Home Blaise Pascal: ‘Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde, vrede’

Blaise Pascal: ‘Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde, vrede’

Door Pieter Hoexum op 22 januari 2013

05-2002 Filosofie magazine Lees het magazine

Blaise Pascal was ziek van zijn geboorte tot zijn dood. Het belette hem niet om naast filosoof en wiskundige een groot onderzoeker te zijn. Hij toonde de mogelijkheid van vacuüm aan, ondanks de ‘natuurlijke afkeer van ledigheid’ van zijn tijd.  Het grootste vacuüm – de dood – was volgens hem de enige kans op verlossing uit dit aardse tranendal.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Van kinds af aan was Blaise Pascal (1623-1662) behept met een zwakke gezondheid. Hij werd als het ware ziek geboren en bleef het zijn hele leven. En zo hoort het ook, volgens Pascal, als aanhanger van het jansenisme: het aardse leven is een tranendal. Pascal voegt daar aan toe dat het ergste voor de mens is dat wij dat beseffen: “De grootheid van de mens bestaat daarin dat hij van zichzelf weet dat hij ellendig is.”

Als baby leed Pascal aan een eigenaardige aandoening: hij kreeg stuipen bij de aanblik van stromend water en zijn ouders die elkaar omhelzen. Tegenwoordig zouden psychoanalytici hier wel raad mee weten, maar vader Pascal hecht geloof aan het gerucht dat de kleine Pascal vervloekt is door een oude vrouw. Hij laat haar opsporen om haar de vervloeking ongedaan te maken, maar ze blijkt er niets mee te maken te hebben. Als ze echter met de brandstapel bedreigd wordt, bekent ze natuurlijk en zoekt wanhopig naar een manier om de ‘vloek’ ongedaan te maken. Ze brouwt toverdrankjes en spreekt toverspreuken uit, maar niets helpt. Ten einde raad voert ze Pascal een papje dat bereid is van negen bladeren van drie verschillende planten en dat bij volle maan door een zevenjarig kind gekookt is. Voorzichtig laat vader Pascal water uit een kruik lopen, voor de ogen van de baby… die blijft glimlachen. Dan waagt hij het om zijn vrouw in zijn armen te nemen… en nog blijft de kleine Pascal stoïcijns. Maar ja, hiermee was natuurlijk wel bewezen dat de oude vrouw een echte heks is en dus alsnog op de brandstapel thuis hoorde. Nu grijpt vader Pascal in en overtuigt de inquisitie dat de genezing geheel natuurlijk en verklaarbaar is.

Zijn zwakke gezondheid staat Blaise Pascal een verbijsterende intellectuele ontwikkeling niet in de weg. Reeds op zijn zestiende verbaast hij de wiskundigen van zijn tijd met een meetkundige verhandeling. Zelfs Descartes is onder de indruk. Als Pascal bovendien enkele jaren later gaat schrijven over de proeven die Torricelli in 1643 deed, is Descartes helemaal geïntrigeerd en wil hem ontmoeten. Torricelli stelde een glazen buis met kwik zo op dat een ‘barometer’ ontstond. Het experiment trekt al snel grote aandacht, want het raakt een kernpunt van de aristotelische fysica, de zogenaamde ‘natuurlijke afkeer van ledigheid’: natura abhorret vacuum. Het experiment lijkt echter aan te geven dat lucht massa heeft (en dus druk geeft) en dat in de buis een vacuüm ontstaat. Hoewel Descartes een vernieuwer in de filosofie en wetenschap is, gaat dit hem toch te ver: een vacuüm is volgens hem ondenkbaar, er moest daar iets zitten, een soort ‘ether’.
 
Descartes nodigt Pascal uit, maar die voelt zich te ziek. Descartes voelt zich beledigd, maar na een paar dagen besluit hij dat de berg dan maar bij Mohammed moet komen. Op 23 september 1647 ontvangt Pascal Descartes aan zijn bed. Omdat Descartes oorspronkelijk arts is, ondervraagt hij Pascal eerst over de symptomen en adviseert hem rust en bouillon. Of Pascal zich eraan gehouden heeft is onbekend, maar geholpen heeft het in elk geval niet. Vervolgens komt een langdurig en serieus gesprek op gang, waarin Descartes volhoudt dat een vacuüm ondenkbaar is. Maar Pascal heeft met ‘denkbaarheid’ niets te maken, hij wil experimenten. In de jaren die volgen, bedenkt Pascal verschillende experimenten, waarvan dat van 1648 beroemd is geworden – Descartes zal later (ten onrechte) beweren dat hij het was die Pascal op het idee bracht. Pascal is zelf weer eens te ziek, maar laat zijn zwager op 19 september 1648 een berg beklimmen met een ‘barometer’. En precies zoals Pascal voorspeld had: hoe hoger op de berg, hoe lager de stand van het kwik; de luchtdruk daalt dus. En die luchtdruk kan de stand van het kwik geheel verklaren, ‘ether’ of iets dergelijks is een overbodig bedenksel.

Net zoals je intuïtief ervan uitgaat dat de aarde plat is en een zware kogel sneller valt dan een lichtere, zo lijkt het logisch dat het vacuüm niet bestaat. Maar dergelijke ‘aangeboren’, of beter gezegd ‘door God gegeven’ intuïties blijken onbetrouwbaar. Op die intuïties kun je geen kosmologie bouwen. Natuurwetenschap diende steeds de godsdienst, maar lijkt haar nu juist te bedreigen. Voor een rationalist als Descartes is zowel op gebied van godsdienst als wetenschap, het verstand de enige betrouwbare leidraad, terwijl volgens Pascal het verstand de godsdienst niets te bieden heeft, behalve radicale twijfel. In het enkele jaren na zijn dood verschenen Pensées luidt het:
 
“Ik zie deze schrikbarende ruimten van het universum die mij omsluiten en ik blijk mij te bevinden in een uithoek van deze onmetelijke uitgestrektheid, zonder te weten waarom ik mij hier bevind en niet elders (…). De eeuwige stilte van deze oneindige ruimte jaagt mij angst aan.”
 
Voor veel mensen is de angst voor de dood een angst voor het niets, een ‘horror vacui’. Voor Pascal lijkt het wel andersom: ‘horror vacui’ betekent bij hem angst voor de leegheid van het aardse leven. De dood zou juist een verlossing kunnen betekenen, als God je ten minste uitverkoren heeft. Als wiskundige heeft Pascal zich, als een van de eersten, ook bezig gehouden met kansberekening. Hij bedenkt een ‘weddenschap’ die je ervan moet overtuigen dat je maar het beste in God kunt geloven. Volgens Pascal is het verstandig te leven vanuit de verwachting dat God en een hiernamaals bestaan, ook al is de kans daarop nog zo klein, omdat het offer dat je brengt eindig is, terwijl de straf of beloning oneindig is.

Na Pascals dood geeft zijn zuster toestemming voor autopsie. Bij het lichten van de schedel vind men de waarschijnlijke oorzaak voor alle leed: de fontanel heeft zich tijdens zijn kinderjaren niet gesloten en heeft een flinke verdikking gevormd. Enkele dagen later wordt iets veel onthullenders aangetroffen in de voering van zijn jas. Een bediende vindt daar toevallig een opgevouwen perkament. Niemand wist van het bestaan van dit document af, en zeker niet van de gebeurtenis die erin beschreven staat. Pascal beschrijft een intense religieuze ervaring, die hij acht jaar voor zijn dood heeft gehad. Het geschrevene maakt in een klap duidelijk dat je volgens hem op het gebied van godsdienst (in tegenstelling tot wetenschap) niets te verwachten hebt van het verstand en geheel afhankelijk bent van openbaring.
 
‘Het jaar des heren 1654, maandag 23 november (…). Vanaf ongeveer half elf ‘s avonds tot ongeveer half een ‘s nachts.
Vuur
God van Abraham, God van Isaak, God van Jacob, niet die van de wijsgeren en de geleerden.
Zekerheid, zekerheid, gevoel, vreugde, vrede.
(…)
De wereld vergeten en alles, behalve God.’