Home Mens en natuur Bruno Latour: de grensverleggende denker
Mens en natuur Waarheid

Bruno Latour: de grensverleggende denker

Ook dieren en natuurgebieden hebben belangen, vond Bruno Latour. Hij pleitte voor een nieuwe relatie tussen mens en planeet.

Door Maarten Meester op 23 december 2022

Bruno Latour filosoof Gaia

Ook dieren en natuurgebieden hebben belangen, vond Bruno Latour. Hij pleitte voor een nieuwe relatie tussen mens en planeet.

Filosofie Magazine FM1 2023
01-2023 Filosofie magazine Lees het magazine

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Filosofie.nl? U bent al abonnee vanaf €4,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De bijzonder blauwe winterse lucht bezorgt Bruno Latour (1947-2022) zijn ­eureka-moment. De telg uit een gerenommeerd geslacht van viticulteurs (wijnbouwers) rijdt van Dijon, waar hij filosofie studeert, naar Gray, waar hij lesgeeft op een lyceum. Opeens realiseert hij zich dat de lucht boven hem precies dat is: de lucht, niets meer en niets minder. Dit besef overvalt hem zo dat hij zijn auto aan de kant moet zetten.

Hij ziet in: ‘Niets kan gereduceerd worden tot iets anders, niets kan gereduceerd worden uit iets anders, alles kan verbonden worden met al het andere.’ Hij blijft die zinnen herhalen, als een mantra.

Een paar maanden later slaagt Latour voor het staatsexamen filosofie met de hoogste score van Frankrijk. De rest van zijn leven zal hij zijn mantra uitwerken, waarmee hij zich ontwikkelt tot een van de belangrijkste hedendaagse denkers.

Een paar jaar na zijn eureka-moment is de Franse filosoof in Ivoorkust om de volgende vraag te beantwoorden: waarom zijn de meeste managers hier nog steeds Fransen of andere West-Europeanen, meer dan tien jaar nadat dit land in 1960 onafhankelijk is geworden van Frankrijk? De gangbare verklaring reduceert het probleem tot ‘de lokale cultuur’ en ‘de Afrikaanse inborst’. Die zouden ervoor zorgen dat Ivorianen niet in drie dimensies kunnen tekenen en denken, waardoor ze ongeschikt zouden zijn voor managementfuncties.

Latour slaat de boeken dicht en trekt de lokalen in. Het onderwijssysteem blijkt een kopie te zijn van het Franse: eerst technisch tekenen, dan praktijklessen. In Frankrijk is dat geen probleem, omdat leerlingen al goed bekend zijn met motoren. In Ivoorkust moeten ze daarentegen iets tekenen wat ze vaak nog nooit hebben gezien. Latour ziet hoe een complexe werkelijkheid wordt herleid tot een vals vooroordeel. Een vorm van reductie die hij net als vele andere zou blijven bestrijden.

Laboratorium

Wees geen armchair philosopher, ga de wereld in, doe zelf onderzoek – de lessen die Latour in Ivoorkust leert, zal hij blijven toepassen. Zoals een antropoloog de leden van een onbekende stam bestudeert, zo bestudeert Latour in een Californisch laboratorium een groep wetenschappers onder leiding van endocrinoloog Roger Guillemin, die onderzoek doet naar hormonen en stofwisseling.

Daarmee doet hij iets nieuws. Hij schrijft wetenschappers niet vanachter zijn bureau voor hoe ze te werk moeten gaan, zoals wetenschapsfilosofen dat gewend zijn. Nee, op notitieblok na notitieblok beschrijft hij wat ze werkelijk doen. Dat resulteert in zijn boek Laboratory Life (1979), dat hij samen met de Britse socioloog Steve Woolgar publiceert.

Niets kan gereduceerd worden tot iets anders

En wat doen wetenschappers werkelijk? Volgen ze keurig de empirische cyclus? Zorgen ze dat hun theorieën
verifieerbaar dan wel falsificeerbaar zijn? Nee, ziet Latour, ze volgen het ­splitting and inversion-model:

D
D → O
D || O
D ← O
Vergeet 1-3

Oftewel:

Onderzoeker A schrijft een document (D) op basis van voorafgaand wetenschappelijk werk.

In dat document stelt A dat iets (O) het geval is.

Eventueel gaan wetenschappers die claim onderzoeken. Dat maakt O tot object van zelfstandig wetenschappelijk onderzoek.

Als de wetenschappers hun collega A gelijk geven, komt de claim in de leerboeken te staan. O representeert nu D.

Dan volgt de grote verdwijntruc: de constructie van O gaat in een zwarte doos waarin niemand meer mag kijken. Daardoor lijkt het alsof O altijd een feit is geweest.

Jeugdig enthousiasme

Latour lijkt hiermee bij te dragen aan wat veel wetenschappers zien als de ontmaskering van hun eerbiedwaardige vak. Want als in de jaren zestig en zeventig de kerken leeglopen en de rokken korter worden, komt ook het gezag van de wetenschap ter discussie te staan. Hoe kan het dat wetenschappers eerst besluiten dat ‘homofilie’ een ziekte is en later ‘homoseksualiteit’ een seksuele voorkeur noemen? Zijn feiten wel neutraal, of zijn ze de uitkomst van een strijd tussen botsende machten en belangen?

De sociaal constructivisten komen daarom met de symmetrie-eis: analyseer een wetenschappelijke controverse niet langer vanuit de aanname dat de ene partij de feiten vertegenwoordigt en de andere de boel alleen maar ophoudt (of dat nu door onwetendheid, onkunde of onwil is), maar behandel beide perspectieven gelijk. De ondertitel die Latour en Woolgar hun boek geven, lijkt duidelijk te maken in welk kamp ze horen: The Social Construction of Scientific Facts.

Wetenschap is geen recht pad naar de waarheid

De posities verharden zich dusdanig dat mensen in de jaren negentig zullen spreken van the science wars. Spring dan bij mij thuis uit het raam, daagt wiskundige en fysicus Alan Sokal iedereen uit die denkt dat natuurwetten sociale constructies zijn – vergezeld van de
opmerking dat hij op de eenentwinstigste verdieping woont.

Tot Latours afgrijzen plaatsen velen hem in het kamp van de sociaal constructivisten. Al kan hij dat achteraf ook wel weer begrijpen: ‘Er zat wat jeugdig enthousiasme in mijn stijl.’ Om verdere misverstanden te voorkomen verdwijnt bij de editie van 1986 van Laboratory Life het woord ‘social’ uit de ondertitel. Ook noemt Latour zichzelf expliciet ‘een liefhebber van wetenschap en techniek’.

Verwevenheid

Latour verduidelijkt zijn positie in het debat. Ja, hij bekritiseert de gangbare wetenschap, omdat die de constructie van feiten wegmoffelt. Wetenschap is volgens Latour geen recht pad naar de waarheid, maar een chaotische menselijke activiteit, waarbij allerlei invloeden een rol spelen. Neem de zwaartekracht, waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom niemand Sokals uitnodiging heeft aangenomen. Die is mede een feit dankzij mensen als Newton, de wetenschappers die Newton steunden en generaties natuurkundedocenten die de theorie hebben onderwezen. Zonder hen zouden we nooit over ‘de zwaartekracht’ kunnen spreken.

Maar Latour is net zo goed kritisch ten aanzien van de sociaal constructivisten, die alles reduceren tot het sociale, in de zin van het menselijke. Want de zwaartekracht is ook een feit dankzij niet-mensen als de vallende appel die Newton op het idee van gravitatie zou hebben gebracht, het papier waarop hij zijn berekeningen heeft gemaakt en – niet onbelangrijk – lichamen als de aarde en de zon die andere lichamen aantrekken. Daarom voegt Latour een tweede symmetrie-eis toe: neem de rol van niet-mensen in de constructie van feiten net zo serieus als die van mensen.

Die gedachte is het uitgangspunt voor de invloedrijke actor-netwerktheorie die Latour ontwikkelt samen met de sociologen Michel Callon en John Law: wetenschappelijk onderzoek komt tot stand in een netwerk van menselijke en niet-menselijke actoren die elkaar onderling beïnvloeden. Anders dan zijn critici denken, relativeert die afhankelijkheid voor Latour niet de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek. Hoe meer bondgenoten wetenschappers vinden, hoe sterker hun feiten.

In Nederland speelde een filosoof enthousiast een duikboot

Dit lijkt misschien een interne wetenschapsfilosofische discussie, maar voor Latour heeft het inzicht over de rol die niet-menselijke actoren in onze wereld spelen vergaande gevolgen. In zijn klassieker We zijn nooit modern geweest (1991) stelt hij dat onze maatschappij wordt bepaald door een geheel van dichotomieën, die hij ‘de moderne constitutie’ noemt. Vanaf de zeventiende eeuw, de tijd van de wetenschappelijke revolutie, staat cultuur tegenover natuur. Als handelende en vrije wezens behoren mensen tot het domein van de cultuur. Niet-mensen daarentegen zijn passief, gedetermineerd en behoren tot het rijk van de natuur. Daarbij hoort ook een boedelscheiding: wetenschappers houden zich met de natuur bezig, dus met de feiten. Politici met de cultuur, dus met de waarden.

Maar, zoals de titel al aangeeft: wij zijn nooit modern geweest. Er is altijd al – een van Latours lievelingswoorden – een imbroglio geweest, een verwarring of verwikkeling. Neem de gendarme couché, de ‘liggende diender’ oftewel de verkeersdrempel. Die niet-mens dwingt automobilisten snelheid terug te nemen en beïnvloedt daarmee actief zijn omgeving. De menselijke automobilist daarentegen draagt een deel van zijn handelen aan de drempel over.

Volgens Latour moet er een nieuwe constitutie komen die de verwevenheid van mensen en niet-mensen in netwerken niet langer wegmoffelt. Regenwouden, oceanen, CO2-deeltjes, ijsberen en vleermuizen moeten ook vertegenwoordigd worden in de politiek. In 1994 lanceert Latour zijn idee van een Parlement der Dingen: een parlement waarin mensen via rollenspellen de belangen van niet-menselijke actoren als dieren, planten en objecten vertegenwoordigen. In Nederland speelt de filosoof zelf enthousiast een duikboot tijdens een zitting waarop menselijke en niet-menselijke stemmen in de Noordzee aan het woord komen.

Levende aarde

‘Kunt u ons helpen? We worden op een oneerlijke manier aangevallen,’ vraagt een beroemde klimaatwetenschapper in 2009 op een cocktailparty aan Latour. ‘Dit symboliseerde een ommekeer,’ zegt de filosoof later. ‘Mensen die nooit echt begrepen hadden wat wij als wetenschapsonderzoekers deden, beseften opeens dat ze ons nodig hadden. Ze waren intellectueel, politiek en filosofisch gezien niet uitgerust om de aanvallen te weerstaan van collega’s die hen ervan beschuldigen niet meer dan een lobby te zijn.’

Wat de klimaatwetenschappers niet begrijpen is dat de moderne constitutie die beschuldigingen zo effectief maakt. Als wetenschappers zich tot de feiten moeten beperken en politici zich beperken tot de waarden, begeeft een wetenschapper die waarschuwt voor de klimaatcrisis zich inderdaad op verboden terrein. Latour wist met zijn poging die constitutie te doorbreken en mensen uit allerlei disciplines – de sociale wetenschappen, de natuurwetenschappen, de kunst en de filosofie – samen te brengen.

De moderne constitutie is volgens Latour medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de klimaatcrisis. Dit komt doordat daarin de ecologie wordt opgevat als het passieve en onveranderlijke decor van het menselijk handelen en erin wordt miskend dat beide verweven zijn. Wat de wereld nodig heeft is een nieuwe kijk op de verhouding tussen mensen en niet-mensen, met nieuwe concepten en beelden.

Volgens Latour zitten we midden in een verschuiving die vergelijkbaar is met de breuk die de zeventiende-eeuwse wetenschappelijke revolutie heeft bewerkstelligd. Behalve met zijn boeken en het Parlement der Dingen helpt de filosoof met tentoonstellingen en theaterstukken die perspectiefwisseling te bewerkstelligen.

Hij grijpt ook terug op de controversiële Gaia-hypothese van microbioloog Lynn Margulis en uitvinder James Lovelock. Gaia – de naam van de Griekse godin van de aarde – is onze planeet, maar dan niet gezien door de bril van de moderne constitutie. Gaia is in de woorden van Lovelock ‘het grootste levende ding in ons zonnestelsel’. Ze valt, zo benadrukt Latour, niet te reduceren: er is ‘geen andere orde dan wat die met elkaar verstrengelde actoren door hun verwevenheid hebben voortgebracht, en al helemaal geen hogere orde’.

Ondertussen ervaart de Franse denker zelf steeds meer de negatieve kanten van zijn eigen verwevenheid met niet-menselijke actoren. ‘Liever had ik hem niet,’ zegt hij over de alvleesklierkanker waaraan hij op 9 oktober 2022 zal overlijden. Hij relativeert die tot ‘slechts een minuut’ van de crises waarin we ons nu bevinden.