‘Als je het idee van sociale signalen eenmaal goed hebt begrepen, zie je de wereld in een heel nieuw licht,’ schrijft Hanno Sauer in zijn groots opgezette studie van klasse. Hij maakt het nog waar ook. Opeens zie ik de Dirk-tas, die onlangs in de designcollectie van het Stedelijk Museum is opgenomen, als complex sociaal signaal. Het is een groot verdienste als een schrijver je blik zo weet te sturen.
Sauer (1983) woont in Düsseldorf en werkt aan de Utrechtse filosofiefaculteit. Hij bedrijft een modern soort filosofie, waarbij hij een ordenend concept kritisch doorlicht en confronteert met een indrukwekkende hoeveelheid empirisch materiaal. Dat is hier dus ‘klasse’. Zelf komt Sauer uit de hogere kringen. Hij is zo iemand die weet dat een oprijlaan van asfalt ordinair is; je oprijlaan moet van grind zijn, want zo laat je zien dat je genoeg personeel in dienst hebt om die te harken. Zijn afkomst blijkt misschien ook wel uit zijn uitdagende toon en zijn bravoure. Hier spreekt iemand die zijn kracht kent.
Even tussendoor …
Meer lezen over de beste filosofieboeken? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief:
‘Klasse is sociaal geconstrueerde schaarste,’ stelt Sauer, om daaraan toe te voegen dat we vermoedelijk nooit zullen afkomen van onze neiging om sociale schaarste te creëren. In Sauers ogen is klasse ‘de dominante, fundamentele vorm van sociale ongelijkheid’. Zelfs sekse en etniciteit ziet hij als ondergeschikt. Want: een hoogopgeleide zwarte man die op de ‘juiste’ manier praat en zich ‘goed’ kleedt, kan tot de maatschappelijke elite behoren. Een arme, werkloze, witte ‘cultuurbarbaar’ gaat dat nooit lukken.
Eenvoudige rok
Klassen ontstaan, aldus Sauer, door statuscompetities die met sociale signalen worden uitgevochten – een uitwerking van een theorie die de Amerikaanse socioloog Thorstein Veblen al in 1899 ontwierp. In een moderne samenleving zullen mensen die elkaar treffen vaak vreemden voor elkaar zijn, waardoor ze de ander snel moeten kunnen inschatten. En dat doen ze op basis van sociale signalen zoals kapsel, uitspraak en houding. Alleen de onderklasse is volgens Sauer niet zo bezig met signaleren. Andere klassen zetten zich hiertegen af. De bovenklasse verhult haar signalen. Alleen ingewijden weten hoe duur die eenvoudig ogende rok echt is. De middenklasse streeft naar ‘kostbare’ signalen die inspanning en doorzettingsvermogen vergen, zoals een diploma behalen. En de hogere middenklasse zendt ‘tegensignalen’ uit, die laten zien dat zij zelfverzekerd genoeg zijn om het risico op eventueel statusverlies aan te durven. Direct gingen mijn gedachten uit naar zo’n decennium geleden, toen mannen de band van hun Calvin Klein-boxer boven hun spijkerbroek uit lieten piepen, waarop de echt coole types juist een Zeemanonderbroek gingen tonen. Een tegensignaal, weet ik nu.
Van de Franse socioloog Pierre Bourdieu adopteert Sauer het idee dat ‘goede smaak’ een manier is om status te etaleren. Sauer grijpt dit aan om behoorlijk vilein uit te halen naar de kunstwereld. De kunstscene zou een ‘reactionair instituut’ zijn, dat weliswaar de mond vol heeft van inclusie, maar daarover praat in een hermetisch jargon dat velen juist uitsluit. Sauer bespeurt hierin de zucht naar status en distinctie van een hoogopgeleide klasse die met lede ogen aanziet dat zij weinig geld verdient in vergelijking met andere afgestudeerde mensen. Niet dat zij hun kunsttaaltje om die reden ontwikkelen, aldus Sauer. Vaak herkennen mensen de signalen die ze uitzenden zelf niet als pogingen tot statusverhoging. Voor Sauer is dat geen tegenwerping: onbewuste signalen zijn des te overtuigender.
Zelf begin ik hier wel tegen de grenzen van zijn verklaringsmodel aan te lopen. Als alles kan worden gezien als een signaal van statuszucht – wat iemand zelf verder ook zegt over zijn bedoelingen – dan wordt de theorie wel heel imperialistisch. Idealen hebben in Sauers verhaal geen plaats, oprechte expressie valt als mogelijkheid buiten beeld. Wie wil de wereld nu zo bekijken?
Toch overtuigt Sauer met zijn conclusie dat klassenverschillen onrechtvaardig zijn, maar dat we ermee moeten leren leven. De realistische vraag wordt dan op grond van welke variabelen we elkaar status toekennen. Ik zou zeggen: liever betrouwbaarheid dan bezit, liever inzet dan sekse, liever intelligentie dan etniciteit. Sauer liet me achter met het idee dat we maar niet te snel afscheid moeten nemen van die vermaledijde meritocratie. Je krijgt er geheid een akeliger soort onderscheidingsdrang voor terug.
Klasse. Het ontstaan van boven en onder
Hanno Sauer
vert. Laura Molenaar
De Bezige Bij
368 blz.
€ 29,99


