Home Mens en natuur Ecologische hartstocht
Mens en natuur

Ecologische hartstocht

Door Anne Havik op 27 april 2009

04-2009 Filosofie magazine Lees het magazine

‘Ecologisch leven leert je in te zien dat je deel uitmaakt van een groter geheel en dat geeft je leven zin.’ Een gesprek met levenskunstenaar en filosoof Wilhelm Schmid.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Als kleine jongen liep Wilhelm Schmid eens het bos in waar hij altijd speelde. Een paar maanden daarvoor waren alle laag bij de grond groeiende planten weggesnoeid, zodat bulldozers makkelijker de bomen konden platwalsen. Er was iets veranderd. Schmid hoorde geen vogels meer. ‘Hun voedsel was verdwenen, de insecten waar ze van leefden hadden geen woonplaats meer, dus de vogels trokken ergens anders heen. Niet lang daarna werden de bomen verteerd door parasieten. Dat raakte mij diep. Ik heb er weken om getreurd.’

Schmid bracht – als zoon van een boer – zijn jeugd door in hechte verbondenheid met de natuur. Ideaal voor een kind, naar eigen zeggen, ‘omdat kinderen een vanzelfsprekende nieuwsgierigheid hebben naar alles wat leeft en de ervaring van de natuur een kinderleven verrijkt’. Tegenwoordig woont hij in Berlijn, is filosoof en schrijft hij boeken over levenskunst. Zijn laatste boek, Ecologische levenskunst, moedigt lezers aan om bewuster met de natuur om te gaan. Het boek sluit naadloos aan bij de groeiende zorgen om het milieu, maar Schmids drijfveer is niet in de eerste plaats het redden van de aarde. ‘Ecologisch leven leert je in te zien dat je deel uitmaakt van een groter geheel, en dat geeft je leven zin.’

We zijn die ‘ecologische hartstocht’ volgens Schmid verleerd: ‘In tegenstelling tot bijvoorbeeld indianenvolkeren is respect voor onze omgeving bij ons niet ingebakken. We hebben zelfs geen verhouding tot onze omgeving; die dient er vooral toe om ons gelukkig te maken. Van oorsprong is dat een christelijke gedachte; immers, het christendom stelt de mens expliciet boven zijn omgeving of natuur. Wie gelukkig wil worden, zorgt niet voor de natuur, maar voor zijn eigen zielenheil. Het natuurlijke moet zelfs worden onderworpen. Dat geldt ook voor het eigen lichaam, dat door onthouding onderdrukt moet worden.’

‘Die gedachte werd in de moderne tijd doorgetrokken. We geloven weliswaar niet langer in een hiernamaals, maar we blijven de natuur onderwerpen in ons streven naar geluk. Sterker nog: door de toegenomen technische mogelijkheden is het meer dan ooit mogelijk om onze wil aan de natuur op te leggen. Nu heeft iedereen een koelkast, een wasmachine, een auto en medicijnen, en wil niemand meer terug naar een leven dat is gericht op de wetten van de natuur.’

‘Toch worden we ook geconfronteerd met de keerzijde van de ongelooflijke technische ontwikkeling, bijvoorbeeld door de uitstoot van CO2. We zijn weliswaar blij dat we voor het eten niet meer afhankelijk zijn van de seizoenen, in een hygiënische omgeving leven, ons snel kunnen verplaatsen in auto’s en vliegtuigen, en zelf kunnen bepalen of en wanneer we kinderen krijgen. Toch worden we er ons steeds meer van bewust dat onze vrijheid grenzen kent. Dat zorgt voor een innerlijk conflict: we willen de verworven vrijheden niet opgeven, maar aan de andere kant willen we ook niet de schuld dragen aan de “dood van de aarde”.’
 

Comfortabeler

Volgens Schmid zouden dat schuldgevoel en dat conflict niet nodig zijn, als we persoonlijk geluk niet langer als de heilige graal van het leven zouden zien. Schmid: ‘We jagen koste wat kost geluk na, terwijl geluk per definitie iets is wat je maar in zeer beperkte mate kunt afdwingen. Natuurlijk, door technische ontwikkelingen leven we langer, comfortabeler en gezonder. Maar tegenslag is er altijd, het ongeluk laat zich nooit uitbannen. Geluk is uiteindelijk iets wat je toevalt, en dat heb je nooit helemaal in de hand. Maar omdat geluk in deze samenleving het hoogst nastreefbare doel is, voel je je schuldig als het een keer niet goed met je gaat. Daar komt dan ook nog eens het schuldgevoel bij van de ecologische ramp, die aan onszelf en het streven naar geluk te wijten is.’

Ecologische levenskunst legt daarom niet het accent op persoonlijk geluk, maar veel meer op relaties met de natuur en andere mensen. Schmid: ‘Klassieke filosofen als Epicurus, Aristoteles en Seneca zeggen al dat we ten opzichte van geluk een veel passievere houding moeten aannemen. Accepteer de tegenstellingen in het leven. Soms voel je je nu eenmaal goed en soms niet. Soms zul je gezond zijn en soms ziek. Soms zul je falen en soms heb je succes. Dat hoort er allemaal bij. Je leven wordt veel rijker als je, in plaats van je ertegen te verzetten, juist aandacht hebt voor wat er gebeurt. Maar tegenover die passieve houding ten opzichte van het geluk staat dan wel een veel actievere houding ten opzichte van de natuur en andere mensen. Juist omdat we merken dat we het geluk niet helemaal in eigen hand hebben, merken we hoe afhankelijk we zijn van anderen en de wereld om ons heen. Dan is het ook veel meer waard om daarin te investeren, en er zorg voor te dragen dat het niet alleen jou, maar ook anderen goed gaat.’ Het aangename aan relaties is dat je er zelf invloed op kunt uitoefenen, vindt Schmid. En dat maakt leven tot een werkwoord. Schmid: ‘Juist het najagen van geluk maakt je uiteindelijk alleen maar afhankelijk van toevalligheden. Want het is altijd maar de vraag of je dat geluk ook daadwerkelijk vindt. Maar je relaties met anderen of de natuur heb je zelf in de hand. We kunnen bijvoorbeeld nog een hele tijd discussiëren over de oorzaken van het klimaatprobleem – ligt het wel echt aan ons, of komt het allemaal door, bijvoorbeeld, de zon? Gaat het wel echt zo slecht met de natuur, of zijn dit stuiptrekkingen die vanzelf weer overgaan? –, maar dat brengt ons nergens. Door er nu een deel van de verantwoordelijkheid voor te dragen, zetten we iets in beweging waar we profijt van zullen hebben, omdat we ons dan niet langer machteloos voelen. Het gevoel dat je zelf aan zet bent, en dat je niet alleen voor jezelf leeft, geeft je de ervaring dat je niet voor niets leeft.’

Schmid vergelijkt dat met een relatie hebben: ‘Niets is emotioneel zo slopend als een relatie die slecht werkt, waarin je voortdurend met een vinger naar de ander wijst. Dan gebeurt er namelijk niets en als je er maar lang genoeg mee doorgaat, beland je uiteindelijk in een gekkenhuis. Maar als je aanneemt dat jijzelf voor een deel verantwoordelijk bent voor de problemen en zelf verandert, zet je iets in beweging en verandert die ander mee.’

Bovendien kan een actieve gerichtheid op de relaties in je leven je ook momenten van geluk opleveren, volgens Schmid. Dat is weliswaar niet het eerste doel, maar toch mooi meegenomen. ‘Door de relatie met de buitenwereld te koesteren, sta je open voor de vervulling die de liefde voor een ander je geeft, maar ook voor de schoonheid van de natuur, of de ontroering bij het zien van een spelend dier, of een bloem die, ondanks de strenge vorst van de winter, toch bloeit. Wie enkel het bos in gaat om zich gelukkig te voelen, schiet zijn doel voorbij. Maar wie zijn relatie met de natuur koestert heeft ook oog voor de harmonie en zal er tijdens zijn wandeling voldoening in vinden die niet te verstoren, bijvoorbeeld door erop te letten dat hij geen zwerfvuil achterlaat.’

Slimme aanpassingen

Schmid bepleit allesbehalve dat we afstand moeten nemen van de technologie, noch dat we onszelf veel moeten ontzeggen om open te staan voor anderen of de natuur. Vaak zijn kleine aanpassingen al voldoende, en wie daarin slim is, krijgt veel meer terug dan hij opgeeft. ‘Het is gewoon een kwestie van even nadenken’, aldus Schmid terwijl hij vanaf zijn balkon naar de geparkeerde auto’s in de straat wijst. ‘Geen daarvan is van mij. Ik was bezig om mijn rijbewijs te halen, maar zag opeens de onzin ervan in. In een grote stad als Berlijn, waar het openbaar vervoer prima geregeld is, heb je helemaal geen auto nodig. Waarom zou ik die moeten hebben? Alleen voor status? Is dat hoe wij geluk definiëren? Maar ik krijg juist veel terug nu ik geen auto heb. Ik geef er bijna niets voor op, want ik heb die auto in een stad helemaal niet nodig. Bovendien spaar ik de natuur, én verrijk ik mijn relaties met anderen. Als ik met de trein reis – ik ben vaak onderweg –, geniet ik ervan om tijdens het reizen om me heen te kijken, of naar buiten. En tijdens uitstapjes met het gezin kan ik onderweg met de anderen praten of spelletjes spelen, zonder dat ik de hele tijd op de weg moet letten. Dat maakt het reizen zelf al tot een plezier. Het is niet alleen meer een middel om van A naar B te komen.’

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor eten. Schmid en zijn gezin eten alleen maar biologische producten. ‘Je maag vullen zou geen doel op zich moeten zijn. Wat je in je mond stopt, bepaalt hoe je je voelt. Als je zomaar van alles eet, functioneert je lichaam minder goed dan wanneer je er een beetje op let. Oog hebben voor relaties betekent ook dat je die met je eigen lichaam koestert. Dat helpt je weer om je fit te voelen en helderder te denken, en beschermt je tegen allerlei kwalen die je kunt oplopen als je ongezond leeft.’

Alles in de natuur leeft in harmonie. Met het individualisme hebben we ons daarvan losgemaakt. ‘We zijn onze band met het leven gaan beredeneren, maar voelen hem niet meer. We hebben een afstand tot het leven gecreëerd; je ziet dat ook in onze twijfelachtige verhouding tot de dood. De dood is wel zo’n beetje het ultieme bewijs dat het leven nooit volledig maakbaar is. Die dood is er en blijft er, resoluut en onoverwinbaar. Dat maakt de dood tot iets engs en dreigends – iets wat we het liefst aan de kant schuiven. Maar aandacht voor de samenhang tussen jou, je lichaam en de natuur maakt je je er opnieuw van bewust dat je niet alles in de hand hebt en dat jouw leven is ingebed in een kringloop. Je komt niet uit het niets en gaat niet naar het niets. Om de simpele reden dat “niets” niet bestaat en alles wat leeft op de een of andere manier met elkaar verbonden is. Natuurlijk maakt dat de dood niet minder erg. Maar wel minder eng en dreigend.’

Ökologische Lebenskunst. Was jeder Einzelne für das Leben auf dem Planeten tun kann, door Wilhelm Schmid, uitg. Suhrkamp, Frankfurt am Main 2008, 149 blz., € 7,20

Wilhelm Schmid (1953) is hoogleraar filosofie aan de Universiteit Erfurt. Schmid schreef een tiental boeken, vooral over levenskunst. Bij Ambo/Anthos zijn onder andere Geluk, Het volle leven en Filosofie van de levenskunst in vertaling verschenen. Zijn laatste boek over ecologische levenskunst is nog niet in het Nederlands vertaald. Sinds 1998 werkt Schmid als ‘filosofisch geestelijk verzorger’ in een ziekenhuis nabij Zürich.