twintigste, toen ik Griekse en Romeinse literatuur studeerde, las ik voor het eerst Aristoteles. En ik zat meteen op één lijn met hem; in elke vezel van mijn lijf voelde ik wat hij zei. Het was alsof ik met mijn beste vriend aan het praten was.’

In Aristoteles vond de twintigjarige Hall een gids voor het leven. En daar had ze dringend behoefte aan. ‘Ik groeide op in een streng-christelijke familie, maar op mijn dertiende viel ik volkomen van mijn geloof. Ik kon er gewoon geen enkel woord meer van geloven. Mijn hele leven had ik te horen gekregen dat er een set regels is en dat je naar de hemel gaat als je die naleeft, maar plotseling geloofde ik dat niet meer – dus ik was naarstig op zoek naar een morele gids. Iedereen is als tiener ongelukkig, denk ik, maar ik ervoer tijdens mijn tienerjaren een intellectuele ongelukkigheid. Terwijl leeftijdgenoten zich zorgen maakten over welke kleding ze zouden aantrekken naar de disco of over hun acne – en ja, ik maakte me daar ook zorgen over –, maakte ik me er nog veel drukker om dat ik geen enkele reden kon bedenken om me goed te gedragen. Niet één.’

En dus misdroeg u zich in die tijd vaak?
‘Ik was wild en onbeheerst. Ik experimenteerde met drank, drugs en rock-’n-roll. En ik experimenteerde met boeddhisme en spiritualisme. Maar ik begreep niks van moraliteit: als je niet gestraft wordt door een god die continu over je waakt, waarom zou je dan niet alleen maar handelen uit eigenbelang? Ik snap nu dat die gedachte helemaal niet bij mij past; daarvoor ben ik veel te sterk geïnteresseerd in andere mensen. Dus ik had een andere filosofie nodig, maar wel een seculiere.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Wat sprak u zo aan in Aristoteles’ filosofie?
‘Aristoteles’ ethiek start met het idee dat de mens, de anthropos, een dier is. Hij denkt niet dat onze lichamelijke instincten en verlangens zondig of weerzinwekkend zijn. Seks, plezier en goed eten zijn helemaal prima. Dit was voor mij erg verfrissend na het christendom. Ik hou van dat idee dat ik een dier ben, dat ik een vrouw ben die soms bloedt en verlangt naar mannen, en dat ik me daar niet voor hoef te schamen.

Maar hij stelt vervolgens wel de vraag: wat maakt ons dan mens? Wat maakt ons geavanceerd? Aristoteles zegt dat dat ons vermogen is om te overwegen, om te abstraheren van tijd en ruimte, en ons vermogen om te lachen. En als we die typisch menselijke vaardigheden ontwikkelen en inzetten voor het goede, worden we uiteindelijk gelukkige mensen.

Aristoteles was zó moedig: niemand had ooit eerder gezegd dat mensen dieren waren, en niemand had een boek over ethiek geschreven zonder te refereren aan een god. Dit was de seculiere ethiek die ik nodig had. Het leek wel alsof iemand zijn woorden in mijn hoofd had gegraveerd.

Ik merk dat Aristoteles’ ideeën resoneren bij veel jonge mensen. Ik ga minstens één keer per week naar een Britse staatsschool en daar praat ik met 16-, 17-, 18-jarigen over fundamentele zaken: hoe neem je een besluit, hoe kies je een levenspartner, hoe weet je of je kinderen wilt, hoe ga je om met een sterfgeval? En ze vinden de antwoorden die Aristoteles geeft geweldig. In onze seculiere maatschappij geeft niemand hun de handvatten om met die vragen om te gaan. Ze krijgen geen basistraining in ethiek, terwijl die je leven echt verrijkt.’

Deugdethiek

Volgens Aristoteles heeft alles in het universum een potentie, een doel dat bereikt moet worden. Zo heeft een beukennootje de potentie een beukenboom te worden, en een kippenei de potentie om zich te ontwikkelen tot haan of kip. De potentie van de mens is om een deugdzaam mens te worden. Bijkomend voordeel: dat maakt ons gelukkig.

Wat bedoelt Aristoteles precies met geluk?
‘Aristoteles gebruikt het woord eudaimonia. Dat is geen tijdelijke staat van blijdschap of extase, zoals wanneer je zegt happy birthday of I am feeling happy now. Eudaimonia is een permanente houding – ik zie het graag als een werkwoord. Het is geen staat die je kunt bereiken waarna je klaar bent, maar iets waar je de hele tijd mee bezig bent. Het is een manier van zijn, van doen – praxis.

De theorie is dat iedereen de potentie heeft om zichzelf te veranderen in een heel goede versie van zichzelf, een middelmatige versie of een slechte versie. Maar je voelt je gelukkig, goed, als je de beste versie van jezelf bent. Dat houdt in dat je moet onderzoeken waar je goed in bent – dat kan echt alles zijn: een goede ouder, kok, tuinier, leraar – en dat zo veel mogelijk moet ontwikkelen. Maar het gaat ook over de ethisch beste versie van jezelf creëren.’

Hoe doen we dat: de ethisch beste versie van onszelf creëren?
‘Aristoteles is een heel moderne man. Hij geeft ons, eerlijk waar, een checklist! Hij geeft een tabel waarin hij verschillende karaktereigenschappen verzamelt. Het idee is dat je steeds op zoek gaat naar het juiste midden – de deugd – tussen twee uitersten. Een deugd is bijvoorbeeld zelfrespect. Maar de twee uitersten daarvan – kruiperigheid en arrogantie – zijn ondeugden. Je moet dus al die eigenschappen afgaan en van jezelf beoordelen waar je niet goed in bent en dat dan verbeteren.

De schoonheid van Aristoteles’ deugdethiek is dat die niks polariseert. Dus hij zegt niet: discipline is goed, en al het andere is excessief gedrag. Nee, het is altijd afhankelijk van de situatie.

Ik zal een voorbeeld geven: ik ben zelf nogal wraakzuchtig. Ik heb veel tijd in mijn leven besteed aan bedenken hoe ik andere mensen kan terugpakken. Wraaklustigheid is absoluut een ondeugd, maar wraak kan ook goed zijn. Het is de emotie die ervoor zorgt dat je een rechtszaak start, bijvoorbeeld. Wraak is de emotie die rechtvaardigheid aandrijft. Aristoteles zegt dat je dergelijke emoties moet gebruiken als soldaten die je helpen, niet als bazen die over je heersen. Dus ik probeer er nu voor te zorgen dat wraak niet mijn leven beheerst. Dat kan ik veelvuldig oefenen in de academische wereld, want er zijn talloze momenten die wraaklust bij je kunnen opwekken: mensen aan de academie zijn heel bitchy, heel competitief. Elke wereld waarin mensen vrij narcistisch zijn, is zo. Dus nu trek ik me bijvoorbeeld terug uit een comité als ik rancuneuze gevoelens heb voor iemand die een artikel probeert te publiceren of een beurs probeert binnen te halen. Maar ik worstel nog altijd met mijn wraakgevoelens.

Aristoteles geeft geen vaststaande morele regels; je moet de hele tijd bij jezelf nagaan wat de situatie van je vraagt en wat de juiste mate van een bepaalde eigenschap is. Zijn ethiek vergt dan ook veel oefening.’

Aristoteles is dus wel veeleisend?
‘Ontzettend veeleisend! Maar niemand heeft gezegd dat gelukkig worden makkelijk is.’

Na een korte stilte: ‘Aristoteles’ ethiek praktiseren is in het begin erg vermoeiend, maar na verloop van tijd niet meer. Het wordt makkelijker als je de voordelen begint te zien. Het duurde voor mij ongeveer vijf jaar voordat ik me beter voelde.’

Tekst loopt door onder afbeelding

Hoe voelde u zich dan na vijf jaar?
‘Ik ervoer een soort gemoedsrust. Als ik ’s avonds naar bed ging, wist ik dat ik in elk geval mijn best had gedaan. Ik maakte me minder zorgen, mijn vriendschappen verliepen soepeler. Voordat ik Aristoteles kende, ontmoette ik mijn eerste man – en dat was een vreselijk huwelijk. Twaalf jaar later was ik wél in staat om een juiste partner te kiezen.

Eudaimonia is een sociaal concept. Het gaat om de relaties in je leven. Vervolgens pakt Aristoteles zijn ethische theorie en breidt die uit naar politiek. Want je kunt geen gelukkig leven leiden in een ongelukkige maatschappij. Net als in de ethiek draait het in de politiek om goede relaties, alleen gaat het bij politiek om de relaties met je medeburgers.

Aristoteles legt dit uit aan de hand van het beeld van een geconcentreerd drankje waar je water bij doet. De relaties met je medeburgers zijn hetzelfde als de relaties in je persoonlijke leven, maar dan in verdunde vorm. Alle relaties zijn gebaseerd op een bepaalde mate van vertrouwen, waarbij het vertrouwen tussen twee levenspartners het sterkst is. Daarom ziet Aristoteles het huwelijk als de hoeksteen van de samenleving.

Deze gedachte heeft mij erg geholpen op de momenten dat ik overspel wilde plegen – de meeste mensen die 28 jaar getrouwd zijn hebben dat verlangen wel een keer gehad. Het vertrouwen tussen twee partners is de fundering voor de maatschappij, en je hebt dus een verantwoordelijkheid jegens de maatschappij om dat vertrouwen in stand te houden. Dat is echt serious business, en veel ernstiger dan de gevoelens van die ene persoon.

Maar ik zie mezelf absoluut niet als een moreel geperfectioneerd iemand. Aristoteles’ deugdethiek is een levenswerk. En het is nooit af. Maar je geluk is in elk geval niet afhankelijk van anderen. Je kunt besluiten om aan je eigen geluk te werken.’

Geluk is dus een keuze. Maar wat nou als je depressief bent?
‘Ik ben depressief geweest. En ik heb ook periodes in mijn leven gehad waarin ik medicatie slikte. Na de geboorte van mijn laatste kind leed ik aan een heftige postnatale depressie. Geen enkele hoeveelheid Aristoteles kan daartegen helpen.

Maar een aristoteliaan weet ook dat je dan hulp nodig hebt. Ik had medicatie nodig, het was een fysiologisch probleem. Aristoteles geloofde in de geneeskunde – zijn vader was arts. Hij heeft een analogie voor ethiek en geneeskunde: geneeskunde is zorgen voor het gezondste lichaam, en ethiek voor de beste psyche – traditioneel wordt dat vertaald met “ziel”, maar ik geef de voorkeur aan “bewustzijn”. Als je accepteert dat veel problemen met de psyche eigenlijk bio-chemische problemen zijn, dan weet de aristoteliaan dat je op zo’n moment medicatie nodig hebt.

Ik zal nooit beweren dat Aristoteles het antwoord op klinische depressie is, maar toch denk ik dat ik in mijn tienerjaren zo zocht naar een denker als Aristoteles omdat ik een heel depressieve tiener was.’

En Aristoteles hielp u?
‘Ja!’ roept Hall enthousiast. ‘Want zijn ethiek betekende dat ik mijn geluk in eigen hand kon nemen. Ik zag mezelf als slachtoffer, maar in een slachtofferrol kruipen maakt je niet gelukkig. Wat je wel kunt doen? Een stap kan zijn dat je accepteert dat andere mensen of pure pech je geluk in de weg hebben gestaan. Maar wat je vervolgens doet om dichter bij geluk te komen is helemaal aan jou. Echt waar.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.