Home Bert Keizer: Seneca

Bert Keizer: Seneca

Door Bert Keizer op 30 juni 2015

07-2015 Filosofie magazine Lees het magazine

In één week hoorde ik drie keer de naam van deze Romeinse stoïcus. Eerst afwijzend in een bijeenkomst in De Rode Hoed. Hij kwam daar ter sprake omdat hij zo ongevoelig deed tegen een weduwe die volgens hem veel te veel tijd vergooide aan haar verdriet. De tweede keer klonk zijn naam uit de mond van John Gray in gesprek met Bas Heijne over het menselijke verlangen nooit te hoeven sterven. Gray verwees bewonderend naar Seneca die ons aanmaant het woord ‘genoeg’ te leren huldigen als je alle vrouwen, mannen, maaltijden, landschappen, kinderen, boeken en baantjes hebt beleefd die op je lijstje stonden.

De derde keer was omslachtiger. Na een voordracht in het zuiden van ons land kreeg ik een boek overhandigd door de schrijver zelf. Het gaat hierbij nooit om Huff, Wortel, Noort, Palmen of Grunberg. Nee, het gaat om mensen die via het instituut van the vanity press hun eigen probleem, vondst, of leed, over vele honderden pagina’s hebben weten uit te smeren. Om tot een boek te komen slaan ze die ene vervelende stap over, een uitgever zoeken, en besluiten om het gewoon zelf te laten drukken. Vervolgens gaan ze het boek rondzenden of uitdelen aan familieleden en vrienden. En niet zelden geven ze het aan volkomen onschuldige voorbijgangers die al wel een uitgever hebben en daarom in staat worden geacht het boek een lift te geven naar de echte boekenwereld.

Het boek dat ik deze keer overhandigd kreeg was geschreven door een man over zijn vrouw die langzaam bezweek aan dementie en in het verpleeghuis eindigde. Een meer dan driehonderd bladzijden volgehouden klaaglied vol steunen, zuchten, kreunen, zeuren, snikken en foeteren. Alles goed geformuleerd met een ondertoon van verongelijkte bitterheid en in de woorden van Spike Milligan ‘ongeveer net zo grappig als een baby onder een stoomwals’.

En nu naderde mijn derde ‘Seneca!’ Ik vergat mijn intuïtie dat deze Klassieke Flinkerd vooral gekoesterd wordt door mensen die zelf nog nooit in hun kruis getrapt zijn door het lot en ik wilde the vanity author Seneca’s grimmige antwoord sturen: ‘Er is één reden waarom we niet over het leven mogen klagen: het houdt niemand vast. Niemand is ongelukkig behalve door eigen schuld. Bevalt het je hier? Leef dan. Bevalt het je niet? Dan mag je terug naar waar je vandaan kwam. Een gapende wond dwars over je borstkas is niet nodig: een mesje kan je de weg naar de grote vrijheid al openen, met een snee ben je al in zekerheid.’

Het luchtte wel op. Maar ik heb het niet verstuurd. Al te stoïcijns wordt hufterig. 

 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.