Home Politiek Agonisme
Politiek

Agonisme

Door Ivana Ivkovic op 26 februari 2014

Cover van 03-2014
03-2014 Filosofie magazine Lees het magazine

Geen maatschappij is zonder conflict. Democratie moet volgens Chantal Mouffe een vorm en een plek voor de onderlinge verdeeldheid proberen te vinden – zonder deze in de kiem te smoren of te laten escaleren tot vijandschap.

In de jaren negentig ontpopte Mouffe zich als een belangrijke critica van de liberale democratie. Het was de tijd na de val van de Muur. De grote politieke tegenstellingen waren verdwenen. Politiek leek gereduceerd tot bestuur. En onze onderlinge verschillen? Ach, daar kunnen we het als redelijke mensen uiteindelijk wel over eens worden. It’s a small world after all.

Mouffe keerde zich tegen deze bestuurlijke visie op democratie. Politiek kan niet worden gereduceerd tot een reeks rationele procedures, stelt zij, en de veronderstelling dat we het aan het einde van de dag altijd met elkaar eens zouden worden, dat onenigheid uiteindelijk uitmondt in consensus, vindt ze zelfs ronduit gevaarlijk.
Het roerige eerste decennium van de eenentwintigste eeuw ondersteunt haar analyse. Gewelddadige terroristische aanslagen en de opkomst van populistische bewegingen hebben het politieke landschap ingrijpend veranderd. Het conflict lijkt terug in de politiek, maar ditmaal gewelddadig en onbeheersbaar. Voor Mouffe is dat geen grote verrassing, want dit gebeurt er volgens haar wanneer het conflict geen plek heeft: het keert terug als een boemerang.

Het woord ‘agonisme’ betekent rivaliteit. Het idee erachter is dat de democratie conflicten moet cultiveren en in goede banen moet leiden. Mouffe pleit niet zozeer voor conflict als wel voor erkenning van het feit dat er nu eenmaal conflicten zijn, en dat we daar ook ruimte voor moeten maken. Tegenstanders in een democratie moeten respect voor elkaar hebben, en uitgaan van waarden als vrijheid en gelijkheid.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Filosofie.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste verhalen over filosofie. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Maar dat wil niet zeggen dat zij het eens zullen worden over hoe die vrijheid en gelijkheid vorm moeten krijgen. De tegenstanders beschouwen elkaar als ‘vriendschappelijke vijanden’ of ‘vijandelijke vrienden’. Ze zitten in hetzelfde schuitje. Maar ze roeien nooit allemaal hetzelfde kant op. De oude tegenstelling tussen links en rechts was zo’n agonale breuklijn – en juist de botsing tussen deze twee fundamenteel verschillende visies op de maatschappij heeft westerse democratieën jarenlang sterk en levendig gehouden. Maar deze politieke tegenstelling werd ingepolderd door projecten zoals de Derde Weg van Blair, of door Paars.

Onze liberale democratie weet niet zo goed raad met deze agonistische dimensie van de politiek, stelt Mouffe. Haar kritiek borduurt voort op het werk van de Duitse denker Carl Schmitt, die stelde dat het politieke domein altijd gepolariseerd is, en dat elke politieke ordening een resultaat is van een machtsdaad, een beslissing. Liberalisme negeert het moment van de beslissing, die altijd een soort sprong is. De beslissing laat precies de grens van de rationele consensus zien – we kunnen zoeken naar overeenstemming, maar op een gegeven moment moet de knoop worden doorgehakt. Terwijl Schmitt meent dat er daarom in de politiek een harde hand nodig is om de knopen door te hakken, benadrukt Mouffe juist dat dit betekent dat geen enkele beslissing definitief is. Politieke beslissingen worden voorgesteld als een weerspiegeling van het algemeen belang, maar iemand kan deze claim altijd in twijfel trekken, en dan begint het spel opnieuw.

Agonisme wordt daarom ook ‘agonistisch pluralisme’ genoemd – en staat voor de opvatting dat het politieke domein wezenlijk pluraal is; het bestaat uit een veelheid aan standpunten en opvattingen. De publieke ruimte is een soort podium waarop al deze conflicten kunnen worden opgevoerd en uitgespeeld. Bovendien streeft het politieke proces niet naar een consensus gebaseerd op rationele argumenten, zoals de liberale opvatting wil. Want agonisme erkent dat politiek niet helemaal redelijk is; het gaat daarin ook om passie.
Mensen identificeren zich met een standpunt, ze strijden met vuur voor een zaak. Politiek spreekt ook de onderbuik aan, zegt Mouffe. Die dimensie moet niet voorbehouden blijven aan rechtse populisten. En dat is precies wat er is gebeurd in de liberale democratieën: door te veel nadruk te leggen op redelijkheid hebben ze de politieke flanken opengelaten.

Het populisme van rechts past echter niet helemaal in het agonistische model, stelt Mouffe. Partijen die een ‘wij’ voorstellen waar moslims of migranten geen deel van uitmaken presenteren zichzelf niet zozeer als een politiek opponent, maar proberen vooral deze groepen uit te sluiten van het politieke proces. En dat is waar de grenzen van het democratische spel worden overschreden. Maar volgens de agonistische opvatting is het te verkiezen om deze partijen van een politiek antwoord te dienen, in plaats van te proberen ze te verbieden. Mouffe vindt dat een antwoord zou kunnen komen van linkse populistische partijen, zoals Die Linke in Duitsland.

Kwaad
Hoewel conflicten toedekken gevaarlijk is, zijn escalaties minstens net zo schadelijk voor democratie. Volgens het agonistische model zouden politiek tegenstanders geen vijanden moeten zijn, die verwikkeld zijn in een strijd op leven en dood. Want in dat geval glijdt agonisme af tot antagonisme – vijandschap – en worden conflicten gewelddadig en destructief. Daarom waarschuwt Mouffe voor te veel moralisering van politieke kwesties. Want wie denkt het morele gelijk aan zijn zijde te hebben beschouwt de ander niet als een politiek opponent, maar als bron van alle kwaad, en vindt dat alle middelen geoorloofd zijn om hem te laten verdwijnen. Het doel heiligt dan de middelen.

Agonisme probeert dus niet conflicten te laten woekeren, maar juist om ze te kanaliseren. Mouffe spreekt van ‘temmen’. Maar temmen moet gebeuren met vol besef dat alles wat tam is gemaakt weer wild kan worden. Escalaties zijn nooit helemaal te voorkomen. Dus blijft agonistische politiek een soort koorddansen.

Agonisme is in de eerste plaats een houding, een politiek ethos. Maar goede democratische instituties kunnen deze agonistische geest ondersteunen en stimuleren. Zo stelt Mouffe, bijvoorbeeld, dat België als land in zo’n diepe crisis is geraakt, omdat er al jarenlang nauwelijks gezamenlijke instituties bestaan voor de Walen en de Vlamingen. Dus is er geen plek om de onderlinge verschillen tegen elkaar uit te spelen, en dat blijkt op de lange termijn zeer schadelijk te zijn. Vanuit een vergelijkbare motivatie pleit Mouffe er ook voor om veel politieke beslissingen op zo laag mogelijk niveau te nemen, want dan zijn de mogelijkheden voor democratische participatie en een vruchtbare botsing van politieke standpunten het grootst. Decentraliseren past uitstekend bij de agonistische geest.